Van huurbazen en parkeerperikelen

21 maart 2020 | Leestijd: 2 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Zo op het eerste oog zag het er sfeervol uit, begin van de week. Het zonnetje scheen, de temperatuur was aangenaam en overal zag je plukjes middenstanders in de Venlose binnenstad. Sommigen in de deuropening, anderen hadden wat stoeltjes bij elkaar gezet – op gepaste afstand uiteraard.

Mijn gedachten gingen terug naar medio jaren negentig, toen ik zelf nog onderdeel was van een middenstandgezin. Destijds was de buiten haar oevers tredende Maas tot twee keer toe de boosdoener. Grote delen van de stad stonden blank, de consument bleef thuis. Of werd ramptoerist.

Wij hadden mazzel, al was het een van de keren heel erg ‘close’. Stond het water ons tot aan de lippen, nou ja, de deuropening. Om de klanten toch de kans te geven met droge voeten onze kapperszaak binnen te komen, legde pap drie dikke plavuizen voor de deur, net hoog genoeg om boven het water uit te komen. In die periode was voor onze woning aan de Jodenstraat ook een geïmproviseerde brug aangelegd, zodat fietsers en voetgangers geen grote omwegen hoefden te maken vanwege de in een grote vijver veranderde Kwartelenmarkt.

We hielden het overigens niet helemaal droog. Het water kwam weliswaar net niet door de voordeur binnen, maar wel via de keldervloeren. Opkomend grondwater. In eerste instantie gingen we de strijd nog aan, toen kwam de berusting. En veranderde de kelders in kinderbadjes.

Wat ik me van die tijd herinner is de saamhorigheid tussen ondernemers en buurtbewoners, dat bij elkaar binnenlopen, overleggen, steun bieden. Op enig moment viel de stroom uit. Dus gingen de kaarsen rond. Van de overbuurman leenden we toen het water zich begon terug te trekken een vijverpomp, om de kelders leeg te pompen. Dat soort dingen.

Nu is de vijand onzichtbaar, omvangrijker, gevaarlijker ook, en treft hij iedereen, op een ongekende manier. Dus zoeken de binnenstadondernemers elkaar weer op. Zoals gezegd, dat oogt in eerste instantie luchtig, maar onder die luchtige laag liggen veel zorgen en onzekerheid. Met de financiën als belangrijkste zorg. Er komt weinig tot niets binnen, maar de kosten gaan door.

Ja, landelijke en gemeentelijke overheid hebben snel gereageerd en potjes gecreëerd. Maar er is meer nodig. En dan valt al snel het woord ‘huur’. Via via hoorde ik een quote van een huurbaas die me wel aansprak: “liever een maand geen huur dan over drie maanden een leeg pand”. Dat getuigt van realiteitszin, want dat pand heb je niet zomaar 1, 2, 3 opnieuw gevuld. “Zou best onze huurbaas kunnen zijn geweest”, hoorde ik bij een lokale middenstander. Want daar was de verhuurder spontaan naar binnen gelopen met de opmerking de huur voor komende maand maar even te laten zitten. Overigens, ik begrijp best dat de huurbazen ook verplichtingen hebben. Maar dat is meestal bij een bank. En die hebben al aangegeven deze keer niet onderdeel van het probleem maar van de oplossing te willen zijn. Daar ligt volgens mij dus ruimte tot onderhandelen.

Een andere, meerdere keren gehoorde suggestie is, om zo lang de winkels open zijn, gratis parkeren in te voeren. Misschien zelfs wel tot ver nadat deze ellende voorbij is. Als gemeente toon je je richting bezoekers gastvrij en richting middenstand loyaal.

Zo kwamen er meer ideeën voorbij. Want dat is kenmerkend voor ondernemers, en dus ook de middenstand. Ze hebben hun zorgen, maar proberen niet bij de pakken neer te zitten. Blijven open zo lang het kan, en mag. Omdat ze servicegericht zijn en de klant niet in de steek willen laten. Ze houden stand. Onverzettelijk. Ondanks de onzekerheid, ondanks de zorgen.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Kulinaire: Goed nieuws?

Kulinaire: Goed nieuws?

Een beetje vreemde kop boven deze column wellicht, in een tijd dat goed nieuws schaars is. Maar net zoals ik zijn er ongetwijfeld een hoop andere mensen wel eens aan toe, aan goed nieuws. Maar waar moet je dan aan denken als je het over goed nieuws hebt. Dan zul je...