Anneke Grönloh

11 april 2020 | Leestijd: 3 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Het was een bericht dat een beetje verdronk tussen al dat virus- en crisisnieuws: het Zomerparkfeest gaat komende vastelaovend de Boerebroelof organiseren. Leuk, twee Venlose instituten, van geheel verschillende orde, ontmoeten elkaar. Leuk, maar ook een beetje wrang want de kans lijkt groot dat er dit jaar voor het eerst in decennia geen Zomerparkfeest zal zijn. Zoals er dit jaar voor het eerst sinds mensenheugenis een heleboel evenementen worden geskipt. En wat doen we dan… dan blikken we terug.

Nu heb ik in de dertig jaar en meer dat ik het Zomerparkfeest bezoek heel wat memorabele momenten verzameld. Muzikale momenten vooral, maar bijvoorbeeld ook die keer dat we vanwege naderend noodweer gesommeerd werden het park met spoed te verlaten – waarna het op de Parade nog heel gezellig werd – staat me helder voor de geest.

Ik heb zelfs een aantal herinneringen – drie om precies te zijn – als optredend artiest, drummer om precies te zijn, tijdens het ZPF. Zoals dat optreden met Hans Dulfer. Op het hoofdpodium. Paar duizend man voor de snufferd. Nog drie andere drummers op het podium, en een bassist, dat wel natuurlijk. Oh ja, en nog 150 andere saxofonisten, als eerbetoon aan het 150-jarig bestaan van de saxofoon. Mijn bijdrage was dus gering, maar ik kan ‘m toch mooi op mijn conto schrijven.

Een paar jaar eerder was mijn debuut. Op zondag, begin van de middag, toen het ZPF op zo’n momenten nog een oase van rust was. Achter het hoofdpodium stond destijds een heuse kiosk, je weet wel, waar vroeger harmonieën en fanfares op het dorpsplein op musiceerden. Dit keer geen marsen, maar de improvisatieklas van de SLIM, jazzliefhebbers die zich die muziekstijl wat meer eigen probeerden te maken en op die bewuste zondag hun vorderingen mochten laten horen. Voor een handvol publiek, maar dat mocht de pret niet drukken.

Meest memorabel was mijn optreden tijdens de Picknick der Gebroken Harten, een jaar of tien later. Of niet zozeer het optreden als wel het moment erna. Ik was door Frank Donders gevraagd in te vallen bij zijn band, dialect en Nederlandstalig. Niet echt mijn ding, maar het werd betaald en hé, je staat toch op een podium tijdens het ZPF. Het weer was goed, er was drank en dus volle bak. Het publiek leek ons te tolereren. Al kwamen ze natuurlijk voor de act na ons, de afsluiter, Anneke Grönloh. Die was onderweg terwijl ik mijn drumstel demonteerde. DJ Herman vulde de tijd met passende plaatjes.

Ik zag haar naderen, haren onberispelijk, piekfijn jurkje en op hoge hakken. Die voor nogal wat ongemak zorgden. Want het hobbelige grasveld van het Julianapark is met hakken niet echt te doen. Had ook La Grönloh ontdekt. Dus stond haar gezicht op zeven dagen storm, ondanks de vriendelijke begeleider aan haar arm.

Terwijl ik aan het opruimen was, hield ik het oog vooral op dat tafereel. Zag Anneke stoppen, dit was niet te doen. Even later verscheen er een auto, ik meen van Marcel Tabbers. Daar stapte ze in. Zodat ze wat meer comfortabel naar de achterzijde van het podium kon worden gebracht.

Daar een herhaling van zetten. Want ook de laatste meters moesten weer te voet, op hakken dus. Terwijl ze werd aangekondigd, kwam ze de trap op, de coulissen in. Waar een wonderbaarlijke transformatie plaats vond, vlak voor mijn ogen. Het gezicht dat nog maar net zwaar op onweer had gestaan, brak open en er verscheen een stralende lach. Anneke wandelde fris en fruitig het podium op en gaf het publiek wat ze wilde. Vergeten, of verdrongen, was het hakkenleed.

Omdat ik backstage nog even wilde chillen – geen idee of we dat echt gedaan hebben, maar het klinkt wel stoer – heb ik haar optreden verder gemist. Ondanks dat blijft het memorabel.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad