‘De gäöt’

26 september 2020

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Eindelijk word ik door de gemeente Venlo erkend, zei ik schertsend toen ik het bericht kreeg dat een van mijn interviews op een plek met allure zou plaatsvinden: de parterre van ons bijzonder fraaie, eeuwenoude stadhuis. Een interview met een select gezelschap over de verbouwing van postkantoor tot museum van Bommel van Dam.

Uiteraard was de directeur van het museum aanwezig, de cultuurwethouder eveneens, architect, aannemer en nog enkele mensen die heel veel afweten van dat bouwproces. Het werd een aangenaam gesprek – althans vanuit mijn optiek – waarin al bekende aspecten voorbijkwamen maar ook nieuwe details werden genoemd.

De bij het project betrokken aannemer en architectenbureau zijn beide, zoals dat zo mooi heet, gerenommeerd. Beide weten ze hoe ze moeten omgaan met beeldbepalende, monumentale gebouwen en laten dat ook regelmatig zien bij aansprekende projecten in den lande. Dus was het goed te horen dat ze het bijzonder vonden nu eens in Venlo actief te kunnen zijn. Dus nee, geen probleem om naar het zuiden af te reizen. Sterker nog, ze hebben inmiddels ontdekt dat Venlo heel wat fraaie, monumentale panden rijk is en dat ze hier graag vaker willen komen.

Dat Venlo nog veel monumentale panden rijk is, kon ik alleen maar bevestigen, ondanks de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog en het monumentonvriendelijke beleid in de decennia erna. Met instemming van de cultuurwethouder – ik ben maar even zo onbescheiden – wees ik ze erop dat Venlo zelfs de meest middeleeuwse winkelstraat van Nederland heeft.

Even later liepen we met het gezelschap door die meest middeleeuwse winkelstraat naar het eerder besproken onderwerp. Met ook gedurende de rest van de wandeling volop oude panden links en rechts, monumentaal of niet. Je zou denken, daar moet Venlo meer mee doen.

Op de plaats van bestemming aangekomen kregen we een veiligheidshelm op het hoofd gedrukt en werden we in een knalgeel vest gestoken, waarna we het voormalig postkantoor inliepen. Dat is momenteel helemaal gestript waarbij de monumentale aspecten, zoals gevel en trappenhuis binnen, in ere zijn behouden.

Verder weinig spannends of het moet de aanzet van het kunstvenster zijn. De een zal het spannend vinden, dat nieuwe element op het dak van wat Museum van Bommel van Dam gaat worden, de ander zal er van gruwen. Maar de wijze waarop dat organisch gevormde element in een strak, vierkant gebouw wordt verwerkt is bewonderenswaardig.

Na de korte rondleiding bleef er nog een vraag over, een vraag waarop ik het antwoord eigenlijk al wist en die voor de niet uit Venlo afkomstige aanwezigen niet heel relevant was. Wat ik al wist werd door de cultuurwethouder nog maar eens bevestigd: de veelbesproken ‘gäöt’ gaat verdwijnen want het gebied rondom het museum wordt ook opgeknapt en krijgt een groen karakter.

Even was er een lichte vertwijfeling: als er in Venlo niets te bespreken was, kon het nog altijd over de ‘gäöt’ gaan. Dat valt nu weg. Maar al snel wist ik, geen nood. Tijdens de herontwikkeling van de Keulse Poort wordt onder meer de bekabeling gelegd voor een eventuele poller op die plek. De ‘gäöt’ verdwijnt, lange leve de poller. De eerste discussies zijn al gevoerd, zo heb ik begrepen.

Terug