Stadscolumn: Beeldenstorm

30 juni 2020

Wij Venlonaren zijn altijd een vooruitstrevend volkje geweest, ook al wordt wel eens anders beweerd of gedacht. Kijk maar eens hoe we onze ligging aan de Maas hebben benut. Hoe lang wordt hier niet al handel gedreven dankzij die Maas. Leverde dat alleen maar fijnzinnige taferelen op? Nee, denk alleen maar aan de arbeidsomstandigheden tijdens het laden en lossen van al die boten, of schepen, die in Venlo aanlegden. Maar de geschiedenis laat zich zelden lezen als een sprookje, geschiedenis heeft tal van rafelranden, al zijn er mensen die dat met terugwerkende kracht willen ontkennen.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

De inwoners van Venlo waren er ook al vroeg bij waar het het bouwen van stenen huizen betrof. Daarom zijn er in de Venlose binnenstad nog veel sporen uit de late Middeleeuwen te vinden, is in onze stad zelfs, zo wordt gezegd, de meest middeleeuwse winkelstraat van het land te vinden. Dat wordt in de nabije toekomst verbeeld in een bijzonder gevelplan dat het eeuwenoude karakter van de Gasthuisstraat, want daar gaat het over, moet benadrukken.

Ook wat de beeldenstorm betreft lopen we voorop. Nee, niet die van 1566, die schijnt in Venlo een zeer bescheiden karakter te hebben gehad. Ik bedoel de huidige beeldenstorm, waarbij een groep raddraaiers willekeurig historische figuren beklad of van hun sokkel trekt.

Venlo heeft daarin een voorlopersfunctie. Want het bekladden van standbeelden, dat gebeurde hier meer dan 20 jaar geleden al. ‘Nee’ stond er toen op het beeld van monseigneur Nolens geschilderd. Was overigens niet zo zeer tegen de geestelijke gericht als tegen de geplande parkeergarage onder het even verderop gelegen plein – die er uiteindelijk wel kwam.

Van meer persoonlijke aard acht ik het van de sokkel trekken ook alweer jaren geleden van Tsen Koa Pai, beter bekend als Pinda Wullem. Wellicht door enkele streng-katholieken die zich er met terugwerkende kracht aan stoorden dat Wullem meer dan alleen noten in zijn tas met handelswaren blijkt te hebben gehad.

Nu het voorbeeld van Venlo in de rest van Nederland en een aantal andere landen wordt nagevolgd, kun je je afvragen welke beeldhouwwerken in onze stad alsnog in gevaar verkeren. Zeehelden en ontdekkingsreizigers staan hier in ieder geval niet. De Vreedzame Krijger lijkt me voorlopig veilig, zeker gezien het enthousiasme waarmee zijn terugkeer werd begroet. Al is het natuurlijk wel een krijger en daar kun je wat van vinden. Jocus-haan bij het Limburgs Museum lijkt ook onverdacht, al zullen er mensen zijn die haantjesgedrag als een vorm van onderdrukking zien.

De wachters van Tajiri dan. Ze staan op wacht, wat doet vermoeden dat zij het vrije verkeer tussen de stadsdelen willen beperken. Jij komt er wel in, jij niet. Uitsluiters, dus ook mogelijk doelwit van beeldenstormers. De knoop dan, eveneens van Tajiri. Omver dat ding, die wirwar zaait verwarring. Het Heilige Hart-beeld op de Keulsepoort en het beeld van eerder genoemde Monseigneur Nolens? Die kunnen het als toonbeelden van het verderfelijke katholicisme vergeten. En het Schinkemenke, hup, van z’n voetstuk, die dierenmishandelaar.

Op het eerste oog lijkt de ‘Tango’ van Fons Schobbers een van de weinige beelden in Venlo dat de dans zal ontspringen. Aan de andere kant, een abstract beeldhouwwerk, dat kan natuurlijk helemaal niet. Omver dat ding, zonder nog verder na te denken.

Terug