De zaterdagavond van toen

4 juli 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Het was altijd gezellig in huize Buchholz, zeker op zaterdagavond. Heel, heel vroeger, als ik het me goed herinner, begon die zaterdagavond al ’s middags. Eerst in bad – of onder de douche, dat wil ik in het midden laten – en dan met de befaamde natte haren voor de buis. ‘Kunt u me de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?’. Griezelen met Gruizel Gruis, met opengesperde ogen de avonturen van Lidwientje Walg, Bertram Bierenbroodspot en de kinderen volgen. Een van de beste kinderseries ooit, met ook nog eens taal van een ongekend niveau.

Zaterdag op het einde van de dag, als het werk in de kapsalon was gedaan, trok pap altijd een flesje bier open. Ik stond ernaast met een klein limonadeglas in de hand. Niet zozeer voor het bier, maar het schuim op het bier. Of ik het lekker of vooral bijzonder vond, weet ik niet meer. Maar in die tijd hielden we ook de Venlose traditie van ‘schuumke trekke’ in ere, dus ligt wellicht daar de connectie.

Terug naar de zaterdagavond. Dan zaten we met het hele gezin gezellig voor de tv, zo ging dat in die tijd. Met twee Nederlandse en drie Duitse zenders was de keus beperkt, maar toch vonden we altijd iets om naar te kijken. Een Duitse show of een Nederlandse quiz.

Op zaterdagavond was er ook altijd gebak – en chips, maar ik ga het nu over de zoetigheden hebben. Turco taart, Christoffeltaart, een ‘crèmesnitje’ of de kersenlinzenvlaai van Sneevliet. De lekkerste kersenlinzenvlaai die ik ooit heb geproefd. Ik denk er met veel plezier aan terug. Niet alleen omdat de vlaai zo lekker was, maar ook vanwege het moment van halen.

Eens in de zoveel weken – we waren toen eigenlijk al verwend vanwege de keuzemogelijkheden – haalde pap wat geld uit de kassalade of mam uit de portemonnee met het verzoek naar Sneevliet aan de Kaldenkerkerweg te wandelen om een kersenlinzenvlaai te kopen.

Een verzoek waar ik om twee redenen meer dan graag aan voldeed. Allereerst omdat ik wist dat er die avond heerlijke vlaai, vaak vergezeld van een mop verse slagroom, voorbij zou komen. Maar daarnaast vanwege de winkel van Sneevliet, een ouderwetse lunchroom. Als je daar naar binnen liep, maakte je een stap terug in de tijd. Voor je stond de vitrinetoonbank met lekkernijen, erachter het echtpaar Sneevliet ( ‘I presume’). Rechts het zitgedeelte. Keek je die kant op, dan waande je je in de jaren vijftig.

Ik kan me niet herinneren er gasten te hebben gezien – volgens mij was het lunchroomgedeelte toen al gesloten – maar in mijn verbeelding zaten ze er wel. Heren in pak, dames in mantelpak, gezellig keuvelend, genietend van een kopje koffie en een erbij geserveerde zoetigheid. Het was de tijd dat heren nog hoeden en dames hoedjes droegen. De tijd van hoffelijkheid (en bekrompenheid, maar daar gaat het nu niet over). Het was de tijd dat het leven nog eenvoudig was, of in ieder geval leek. Het was de tijd dat geluk nog gewoon was, of, opnieuw, in ieder geval leek.

Van de week zag ik de naam Sneevliet voorbijkomen. Het bracht me even terug naar de jaren zeventig. En vijftig. Mooie herinneringen, al zijn die aan de jaren vijftig vooral een product van mijn verbeelding. Dankzij de lunchroom van Sneevliet.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad