Venlose bescheidenheid

25 juli 2020

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Een week of wat geleden maakte onze columnist Marcel Hogenhuis de lezer attent op het feit dat wat Nederland betreft de eerste benzineauto in Venlo reed. Daarover kun je je schouders ophalen. Je kunt ook mekkeren dat een deel van de huidige milieuproblematiek dus in Venlo is begonnen. Of je vindt het bijzonder.

Dat laatste is het geval in Arnhem. Want hoewel daar pas enkele jaren later een benzineauto reed – in Arnhem 1896, in Venlo 1893 – claimen ze in Arnhem wat dat betreft wel de primeur. Ze hebben het zelfs – onterecht dus – op een grote kei laten vermelden. In Venlo hebben de vroede vaderen er om hun moverende redenen nooit iets mee gedaan. Te bescheiden waarschijnlijk.

De eerste gloeilamp in Nederland dan. Philips, zal het gros roepen. Neen. Zoals de gloeilamp niet is uitgevonden door Edison maar door de, te bescheiden, Engelsman Joseph Swan, zo werd de eerste Nederlandse gloeilamp niet geproduceerd in Eindhoven maar in Venlo. Twee jaar eerder dan in de lichtstad. Bij ‘Emile Goossens, Pope en Van der Kaa’. Een bedrijfsnaam waarin de enigszins geschiedkundig opgevoede lezer meteen de naam van Alexander Pope herkent. Oud-werknemer van Swan en medeoprichter van wat later Pope zou worden. Juist, de eerste gloeilampenfabriek in Nederland. Die stond dus in Venlo. En als Pope enkele jaren later de gevraagde 25.000 gulden had betaald in plaats van er 1.000 gulden onder te blijven, was Philips in Venlose handen gekomen. Het is nauwelijks bekend allemaal. Te bescheiden waarschijnlijk.

De afgelopen jaren heb ik vanwege mijn professie tal van Venlose ondernemers benaderd. Omdat ze een bijzonder verhaal te vertellen hadden. Omdat ze een bijzonder product maakten, soms zelfs een primeur. Maar wat was vaak het antwoord: ik, nee, ik heb toch niet belangrijks te melden. Te bescheiden waarschijnlijk.

Afgelopen week was ook weer een gevalletje te bescheiden. We stonden met een select gezelschap op Sportpark Vrijenbroek, bij, zeg maar, de afdeling Scopias. Die atletiekvereniging krijgt een nieuwe atletiekbaan. De eerste gerecyclede baan van Nederland, waarschijnlijk van de wereld. Je verwacht de harmonie of fanfare – want dat past wel in deze contreien. Je verwacht een Maurits Hendriks of toch op zijn minst Erika Terpstra. Je verwacht een Hugo de Jonge, Eric Wiebes of toch op z’n minst een staatssecretaris. En ja, zo’n primeur verdient de aandacht van de landelijke media.

Het was er allemaal niet. De aannemer was er, die heel enthousiast zijn verhaal deed. Iemand van de Atletiekunie. Dito. Iemand van Scopias, een heer van de gemeente en twee wethouders, dat dan weer wel.

Dat kun je wel weer verwijzen naar dat tv-kuiken uit de jaren zeventig met die eierhoed, maar neem van mij aan, als die eerste gerecyclede atletiekbaan in Amsterdam, Rotterdam of Den Haag had gelegen, dan waren alle voornoemde personen en dergelijke wel van de partij geweest. Hoe dat komt? Dat heeft natuurlijk met meerdere zaken te maken. Maar één van die zaken is bescheidenheid. Natuurlijk, je hoeft zaken niet op te blazen, overdrijven is een ballon die op een dag wordt doorgeprikt. Maar wat je vooral niet moet doen is je bescheidenheid overdrijven.

Terug