Angsthaas

16 mei 2020 | Leestijd: 3 minuten

Column: Jac Buchholz | Foto: Peter Janssen

Heb ik een persconferentie gemist? Dat was mijn eerste gedachte toen ik eind vorige week, na sluitingstijd, de Lomstraat inliep. Even verderop stond een groepje mensen – zeg maar gerust een groep – te wachten voor een etablissement. Een persoon of 12 à 15, echt geteld heb ik ze niet. Wat me wel meteen opviel: ze stonden niet op anderhalve meter van elkaar, niet op een meter van elkaar, nog op geen halve meter van elkaar.

Zou me een maand of vier geleden niets hebben uitgemaakt, los van mijn aversie voor rijen wachtenden, maar nu raakte ik geïrriteerd. Zeker toen ik dichterbij kwam en de voertaal Duits bleek te zijn. Wat ze in eigen land niet mogen, komen ze hier doen: lak hebben aan de regels.

Moeten die Duitsers, of welke andere kooptoerist dan ook, maar thuis blijven? Moeten de straten weer leeg? Nee, in godsnaam niet. Neem van mij aan, ik zie niets liever dan dat we weer naar de situatie gaan zoals vier maanden geleden. Volle winkelstraten, volop mensen in de winkels, op de terrassen. Maar dat kan nu even niet. Al proberen we er stapje voor stapje weer bij in de buurt te komen. Maar dan moeten we wel een stukje discipline laten zien. En dat is blijkbaar moeilijk.

Neem van mij aan, daar heeft mijn licht-recalcitrante geest normaal gesproken ook wat moeite mee, met opgelegde regels en het volgen van groepsdiscipline. Maar nu even niet. Omdat we in een uitzonderlijke situatie zitten. Waar eigenlijk niemand het hoe en wat van weet. Dus volg ik voor even de regels zoals die door onze regering op advies van mensen die er iets van afweten zijn opgelegd. En verwacht ik dat ook van anderen.

Ja, ik weet het, ik heb ze inmiddels ongewild in allerlei verschijningsvormen voorbij zien komen, de weet-het-beters. Sommige met enige kennis, de meeste gespeend van enige kennis. Maar hé, de talkshows moeten ook bestaan, dus iedereen met een mening, ook al snijdt die voor geen meter hout, mag aanschuiven.

En ja, ik weet het, het percentage dat ziek wordt, is relatief klein. Ik hoor het veel mensen denken, zeggen: het gaat de goede kant op. De regering gaf een vinger en een deel van het volk nam niet de hand maar de hele arm. Terwijl er vooralsnog aan geen enkele maatregel getornd is. En ja, veel mensen zullen denken, mij overkomt het niet, ik word niet ziek.

Ze hebben gelijk, die ikkes. Nee, jij wordt niet ziek, maar dat betekent niet dat je geen drager kunt zijn. Dat je op die manier wel ongemerkt je vader, moeder, opa of oma ziek kunt maken. Of iemand anders vader, moeder, opa of oma. Ernstig ziek. Wekenlang ziek. Met in een aantal gevallen een vreselijke en eenzame dood als afsluiting. Door alleen maar aan ikke te denken, door niet even het fatsoen te hebben de regels te volgen.

Er zijn mensen die dit overdrijven noemen, bangmakerij, stemmingmakerij. Feit is dat ik het niet weet. Dat ik me daarom maar laat leiden door een regering die we democratisch hebben gekozen, die redelijk zinnig overkomt en die de adviezen van experts volgt. Een regering die zonder dralen een enorm pakket maatregelen heeft genomen die voor de economie belastend, maar – laten we het niet vergeten – ook ondersteunend zijn. Ik heb andere voorbeelden gezien.

Dus als er nu mensen met groepjes bij elkaar staan, als mensen geen afstand houden, als mensen zich niet aan een paar simpele regels kunnen houden, dan irriteert me dat. Noem me een angsthaas. Maar als ik, zonder dat ik het ooit zal weten, door nu even gedisciplineerd te zijn, er aan bijdraag dat misschien iemand – als is het maar één persoon – niet ziek wordt en in eenzaamheid sterft, zie ik angsthaas graag als geuzennaam.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad