Tere kinderzieltjes en schunnige liedjes

16 februari 2021 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Een week of wat geleden schreef columnist Sef Derkx over Sjang van de Edah (wap, wap!). Ook voor mij een bekende spreuk uit mijn jeugd. Een deel van het verhaal kende ik, maar voor mij was het altijd iemand uit het verleden. Dus dat hij eind jaren tachtig pas overleed, verbaasde me.

Het verhaal van Sef bracht me terug naar andere spreuken, verzuchtingen en liedjes uit mijn jeugd. Daar ga ik wat dieper op in, met als waarschuwing aan de lezer dat het wel een tikje ordinair wordt. Denk dat wat we toen als kleine jochies te horen kregen, tegenwoordig niet meer zou kunnen. Tere kinderzieltjes en zo.

Net zoals wij als jeugd bij de joekskapel op een gegeven moment maar ‘un glaas beer’ mee moesten drinken als er weer eens een rondje zonder cola voorbij kwam. Terwijl we nog niet droog achter de oren waren. Zou, opnieuw, nu niet meer kunnen. Je wordt meteen gefileerd. Overigens, dat we met die joekskapel ooit tijdens een zitting in toen nog de Prins van Oranje de Joeks Tamtam ten gehore brachten, verkleed als bosn….. (oh nee, mag niet meer), kun je je ook al niet meer voorstellen. Andere tijden, andere moraal.

Maar goed, spreuken, verzuchtingen en liedjes van een twijfelachtig allooi. Zoals de verzuchting die ik nog wel eens van mijn vader en zijn vrienden hoorde: ‘jao, jao, zag ut maedje, maar het zag neet jao’. Kan nu natuurlijk absoluut niet meer. Vrouwonvriendelijk. Nog voordat je de laatste ‘jao’ hebt uitgesproken is er al een actiegroep opgericht.

Maar het wordt nog veel minder fijnzinnig. Weer naar de kroeg, want de volgende kreet ging meestal vergezeld van wat glazen bier. En was ook een soort groepsdingetje. De kreet kwam meestal uit het niets, maar actie en reactie volgden elkaar soepel en zonder dralen op. Het begon ermee dat iemand riep: ‘Hoch ist der Himmel’. Waarna een volgende reageerde met: ‘weit (of was het breit?) ist der rok’. Met vervolgens als gezamenlijke afsluiting: ‘Rein mit der Rabarberstok’.

Ja, ik weet het, opnieuw. Kon niet, kan niet. Maar werd destijds zo gewoon gevonden, dat we het als kleine mannekes al hoorden, terwijl we het nog niet eens helemaal begrepen. Dat kwam pas later. Om de boel maar een beetje in evenwicht te brengen en dit ietwat scabreuze schrijfsel te beëindigen, nog eentje. Waarin dus zowel een man als een vrouw figureren. Het is een deuntje dat is gebaseerd op het Duitse drinklied ‘Wir versaufen Unserer Oma Ihr klein Hauschen (zie hieronder). Daar was een aangepaste tekst voor gemaakt. Geen idee door wie, maar zoals ik al aan het begin vermeldde, het is ordinair. De tekst maakt gewag van ene Wiejeer die een wiemel als een wony heeft en tevens van Wato met een wut als een woe.

Bij sommigen komt nu ongetwijfeld een blijk van herkenning, anderen zullen, als ze halverwege niet al zijn gestopt, aan een afkeurend ‘foei’ denken. Maar goed, dit is gewoon een stukje geschiedenisvertelling, dus schiet alstublieft niet op de boodschapper. Die stond er ook maar bij en hoorde het aan.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

VenloVanvruuger: Ruth Kantorowicz

VenloVanvruuger: Ruth Kantorowicz

Op zondag 26 juli 1942 werd in de katholieke kerken van ons land een brief van de bisschoppen voorgelezen waarin de behandeling van de joden door de Duitse bezetter in scherpe bewoordingen werd veroordeeld. Het was een protest dat mede gedragen werd door andere...