Nachtmerrie

11 mei 2021 | Leestijd: 3 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Erover gehoord had ik al wel, maar toch was ik nog enigszins verbijsterd toen ik er daadwerkelijk mee werd geconfronteerd: de wachtrijen voor sommige Venlose winkels. In dit geval de Primark. Tot op de hoek stonden ze, nee, tot om de hoek stonden ze, tot aan de trappen naar de Luif, het oude stukje stadsmuur.

Een wachtrij voor een modewinkel, dat kon er bij mij niet in. Sowieso heb ik een hekel aan wachten in een rij. Enige uitzondering, met veel tegenzin, was voor een popconcert. Maar dan ga je voor iets unieks, iets dat je misschien nooit meer hoort of ziet. Verder is mijn motto: hoe meer mensen naar binnen willen, hoe liever ik buiten blijf.

Kon het zijn dat die wachtenden ook iets unieks in het vooruitzicht hadden. Ik ken de winkel alleen van de etalage, maar dat leek me niet. Ja, goedkope mode, heel goedkope mode. Je kunt er graaien, met een meer dan volle tas naar buiten lopen en dat amper in de portemonnee voelen. Wat wel fijn is, want ik heb begrepen dat een deel van die gekochte kleding amper tot soms wel helemaal niet wordt gedragen. Een miskoop doet dan weinig pijn.

Maar toch, om dan in de rij te gaan staan… Nu ben ik op sommige vlakken wat wereldvreemd en zeker niet modebewust. Als er bij mij iets in de klerenkast hangt, hangt het er jaren. Ik probeerde me zo voor te stellen dat bij al die mensen in de rij wachtenden niets meer in de kast hing, dat de kledingnood hoog was, dat er onmiddellijk nieuwe shirts, broeken en rokken nodig waren. Het lukte niet.

Een half uur, een uur of misschien nog langer wachten om een modezaak in te mogen. Terwijl ik langs de rij wachtenden liep trachtte ik me er opnieuw iets bij voor te stellen. Ik keek naar de gezichten. Ze leken het normaal te vinden. Geen ongeduld maar berusting, verveling en onverschilligheid. Het wachten was ingecalculeerd. Alle tijd om de social media te checken.

Ik liep verder en stond voor een volgende verrassing, een opengebroken Maaskade. Een drastisch opengebroken Maaskade. Ach ja, afronding Maasboulevard herinnerde ik me, terwijl ik zag hoe snorrende scooters en gehaaste fietsers voetgangers op de geïmproviseerde stoep de stuipen op het lijf joegen.

Maar wacht eens even, ik miste iets. Waar is Petatte Wiel gebleven? Ik zag de kenmerkende oranje-witte frietkraam niet meer. Mijn blik ging naar de Kop van de Weerd. Verplaatst misschien? Nee, geen tweede kiosk daar, geen oranje-wit. Verder lopend ontwaarde ik omhoog stekende damwanden, hekwerk, bouwmaterieel en hé, toch, helemaal ingebouwd de zaak van Petatte Wiel. Zal je maar gebeuren. Staat de maand van de Duitse feestdagen voor de deur, word je aan het zicht onttrokken zodat een belangrijk deel van je clientèle je niet meer weet te vinden en ongetwijfeld op zoek gaat naar een alternatief.

Die nacht droomde ik dat ik zin had in een frietje van Petatte Wiel – vraag me niet waarom, ik ben niet zo’n frietman. Ik ging op zoek, maar kon hem niet vinden. Er stonden muren, hoge hekken, barricades, zelfs een slagboom met een soort grenswacht. Ik wandelde schouder aan schouder met tal van anderen door een labyrint, rook de geur van friet, maar vond hem niet.

Totdat ik een enigszins verborgen ingang ontdekte, de ingang naar een tunnel. Ik kroop de donkere ruimte in, op weg naar het eind van die tunnel. Plotseling zag ik licht. Nog een paar stappen. Opeens stond ik in een paskamer van de Primark, een woedende meute voor me die me bekogelde met kledingstukken. Waaronder ik steeds meer bedolven raakte.

Tot ik plots wakker werd, verstrikt in mijn dekbed. De boze meute was verdwenen. Straks toch maar even checken of die wachtrijen ook een hersenspinsel zijn en Petatte Wiel gewoon bereikbaar is.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad