Cin cin

2 mei 2020 | Leestijd: 3 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Het zal in 1987 zijn geweest dat ik bij café The Rub-a-dub aan de Venlose Parade whisky leerde drinken. Ik had wel eens een blended, en dan ook nog met ijs, gedronken, maar dat was volgens het legermaatje waarmee ik aan de bar plaatsnam (stel je van die legercarrière overigens maar niet al te veel voor) foute boel – zo had het ook gesmaakt overigens. Single malt moest het zijn, was zijn devies, en dat werd het, te beginnen met Cardhu.

Het was vlak voor Frankie Ririhatuela de zaak zou overnemen. Hij stond destijds wel al achter de bar, samen met Ronald en Jeroen. In die tijd werd The Rub ook mijn stamkroeg. Jaren en jaren op rij. Dus toen ik Frankie afgelopen week op tv zag terwijl hij herinneringen ophaalde, doken er bij mij ook een aantal op.

Bijvoorbeeld van die eerste fatsoenlijke whisky, maar ook van dat ene glas hele dure whisky (ik zal het bedrag niet noemen, deed mij verder weinig pijn in de portemonnee, ik kreeg ‘m aangeboden). Kostbaar was ook een huwelijksaanzoek waar ik overigens niet bij was – de champagne schijnt rijkelijk te hebben gevloeid. Want mensen werden verliefd bij The Rub, zoals Frankie opmerkte, trouwden, kregen kinderen en gingen soms ook weer uit elkaar.

Moest meteen ook terugdenken aan dat reisje naar Amsterdam, ergens begin jaren negentig volgens mij, naar de landelijke biertapwedstrijden (of zoiets) waar Frankie een aantal jaren aan meedeed. De op het podium door de deelnemers getapte biertjes waren al snel voor het Venlose gezelschap, dus we werden vrolijker en vrolijker. Vervolgens met de bus naar de Jordaan waar we uiteindelijk, redelijk in de lorum, in café ’t Biggetje terecht kwamen. Niet wetende dat daar normaal gesproken nogal wat penoze stamgast was. Die hadden op dat tijdstip blijkbaar wat anders te doen waardoor wij voor even de kroeg overnamen.

We hadden in de jaren negentig ook een Rub-a-dub zaalvoetbalteam dat gek genoeg niet in Venlo maar Horst, of was het Sevenum, z’n wedstrijden afwerkte. Altijd een uitpot, dus. Op een avond stonden we in Horst, of Sevenum, voor een gesloten deur. Kermis. Nou ja, dan maar de kermis op, stelde Frankie voor. Waar een van de teamgenoten nog een visje voor zijn vrouw liet inpakken. Dat die vis pas een week later uit zijn jaszak tevoorschijn kwam, geeft wel aan hoe gezellig het was. Meestal voetbalden we overigens wel, met de derde helft uiteraard wel bij The Rub. Dat we op woensdagavond voetbalden, vonden we op donderdagmorgen niet altijd een voordeel.

Zo zijn er nog een heleboel andere herinneringen aan The Rub, zoals een vastelaoveszondagavond waar een paard voor veel commotie zorgde, figuurlijk dan. Maar wat ik me vooral ook herinner is het vakmanschap van Frankie, de perfecte gastheer met oog voor detail. Gastvrij voor iedereen die met goede bedoelingen binnenkwam. Of je er nu voor de eerste of honderdste keer binnenliep, je voelde je thuis. Ik noemde het later nog wel eens het ‘Cheers’-gevoel, naar die tv-serie.

Dat gevoel is altijd gebleven, ook al kwam ik na verloop van tijd bijna nooit meer in The Rub, gewoon omdat ik nauwelijks meer naar de kroeg ging. Maar als ik er dan een keer kwam, was het gevoel meteen als vanouds. Alsof ik er nog wekelijks binnenliep.

Oudejaarsdag was jarenlang zo’n gelegenheid. Tot een uur of acht, beregezellig. Dat Frankie nadacht over stoppen was afgelopen oudejaarsdag al duidelijk. Gisteren 1 mei was dat definitief het geval. Jammer, maar begrijpelijk. Een Venloos horeca-icoon mag van zijn vrije tijd gaan genieten.

Toch is het vreemd, na Sounds zonder Leo, The Rub-a-dub zonder Frankie. Moet niet gekker worden. Cin cin.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

‘Op de pens’

‘Op de pens’

Column: Jac Buchholz / Beeld: Peter Janssen Wandelend door de Venlose binnenstad kom ik tot mijn verbazing nog met enige regelmaat grote groepen zogenaamde Duitsers tegen. Twaalf, veertien man bij elkaar, vermoedelijk allemaal voorzien van een roze bril of oogkleppen....