Blikjeshoofdstad

3 mei 2022

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Van de week dwaalden mijn gedachten even terug naar twee jaar geleden, voorjaar 2020. Een heftige, onzekere, vervreemdende, onbekende periode. Intelligent lockdown zo werd het met pathos genoemd. Voor veel mensen het meest vreemde voorjaar ooit. We zaten opgescheept met een virus en we hadden geen idee wat te verwachten. Ook een periode, het zal niet voor iedereen hebben gegolden, van ongekende, haast weldadige rust. Iedere dag leek op de zondag uit een ver verleden. Ik maakte vrijwel dagelijks een wandeling en kwam amper iemand tegen. Nauwelijks verkeer op de wegen, geen vliegtuigen in de lucht. De luchtkwaliteit verbeterde met sprongen, zo werd gezegd.

Het was in die periode dat al dan niet deskundigen – waarvan we er inmiddels wel heel veel hebben – spraken van veranderende tijden. De wereld zou, het virus eenmaal achter de rug, nooit meer hetzelfde zijn. De pandemie liet ons inzien dat het anders moest. Minder reizen, minder consumeren, meer tijd voor dingen die er echt toe doen. Ha, ha…We waren nauwelijks in mei aanbeland, er was een beetje versoepeld en we zagen meteen dat er niets zou veranderen. Het werd alleen maar erger. Berichten over volgescheten paskamers en zo.

De crisis is voorbij – dat hopen we althans – en er is niets veranderd. De Volkskrant deed verslag vanuit Rome, waar je door de toeristen de bezienswaardigheden niet meer ziet. En over het ‘veevervoer’ op Schiphol is de afgelopen dagen al genoeg gezegd en geschreven. Dichter bij huis maak ik nog steeds dagelijkse wandelingen. En maak me een beetje zorgen. Zie veel elastische in-de-bilnaad-kruipende leggings. Krappe T-shirts met daarop grote namen. Glanzende Mercedessen waaruit mensen stappen die eruit zien alsof ze er ’s morgens vroeg meteen uit bed zijn ingestapt. En ik zie blikjes, ontelbare blikjes. Mijn god, wat is dat opeens – of is het niet opeens? – met die blikjes. Echtpaar loopt naar de ingang van een parkeergarage. Hij met een steekwagen, ja, inderdaad, een steekwagen vol blikjes. Hij gaat naar binnen, zij wacht bij de deur. Is dit een tussenstop? Wordt de steekwagen nog een keer volgeladen? Winkelwagentjes ook, vol blikjes, armen die haast onder de blikjes lijken te bezwijken – een tray, twee trays, kan er nog een derde bij? Blikjes, zo lijkt het wel, domineren het straatbeeld.

Ik zie het al voor me, vandaar de zorgen. Iedere stad heeft zo z’n imago, zelfverzonnen of door anderen bedacht. Het zal toch niet zo zijn dat het zojuist beschreven straatbeeld Venlo het imago van blikjeshoofdstad van Nederland oplevert. Dat moeten we voorkomen, mede met het oog op wat de vroede vaderen voor hebben met de uitstraling van de stad. Kortom, er is werk aan de winkel. En nee, dan bedoel ik niet de blikjeswinkel…

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad