Sodeju, waat unne pisknaok

22 augustus 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Streng waren ze niet, mijn ouders. Billenkoek, de bekende draai om de oren, ik heb het nooit ervaren. Donderpreken dan? Minimaal. Herinner me die ene keer in De Efteling. Vond het wel leuk om als kleine dreumes voortdurend verstoppertje te spelen. Tot niemand me meer kon vinden. Dat is weliswaar de essentie van het spel, maar in een druk pretpark ontstaat er dan lichte paniek, bij ouders, kind en verdere entourage. Ik werd overigens snel weer gevonden. Waarna wat stichtelijke woorden volgden.

Er is er nog een, een donderpreek, jaren later, toen ik als tiener eens uren te laat en lichtelijk aangeschoten thuis kwam. Mijn vader gaf er duidelijk zijn mening over. Maar verder… Laat ik stellen dat ik als kind en tiener weinig recalcitrant was. Dat is iets van later.

Streng was mijn vader wel in een wat andere kwestie: het Venloos. Wij aten thuis dus niet van een bord, maar van ‘unnen telder’. En daar lagen geen mes en vork bij, maar ‘mets en vorket’. Op dat vlak werden we wel regelmatig gecorrigeerd. Al was hij geen extremist. Ja, wel ‘aanleng’, maar ‘bótterham’ hoefden we niet te vervangen door ‘vimme’ en we lagen ’s avond in bed gewoon onder een ‘daeke’ in plaats van onder de ‘pölf’.

Buiten de deur werden we niet gecorrigeerd, maar vingen we natuurlijk wel regelmatig Venlose termen op. Zoals die keer bij VVV. Pap, broer en ik bezochten zeer regelmatig thuiswedstrijden van Venloos voetbaltrots en stonden dan meestal op de lange zijde, overdekt. En zoals dat zo gaat bij voetbalwedstrijden, er vliegen de nodige verwensingen rond. Richting scheidsrechter, richting tegenstander.

Welke wedstrijd het was weet ik niet meer, maar het moment zelf nog wel, het zal ergens eind jaren zeventig zijn geweest. Tegenstander, bal aan de voet, trok op over het middenveld, wordt lichtjes aangetikt door een VVV-speler en gaat kermend neer. Iedereen die wel eens bij een voetbalwedstrijd is geweest weet wat er dan gebeurt. Dat gebeurde dus ook in De Koel. Boegeroep, gejoel. Een heerschap in mijn nabijheid vond dat hij er nog wel iets aan kon toevoegen: ‘Daorspeule, laot maar ligge dae pisknaok’. ‘Pisknaok’, prachtig woord, al moest ik even nadenken wat hij ermee bedoelde. Of dat het soort Venloos was dat we volgens pap moesten bezigen betwijfel ik, maar hij zal er ongetwijfeld om hebben moeten lachen.

Nog steeds proberen veel mensen het Venloos zo levend en authentiek mogelijk te houden. Op allerlei manieren. Verenigingen, schrijvers, kunstenaars. Die kunnen overigens nog zo hun best doen, het is het volk zelf dat bepaalt of een woord, een term overleeft of verloren gaat. Of woorden als ‘kwastelorum’, ‘pletske’, ‘bergemuuske’, ‘mallekedeej’ (of ‘mallekedoo’ zoals wij thuis zeiden), ‘drekshoup’ en ‘majjeme’ nu nog door de jongeren worden begrepen kun je je afvragen. Maar het is wel fijn dat er pogingen worden gedaan ze in ere te houden. Met een woordenboek, een kunstzinnig hek, met toneel, met een kwartetspel en ja, ‘Sodeju’, nu ook met een quiz. Je moet er wel een paar ‘äörtjes’, wat ‘moos’ voor neerleggen, maar dat heeft de rechtgeaarde Venlonaar er zeker voor over.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Containertuintjes fleuren Venlose binnenstad op

Containertuintjes fleuren Venlose binnenstad op

In de Venlose binnenstad worden tien zogenaamde containertuintjes geplaatst. Deze op maat gemaakte plantenbakken moeten de verrommeling bij de ondergrondse containers tegengaan. Tegelijkertijd dragen ze bij aan het vergroenen en opfleuren van de Venlose binnenstad....