(Bijna) alleen in de Venlonazaal

13 juni 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Ze hadden een dansorkestje geformeerd en of ik daar in wilde meespelen. AAARRRGGH. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen dansmuziek, mijn vaders elpees van de orkesten van bandleiders als Sydney Thompson en Victor Silverster staan nog steeds bij mij in de kast. Maar om dat nu zelf te gaan spelen?

Had ik nee gezegd, dan was deze column er niet geweest – had Columbus Amerika niet ontdekt… ik dwaal af… – dus je raadt het al, ik zei ja. Omdat ik de andere muzikanten kende, ze net als ik jazz-georiënteerd waren en last but not least omdat er wat te verdienen viel. Nee, de hoop op een professionele carrière had ik toen al opgegeven, had er niet eens serieus over nagedacht, maar een paar gulden – het was in de jaren negentig – extra hier en daar leek me wel wat.

Ons eerste optreden was in de Venlonazaal, op zondagmiddag. Het moest weer een ouderwets zondagmiddagmatinée worden, met een zaal voor dansende mensen, zo was het idee. Dus daar stonden we, strak in het zwarte pak, in afwachting van de eerste danslustigen. Zou het storm lopen of zouden we een bescheiden start van de reeks hebben?

Het werd het laatste en het woord bescheiden is nog een te fraaie omschrijving. Welgeteld een heer, enigszins op leeftijd, kwam er opdagen. Wat te doen? De dame aanwezig voor het maken van enkele promotionele foto’s van ons, de band, bracht uitkomst. Dus klonk er muziek en werd er gedanst, welgeteld vier voeten op de vloer. Een verder lege zaal. Een zaal die ik jaren eerder, vanaf datzelfde podium nog mudjevol had gezien tijdens de vastelaoveszondagavonden voor de jeugd.

Mijn artiestenbestaan was dus niet alleen kommer en kwel, maar de keren dat ik voor 10, 15, of 20 mensen heb opgetreden zijn talloos. Hoeveel beginnende pop-, jazz- en andere bands hebben niet dezelfde ervaring? En niet alleen beginnende. Er zijn muzikanten die jarenlang optreden voor een paar handen vol toeschouwers. Met plezier.

Natuurlijk begrijp ik dat het bij een poppodium als Grenswerk, een theater als De Maaspoort iets anders is. Daar sta je omdat je de kleine podia ontgroeid bent. Daar worden meer dan enkele tientallen bezoekers verwacht – in de meeste gevallen althans. Ook met het oog op de exploitatie; voor niks gaat de zon op.

Maar het is even niet anders. In Grenswerk de komende tijd maximaal 80 bezoekers. Niet echt leuk. Als muzikant moet je er dan maar het beste van maken. Terugdenken aan de tijd dat je begon en een 80 koppen tellend publiek voelde als een vol stadion. Back to basic, het hoeft niet per se vervelend te zijn.

The Stones zijn ooit zo begonnen, The Beatles ook. Net als ik traden ze eens op voor een bescheiden publiek. Heb ik dat in ieder geval met ze gemeen.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

‘Op de pens’

‘Op de pens’

Column: Jac Buchholz / Beeld: Peter Janssen Wandelend door de Venlose binnenstad kom ik tot mijn verbazing nog met enige regelmaat grote groepen zogenaamde Duitsers tegen. Twaalf, veertien man bij elkaar, vermoedelijk allemaal voorzien van een roze bril of oogkleppen....