Foto in de Gildestraat

18 juli 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Hij zou afgelopen week 50 jaar zijn geworden en dus was er in diverse Venlose café’s een muzikale ode, zo las ik. Hoewel hij in zijn jeugd jarenlang bij mij om de hoek woonde, eigenlijk waren het twee hoeken, leerde ik Glenn Corneille pas op wat latere leeftijd een beetje kennen. Dat heeft wellicht met het leeftijdsverschil te maken gehad. Meer nog echter denk ik dat de kleine territoriums die we als stadsjeugd afbakenden een rol hebben gespeeld. Wij, dat waren de jongens van de Jodenstraat en Kwartelenmarkt. Gildestraat, Hoogstraat en Vleesstraat waren weliswaar speelterrein, maar daar zat weer een ander clubje.

Glenn kwam wel eens bij Dom van den Bergh, waar ik in de jaren negentig werkte. En op een donderdagavond in diezelfde jaren negentig stapte hij de fraaie gewelvenkelder van café Labierint binnen tijdens een jamsessie van de SLIM. Voor de niet kenner: jamsessies zijn een soort open podia; muzikanten lopen binnen en vormen ad hoc een combo dat voor de vuist weg wat nummers speelt. Het toeval bracht ons die avond samen op het podium.

Jaren later heb ik hem enkele malen geïnterviewd, waarvan twee keer uitgebreid. De eerste keer was voor een nieuwe Limburgse glossy die na één keer verschijnen alweer uit beeld verdween, de tweede voor een Limburgse glossy die allang zijn plek heeft gevonden, Navenant.

Tijdens dat eerste interview was hij het aanstormende talent, tijdens dat tweede de musicus die zijn plek in het Nederlandse muzieklandschap had gevonden en samenspeelde en –werkte met tal van bekende namen. We, een groepje Venlose muziekliefhebbers, zagen hem aan het werk tijdens het North Sea Jazz Festival, met bijvoorbeeld René Froger en opeens was hij ook op tv, als één van de pianisten van De Notenclub.

Voor de interviews maakte die veranderde status niets uit. Hij nam zich beide keren de tijd, was vriendelijk en openhartig. Gaf wat dat laatste betreft wel aan wanneer ik de pen even moest neerleggen. Wat ik dan deed.

Hij vertelde ook tijdens het tweede interview dat hij als meer dan alleen jazzpianist gezien wilde worden; hij beheerste tevens allerlei andere stijlen. Was ook componist, producer en arrangeur en sinds enkele maanden hoofdvakdocent aan het conservatorium van Enschede. Maar in tegenstelling tot enkele jaren daarvoor irriteerde het hem niet meer als mensen dat niet zagen. Hij had het over de vele leuke momenten van het bestaan als muzikant, maar wees er daarnaast kort op dat de muziekwereld soms een heel louche omgeving kon zijn.

Na afloop van dat tweede interview, begin 2005, was er nog een fotosessie. Vaak blijf ik daarbij aanwezig, nu ook. We begonnen in De Maaspoort, waar het gesprek had plaatsgevonden. Daar stonden knaloranje banken. Of hij daar maar even op plaats wilde nemen. Vervolgens zocht de fotograaf een andere locatie. Ik stelde de Gildestraat voor, de plek waar hij was opgegroeid, Glenn stemde meteen in. De eerlijkheid gebied te stellen dat de Gildestraat niet de meest fraaie straat van Venlo was en is. Het is een achtergevelstraat, enkele garageboxen en een bestrating bestaande uit grove, enigszins scheefliggende klinkers. Niet glamoureus, wel echt. Op de in die straat genomen foto staat een vriendelijk glimlachende, jongensachtige man, handen diep in de zakken. Hij was toen al een groot musicus, had nog grootser kunnen worden, maar was in mijn ogen wel heel gewoon gebleven. Dat was naar mijn mening precies wat de foto uitdrukte. Die foto in de Gildestraat.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad