Afvoerputjes (2): l’histoire se répète?

24 augustus 2021

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Mijn buurt. Zo noem ik het plekje Venlo in de nabijheid van de oude haven. Mijn buurt. Niet op een bezittelijke manier, maar de plek waar ik me thuis voel – waar mijn (groot)ouderlijk huis staat. Ver voordat er sprake van ‘mij’ was – meer dan 100 jaar geleden – had die buurt een heel ander karakter. Was het een buurt van krotten en stinkende steegjes. Van vaak onduidelijk gespuis tussen de bloedeerlijke, arme maar sociale bewoners. Een buurt van hard labeur, zwaar drinken en lichte zeden. Totdat de vroede vaderen van de stad vonden dat het zo niet langer kon.

Gesaneerd moest er worden en gesaneerd werd er. Het laatste zetje werd gegeven door geallieerde bommenwerpers. De buurt lag plat; er moest een nieuwe buurt komen. Die kwam er. Het was de buurt waar ik ook op enig moment in verscheen. Geen lichte zeden meer (althans zover bekend). Wel hard werken, maar minder fysiek. Gedronken werd er ook van tijd tot tijd, nu met mate. Niet langer armoede, wel nog steeds sociaal. Een fijne buurt, een ons-kent-ons-buurt. Wonen boven de winkel. Een actieve buurtvereniging en altijd iets te doen. Een buurt waarin een joekskapel en een jarenlang vermaard evenement werden geboren.

De buurt veranderde. De laatste schaduwen van het verleden verdwenen om plaats te maken voor vergezichten op de toekomst. Toch bleef de intimiteit, grotendeels, Venlose ondernemers werden opgevolgd door Venlose ondernemers.

De buurt blijft echter veranderen, het aangename krijgt een rafelrandje. Gespuis ondergronds waar geen hekwerk tegen is bestand – gespuis vindt zijn weg wel. Ook de wandelgang met dat prachtige uitzicht heeft wat van zijn glans verloren – opnieuw vormen hekken geen echte hindernis. In de buurt werden goot- en bloembakpissers gesignaleerd; bankslapers ook. Opeens waren er de nachtgalmers, de decibelterroristen.

Ik loop wel eens hoofdschuddend door mijn buurt, zie andere hoofden schudden. Natuurlijk is het er nog altijd sfeervol en gezellig, is het er het merendeel van de tijd meer dan goed toeven. Maar toch. Waakzaamheid is geboden. En nee, we hoeven niet te vrezen dat, zoals de Fransen het zo mooi uitdrukken, ‘l’histoire se répète’. Die tijden liggen voorgoed achter ons. Wel zou het goed zijn het onkruid te wieden voordat het werkelijk de kop opsteekt.

Nu zullen er zeker mensen zijn die zeggen: ‘dat hoort bij een stad’. Kan best zijn, maar die zitten ’s avonds achter gesloten rolluiken in hun Vinex-wijk. Er zijn er ook die zeggen: ‘kan wel zijn dat het bij een stad hoort, maar niet bij Venlo. Laten we het aanpakken.’

En het zijn die aanpakkers die de stad groot hebben gemaakt. Niet de weglopers en wegkijkers. En al zeker niet het gespuis.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad