Tijgers en zwijnen

12 september 2020

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

“Komp geej óg noow heej de nek wasse?” Het is alweer heel wat jaren geleden dat mijn ouders met familieleden van moeders kant een echt Venloos café binnenstapten. Pap en mam keken niet op van de door de gezette, in strak wit T-shirt gehulde eigenaar van de kroeg uitgesproken verwelkoming. Ze kenden hem, wisten niet beter. Bij mams aanhang zorgde het wel voor wat gefronste wenkbrauwen. Een tante werd het bijna teveel. In welke penozekroeg waren ze in godsnaam terecht gekomen?

Ik moest van de week terugdenken aan de anekdote – die lang erna nog regelmatig in familiekring ter sprake kwam – toen het over kroegen ging en er een pophit uit de vroege jaren van mijn staptijd voorbij kwam. Die hit was ‘Glow’ van Rick James – we kunnen er maar vanaf zijn. Gesprekken en song deden me zomaar terugdenken aan café ’t Zwijnshoofd aan de Venlose Houtstraat. Die weer een connectie had met eerder besproken etablissement.

Op een geven moment bestond ’t Zwijns, zoals we het gemakshalve noemden, volgens mij 2,5 jaar en dat vroeg om een feestje. Dus stond er een dj en domineerden twee manshoge luidsprekers de zaak. Uit die speakers klonk onder meer ‘Glow’ van Rick James. Heerlijke, onbekommerde tijd. Door de week naar school, in het weekend op stap. Meer hadden we niet aan ons hoofd.

Via ’t Zwijns kwam ik in gedachten, voor mij vanzelfsprekend, bij de Tijger, De Gouden Tijger. Dat was in die tijd voor veel jongeren de broedplaats van het uitgaan. Ons plekje was vaak het zaaltje links achter – of het zaaltje waar je via de zij-ingang meteen in terecht kwam. Uurtje of negen naar binnen, om twee uur was het voorbij. Dat werd duidelijk aangegeven door eerst Sinatra en vervolgens dat deuntje over Venloos Alt. Daarna was het stil, stond je opeens in het felle licht; terug in de realiteit. Meer duidelijkheid kon je niet wensen.

Na een paar jaar was je te oud voor de Tijger en verkaste je naar andere oorden, veelal naar cafés op de Parade – al was Tutti Frutti op de Straelseweg ook nog even hip. Tot er een moment kwam dat iedereen te oud – of te jong – was voor De Gouden Tijger. En de kroeg werd gesloten. Het oudste café van Venlo. Met die karakteristieke uitstraling. Eeuwig zonde.

Maar als je de nostalgische bril even afzet dan zie je dat op die plek geen kroeg meer mogelijk is. De Tijger was een echt Venloos café gelegen aan de Lomstraat, waar destijds nog veel Venlose ondernemers actief waren. Denk bijvoorbeeld aan de groentewinkel van de familie Raas, ‘Jacky’, aan Het Vleespaleis, De Lampenier, Darco, Bella Perrée, De Goudse Kaascentrale, IJssalon Italia, Hermsen en niet te vergeten ’t Kelderke. En was het Cuijpers of Kuipers die in dat fraaie monumentale pand met die ook alweer verwijderde karakteristieke trap zat. Vrijwel allemaal verdwenen, op de souvenirwinkel van Steegh na.

Verdwenen, om nooit meer terug te keren. Dachten we ook lang over De Gouden Tijger. Maar die keert wel terug. Nee, niet meer aan de Lomstraat, tijden zijn veranderd. Op een andere locatie, een stukje verderop. De naam neigt naar nostalgie, roept herinneringen van vroeger op. Maar meer dan dat zal het niet worden. De nieuwe Gouden Tijger is van nu, van het uitgaanspubliek van nu. En dat is net zo veranderd als de Lomstraat is veranderd.

Terug