Winkels open, fietsers lopen… ja, ja

31 augustus 2021

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Ergens vorige week liep ik de Gasthuisstraat in, vanaf die bijna-botsingkruising voor de deur van de Loco waar wonderbaarlijk bijna nooit iets misgaat – vandaar bijna-botsing. Vanaf de Markt kwam een snaak op een scooter diezelfde Gasthuisstraat ingereden. Dat mag niet, zeker niet als de winkels open zijn, maar hij deed het toch. En niet zo zuinigjes ook. Hij scheurde slalommend tussen het winkelend publiek door, diep over het stuur gebogen, met een verbeten trek om zijn mond. Wat die verbeten trek precies betekende kon ik niet doorgronden: concentratie of waanzin?

Ik zag de scootersnaak op me af komen en in een fractie van een seconde dacht ik: ik zet even mijn schouder opzij. Ik deed het niet. Niet goed voor mij, zeker niet voor hem. Hij reed zo hard dat hij, uit zijn evenwicht gebracht, waarschijnlijk dwars door een etalageruit was gevlogen. Dan waren de poppen aan het dansen geweest en ik bedoel niet de paspoppen. Idioot gedrag als bij die snaak zie je – gelukkig – niet zo veel, maar het gejakker door de binnenstad – op scooter en fiets – neemt extreem irritante vormen aan.

Dus is een initiatief als ‘winkels open, fietsers lopen’ zonder meer toe te juichen. Voor wie het niet kent: het is een straattekst die een appél (ja, ik schrijf appél nog altijd met een streepje omdat er anders appel staat en dat is fruit, maar dit terzijde) doet aan fietser en bromfietser cq. scooterrijder om tijdens winkeltijden niet door de winkelstraten te fietsen. Nu mogen die laatste twee dat sowieso niet, door de binnenstad rijden, dus staat er alleen fietser, maar laten we de gemotoriseerde vrienden toch ook maar even aanspreken.

De straattekst werd een week of twee geleden aangebracht. Allereerst op veel te weinig plekken. Wil je mensen van iets doordringen, dan speelt de kracht van de herhaling een belangrijke rol. Dus zou de tekst inmiddels aan het begin en eind van iedere winkelstraat te zien moeten zijn en in veelvoud op het Vleesplein want daar is verkeersanarchie troef.

Maar hoeveel teksten je ook aanbrengt, het baat niet zonder handhaving. En nu kan het natuurlijk zo zijn dat ik het steeds mis, maar ik loop heel wat door de Venlose winkelstraten en zie jong en oud er met de fiets doorheen banjeren zonder dat ook maar iemand ze even halt houdt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Misschien is dat voor die fietsvandalen inmiddels ook wel de normaalste zaak van de wereld. Vinden ze het normaal dat ze horecapersoneel het dienblad uit hun handen rijden omdat ze geen tien meter willen omrijden. Vinden ze het normaal dat ze winkelende Vati’s  en Mutti’s de stuipen op het lijf jagen omdat door de binnenstad nu eenmaal de kortste weg loopt. En vinden ze het normaal dat ze al jakkerend met de blik op oneindig zomaar een tevoorschijn springend kind van de sokken kunnen rijden. Kleinigheidje hou je toch…

Nee, met alleen de spreuk ‘winkels open, fietsers lopen’ komen we er niet. Je kunt net zo goed proberen met een banaan een spijker in een stuk hout te slaan. Die spreuk is een begin. Aanhouden en verbaliseren stap twee. En als dat niet helpt? Drie maanden heropvoedingsgesticht waar iedere dag wordt begonnen met minimaal twee uur op de hometrainer. Uiteraard in de zwaarste stand – standje Mont Ventoux of zo iets. Zodat de fietsvandalen bij thuiskomst geen fiets meer kunnen zien.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad