Funs

9 maart 2021

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Van de week ging ik in gedachten even terug naar het interview dat ik jaren geleden had met het Venlose icoon Funs van Grinsven. Hoe dat zo kwam? Ik ben momenteel in transitie zoals dat zo mooi heet, zit in een periode van verandering. Dan is vooruit kijken naar de toekomst nog wat lastiger dan gebruikelijk en kom je daarom  vaker in het verleden terecht.

Zo kwam ik bij mijn vorige transitieperiode, een kleine twintig jaar geleden. Tot die tijd altijd een loonstrookje ontvangen en opeens niet meer omdat het reclamebureau waarvoor ik werkte iets te veel hooi op de vork had genomen en er mensen economisch overbodig waren, ik incluis. Dus besloot ik voor mezelf te beginnen – gevalletje ‘een beetje van Maggi, een beetje van jezelf’. Want aan dat zelfstandig ondernemerschap had ik tot vlak voor die tijd nauwelijks gedachten besteed.

Het kwam er dus wel van. Vandaar dat terugblikken nu er weer wat verandering speelt. Vooral in het begin van mijn freelance-bestaan maakte ik heel wat kilometers, door vrijwel heel Nederland. Zeer bijzonder waren de vele monumentale gebouwen die ik mocht bezoeken en bezichtigen. Van Paushuize tot het Mauritshuis, van het Heel-Holland-Bakt-landgoed tot het Rijskmuseum vlak voor de heropening in 2013, waar ik tijdens een private tour zelfs ondergronds opgeborgen kunstschatten zag.

Veel mensen geïnterviewd, wat ik uiteraard blijf doen, in de afgelopen jaren. Kunstenaars, sporters, politici, muzikanten, prominenten en minder prominenten. Daarvan zijn er veel in de vergetelheid verdwenen, maar sommigen blijven je bij. Zoals dat gesprek met Funs van Grinsven, vooral vanwege de afronding. Ik herinner me het nog (vrij) goed, het was begin 2003 en 65 jaar nadat Funs (ik ben zo vrij) stadsprins van Venlo was geweest. Gezien het moment stelde ik aan de eindredacteur van de De Trompetter – waar ik mijn beginperiode voor schreef – voor om met de bekende Venlonaar terug te blikken.

Ik zocht zijn nummer op in het telefoonboek – dat hadden we toen nog – pleegde een belletje en zat een paar dagen later in de huiskamer van de Van Grinsvens aan de Karel van Egmondstraat. Volop lekkers op de tafel en Funs’ echtgenote Mary die vroeg of ik koffie, thee of liever fris had, waarna ze zich terugtrok. Funs vertelde honderduit, zoveel dat ik een boek had kunnen vullen (wat door iemand anders is gedaan). Omdat ik  zoveel mogelijk met de lezer wilde delen, werd het niet mijn beste artikel – ik vergat even dat schrijven vooral ook schrappen is.

Meest bijzondere deel van het interview vond zoals gezegd aan het eind plaats. Natuurlijk hadden we het over de door Funs geschreven liedjes gehad. Of ik het leuk vond dat hij ze voor me zong. Uiteraard, was mijn reactie. Dus nam hij plaats achter de piano en zong ‘Venlo mien ald’ en uiteraard ‘Venlo stedje’. Hoewel er ongetwijfeld meer mensen een privéconcert van Funs hebben gekregen (zie de bijgevoegde mini-documentaire die Wiel Hermans maakte), was en is het voor mij een bijzondere herinnering. Een van die bijzondere herinneringen uit mijn freelance-carrière tot nu toe.

Die nu een wat andere richting in gaat. Meer lokaal en regionaal georiënteerd en deels op een wat andere manier dan voorheen. Wat dat gaat brengen is op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Hopelijk weer veel fijne en bijzondere interviews met aimabele mensen zoals Funs van Grinsven.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad