Vakantiegevoel

8 augustus 2020 | Leestijd: 3 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Van de week ging ik even terug naar het verleden, naar de zomers van mijn jeugd. Mooie herinneringen. Wekenlang vrij, wekenlang zon (althans in mijn herinnering) en als kers op de taart ‘op vakantie’.

Mijn eerste ‘op vakantie’ kan ik me niet meer herinneren maar was in eigen land – wat in die tijd nog heel gewoon was. Noordwijk was volgens mij de bestemming en geloof het of niet, ik had heimwee. Schijn niet te hebben gegeten en lag ’s nachts in mijn slaap ‘Venlo’ te roepen. Tja…

Dus toen het een jaar of twee later richting Spanje ging, waren mijn ouders er niet gerust op. Het ging echter goed, Sant Feliu beviel me beter dan de Hollandse kust. Dat we met twee gezinnen gingen, heeft ongetwijfeld ook een rol gespeeld.

Dat bleef in de jaren erna, met meerdere gezinnen ‘op vakantie’, veelal naar Italië. Naar Peschiera, Rimini en Riccione en vooral Bibione, waar zich zo’n beetje een Venlose enclave vormde. Ik kijk er met enorm veel plezier naar terug. Dat begon al weken van te voren als de gesprekken over de reis gingen. Dan kwam de vertrekdatum in zicht en steeg de spanning.

Met de nacht voor vertrek als magisch moment. We vertrokken bij dag en dauw zoals dat zo mooi heet en moesten dus op tijd naar bed. Slapen lukte maar moeilijk. Tot je rond vier uur, half vijf wakker werd gemaakt. Buiten schemerde het, binnen rook het naar versgezette koffie, voor in de thermoskan. De auto was de avond van te voren al vol gepakt.

Na het ontbijt troffen we elkaar op straat, hoek Jodenstraat, Kwartelenmarkt. Fluisterende begroetingen want de buurt sliep nog. Nou ja, niet de buurvrouw van oma een paar deuren verderop. Die hing uit het raam, met een grote witte zakdoek om ons uit te wuiven.

Na de begroetingen op weg. Bij het eerste daglicht de eerste heuvels. Dan wist je, we zijn ‘op vakantie’. Bij de reis hoorde ook altijd een, soms twee overnachtingen. Ja, je kunt Noord-Italië goed in een dag doen, maar dat paste niet bij het vakantiegevoel. Wat we tijdens de overnachtingen in Oostenrijk al volop hadden.

Eén van de overnachtingshotels staat me nog goed bij, in het pittoreske plaatsje Oberdrauburg. Waar ze, vonden we toen, de lekkerste apfelstrudel ter wereld hadden. En waar onze hotelkamer – met zo’n typisch Oostenrijks balkon met geraniums – uitkeek op de ruïne van een kasteel. Fysiek ben ik er nooit geweest, bij die ruïne, maar in gedachten liet ik het bouwwerk en zijn roemrijke verleden tot leven komen. Meest bijzondere van de dag van aankomst was het moment waarop zee of Gardameer in het zicht kwamen. Dan lagen er twee weken zorgeloos vakantieplezier de luxe in het vooruitzicht.

Tot er een jaar komt dat het vroegere vakantieplezier opeens weg is. Ja, op vakantie gaan is nog altijd leuk, maar niet meer zoals toen, als kind. Al blijft het leuk om de Spaanse, Italiaanse, Franse of wat voor zon dan ook op te zoeken.

Veel mensen doen dat dit jaar niet. Ze kiezen voor de Nederlandse zon en zee. Omdat ze dat prettiger of veiliger vinden. Of dat zo is mag iedereen voor zichzelf beoordelen. De plaatjes bij het nieuws de afgelopen dagen lijken dat te weerleggen.

Maar je hoeft natuurlijk niet naar de kust. Nederland heeft ook in het binnenland tal van leuke locaties. Zoals Venlo (en omgeving) – er is zelfs een magazine over verschenen. Over leuke winkeltjes, pittoreske straten en pleinen, volop culinair genieten, cultuur en historie. Dus ja, alleen al in Venlo is veel, heel veel te beleven. Maar dat wist ik als kleine peuter in dat verre Noordwijk al.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad