‘Effe nao de Maas gaon kièke’

20 juli 2021

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Dat ‘Mooder Maas’ een grillige dame kan zijn, is al heel lang bekend. Van tijd tot tijd raakt ze uit haar hum. Hoogwater noemen we dat; Venlonaren en andere bewoners langs de rivier zijn ermee bekend. In 1926 was het flink raak, in de jaren negentig van de afgelopen eeuw zelfs twee keer. Maar zelden schoot ze zo uit haar slof als verleden week.

Ik hoefde jarenlang feitelijk de deur niet uit om te zien in welke stemming de Oude Dame was. Mijn jongenskamer keek, tussen de gebouwen door, uit op een deel van de haven en Kop van de Weerd. Hoe dichter het water bij de rand van de plek waar vroeger schepen gelost werden kwam, hoe spannender het werd. En dan kon je er de klok op gelijk zetten dat pap Buchholz zich de jas aantrok terwijl hij zei: ‘Ik gaon effe nao de Maas kièke’.

Nu had pap de overstroming van 1926 niet meegemaakt, maar als kenner van de Venlose geschiedenis had hij er zeker weet van. Bovendien zullen opa en oma Buchholz er op enig moment over hebben gesproken. Onze uit Den Haag afkomstige oma zal het niet met eigen ogen hebben aanschouwd, maar opa als levenslang binnenstadbewoner zonder meer wel.

Dus zal pap als hij ‘effe nao de Maas ging kièke’ het jaar 1926 zeker in het achterhoofd hebben gehad. Maar het is, naast alle ellende die het met zich meebrengt, ook een indrukwekkend gezicht, zo’n humeurige Maas – al kan ik me voorstellen dat dat sommige mensen nu worst zal wezen. Dat pap behalve uit voorzorg ook voor die aanblik even ging kijken, begrijp ik wel. Net zoals mijn broer en ik met enige regelmaat even naar de Maas zijn gaan kijken de afgelopen dagen.

Zoals veel andere Venlonaren. En ook mensen van buitenaf. Daar begint het te wringen. Want wanneer die mensen over elkaar heen buitelen, hulpverleners in de weg staan en in hun zucht naar sensatie essentiële waterkeringen vernielen, dan houdt het op. Dat er nu zelfs mensen zijn die voor een dagje uit naar de omgeving van Luik rijden of erger nog, naar het Ahrtal is helemaal van de pot gepleurd, maar dit terzijde.

Ramptoerisme noemen ze het en het is niet te vermijden. Het slaat alleen steeds meer door. Met als recent dieptepunt het trieste voorval in Amsterdam, ik hoef er, denk ik, verder weinig over te schrijven.

In Venlo hebben de ramptoeristen vanaf nu niets meer te zoeken, de Maas trekt zich terug. Laat ik daarom eindigen met iets wat pap Buchholz al wist en mijn broer en ik eveneens. Ook een Maas in gewone doen is een lust voor het oog, een bron van inspiratie. In de hoop dat Mooder Maas zich na deze uitbarsting heel lang koest houdt, blijf ik daarom doen wat ik al regelmatig deed: ‘Effe nao de Maas gaon kièke’.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad