50.400 minuten

15 december 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen
Het was, pakweg van begin jaren 70 tot medio jaren 80, iedere keer weer een feest, de tweewekelijkse zomervakantie in het zuiden – meestal Italië – met ons gezin en enkele andere gezinnen. Mijn toch al onbezorgde jeugdjaren werden nog meer onbezorgd in die weken.
Ruim twee weken zon, zee of meer en strand. Zwemmen, zonnen, zandkastelen bouwen, spelen, ijsjes eten, bijna dagelijks op het terras, het kon niet op. We bezochten pittoreske vissersplaatsjes, maar ook een stad als Venetië waar het toen al retedruk was.
Hoewel onze ouders zich ook amuseerden, bleek uit hun latere reisbestemmingen dat ze meer van de stedentrips waren. Wat je je als kind evenmin realiseerde is dat het voor pap altijd wel wat dubben was. Hij was kapper, kleine zelfstandige. Twee weken dicht betekende twee weken geen inkomen tegenover een forse uitgavepost. Want als zelfstandige krijg je geen vakantiegeld, net zo min als een dertiende maand, eindejaarsuitkering of andere emolumenten.
Hij heeft de keuze om dicht te gaan volgens mij ook maar een, hooguit twee keer gemaakt. Al die andere jaren was de zaak gewoon open – we hadden kapsters die jarenlang in dienst waren en hun vak prima verstonden; bovendien keek oma, kappersvrouw, altijd een beetje mee. Oma woonde aan de overkant. Dus gingen er tijdens de vakantie altijd een paar telefoontjes richting Venlo: of het allemaal goed ging? Het ging altijd goed.
Ik moest er aan denken nadat gisteren de lockdown werd afgekondigd, de lockdown die zich in de dagen ervoor al had aangekondigd. Geen twee maar vijf weken moeten veel winkeliers dicht, helemaal dicht – en niet om op vakantie te gaan. Om van de horeca maar niet te spreken; die is afgelopen jaar meer dicht dan open geweest. Wekenlang en maandenlang dicht in een jaar waarin de inkomsten bij veel detaillisten en horeca-ondernemers toch al niet je van het zijn. Waar eerder de horeca-ondernemers de schrik om het hart sloeg, daar gebeurde dat nu bij veel andere binnenstadondernemers.
Die binnenstad, zei Venlostad.com-voorzitter Erik Manders in een artikel op deze site terecht, is een belangrijke motor van de plaatselijke en lokale economie. Zo’n 5.000 medewerkers, de omzet is jaarlijks een half miljard euro. Terecht verwees Manders ook naar de sociale functie van een binnenstad. Het is een ontmoetingsplek. En meer dan dat. Een binnenstad zoals in Venlo is historie, cultuur, vertier, is een plek die mensen trekt. Hopelijk zijn de compensatiemaatregelen die Den Haag treft voldoende om de Venlose binnenstad, maar eveneens andere binnensteden, binnenkort weer te laten bruisen.
Die binnenstad ligt er nu echter stil en verlaten bij. Bijna stil en verlaten; gelukkig mogen nog enkele zaken open blijven. Maar de lol is er wel even vanaf. Vijf weken lang… 50.400 minuten… Het aftellen krijgt dit jaar een heel ander perspectief.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

‘Op de pens’

‘Op de pens’

Column: Jac Buchholz / Beeld: Peter Janssen Wandelend door de Venlose binnenstad kom ik tot mijn verbazing nog met enige regelmaat grote groepen zogenaamde Duitsers tegen. Twaalf, veertien man bij elkaar, vermoedelijk allemaal voorzien van een roze bril of oogkleppen....