In de wachtkamer

28 maart 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Daar stonden we dan. Passanten, zal ik maar zeggen, op gepaste afstand van elkaar, dat zeker. En met het wettelijk toegestane aantal. Of iets erboven, tellen is niet mijn sterkste kant. We namen het nieuws door. In de open lucht, onder een stralend zonnetje.

Voordat ik verder ga over ons gesprek even iets over dat zonnetje. Zoals wij lang niet altijd even aardig zijn tegen moeder natuur is dat nu vice versa ook het geval. Vind ook dat ze het overdrijft. Dat ze zich eigenlijk van een wel heel valse kant laat zien. Want ga maar na: hoeveel bakken water kregen we eerder dit jaar niet over ons heen? Dag na dag regen. En nu? Vanaf het moment dat we te horen kregen dat we binnen moesten blijven staat de zon dagelijks strak aan de hemel. Worden we verleid door zonneschijn en diepblauwe luchten.

Maar goed, terug naar ons gesprek. Dat ging, uiteraard, vooral over ‘het onderwerp’. En daar maakte iemand een treffende opmerking over. “We zitten in de wachtkamer.” Vond ik een mooie metafoor. We zitten inderdaad in de wachtkamer, in een fase van transitie. Maar waar je normaal gesproken weet waar je in een wachtkamer op wacht, daar weten we dat nu niet. Het verleden is geweest, de toekomst meer nog dan voorheen ongewis.

Hoe ziet onze wereld er over een paar weken, een paar maanden uit? Hetzelfde als nu? Dan hebben we van deze hele ellende blijkbaar niets geleerd. Of trekken we er lering uit? Hoe lopen we over een paar maanden over straat? Houden we nog steeds die anderhalve meter aan, zoals we nu hebben geleerd en ook door veel mensen wordt aangehouden? Hoe staan we in een café of restaurant? Ongedwongen of toch wat terughoudend? En wat te denken van theatervoorstellingen, een popconcert of bezoek aan een voetbalwedstrijd? Gaan we daar weer net zo gemakkelijk naartoe als voorheen of laten we dat voorlopig maar even zitten?

Ik weet het niet, zoals ik evenmin weet of dat wat er nu gebeurt een boodschap is of iets wat nu eenmaal gebeurt. Ik hoop in ieder geval dat we op een dag weer ongedwongen de deur uit kunnen, maar wel met het besef dat het zomaar anders kan zijn, dat we van de ene op de andere dag in een andere werkelijkheid terecht kunnen komen.

Wat ik verder hoop is dat zo dadelijk de wekker gaat en dat ik dit stukje typ in wat niets anders is dan een nare droom. Of dat de lichten aangaan en blijkt dat ik in de bioscoop naar een apocalyptische film heb zitten kijken. Terwijl ik natuurlijk verdomd goed weet dat alles wat nu gebeurt echt is. Laat het snel voorbij gaan, ik wil weer naar de dagelijkse sleur.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Containertuintjes en de  oneindige reeks van scheten

Containertuintjes en de oneindige reeks van scheten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen De ondergrondse afvalcontainer, daar ging het opeens over. Jarenlang zo’n ding voor de deur gehad. Nou ja, bijna voor de deur. Handig als de vuilnis moest worden weggebracht; ik hoefde maar een paar meter te lopen. ’s Zomers...

Brandbrief Venlose ondernemers tegen sluiting NS-loket

Brandbrief Venlose ondernemers tegen sluiting NS-loket

In de december liet de NS weten het fysieke loket op het treinstation in Venlo te willen sluiten. Een bijzonder ongewenst besluit, vindt winkeliersvereniging Venlostad.com die bijval krijgt van de Vereniging van Vastgoedeigenaren Venlo (VVEV) en Stichting Venlo...