70 jaar Molukse gemeenschap: “Vier net zo makkelijk vastelaovend als dat ik me thuis voel bij een pasar malam”

13 augustus 2021

VenloVanbinnen beschouwt met een korte serie portretten ’70 jaar Molukse gemeenschap in Nederland’ vanuit Venloos perspectief. In dit deel Katinka Luhukay (50), die zich een ‘Venloos maedje’ met Molukse roots voelt.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen, collectie Katinka Luhukay

“Bij ons thuis in Venlo-Zuid, waar ik geboren ben, liep vroeger iedereen in en uit door de achterdeur”, blikt Katinka Luhukay terug op de eerste jaren van haar leven. Zij en haar broers Jos en Jack komen uit een gemengd gezin, met Molukse vader Alex(ander) Luhukay en moeder Doortje Hendricks uit Venlo. “We woonden net buiten de Molukse wijk, werden zover ik me kan herinneren lang niet altijd voor feesten uitgenodigd, maar gingen wel bij allerlei andere Molukse families op bezoek, zoals in die tijd vaak gebeurde. Als kind vond ik het eigenlijk vanzelfsprekend, die gang van zaken.” Toen ze tien was gingen haar ouders uit elkaar. “Zonder ruzie of zo; wij bleven bij moeder. Het contact met vader is wel altijd gebleven.”

Humphrey
Gevraagd naar de achtergrond van haar in 1991 overleden vader, antwoordt Katinka dat die wat anders was dan de meeste KNIL-soldaten die naar Nederland kwamen. “Hij was nog jong, vrijgezel. Natuurlijk heeft hij wel eens verteld dat hij het vreselijk vond om noodgedwongen te moeten vertrekken. Maar omdat hij geen gezin had om voor te zorgen, zoals de meeste anderen, zag hij het ook een beetje als avontuur.” Haar vader, herinnert Katinka zich, zag er altijd piekfijn uit. “Gladgeschoren, bloes, stropdas, op maat gemaakt jasje en altijd blinkende schoenen.” Ze glimlacht: “Ze noemden hem vanwege zijn piekfijne voorkomen ook wel Humphrey (naar acteur Humphrey Bogart, red.).”

De jonge Alex Luhukay

Doorreis
Uit welk dorp de familie van haar vader precies komt, heeft Katinka tot op heden niet kunnen achterhalen. “In zijn paspoort staat als geboorteplaats Cheribon. Waarschijnlijk is hij daar in het ziekenhuis geboren omdat zijn ouders op doorreis waren.” Hoewel ze weet dat haar vader het vertrek van de Molukken pijnlijk vond, heeft hij het zover ze zich kan herinneren nooit nadrukkelijk over een terugkeer gehad. “Ik heb in ieder geval nooit het idee gehad dat hij dat wilde. Maar ik ben bijna twintig jaar na zijn aankomst in Nederland geboren. Toen speelde het waarschijnlijk al veel minder. Ik denk dat hij op enig moment heeft geaccepteerd dat zijn toekomst in Nederland lag.”

Twee werelden
Ze verwijst dan naar een voor haar vader bijzonder moment. “Wanneer het precies was, weet ik niet meer, volgens mij was Van Graafeiland burgemeester. Er werd een bijeenkomst georganiseerd op het Venlose stadhuis waar alle Molukse KNIL-soldaten uit Venlo een medaille of erepenning kregen – er waren toen nog veel mannen van de eerste generatie bij. Daar was hij wel trots op, die blijk van hulde van zijn stad.” Dat is ook hoe Katinka Venlo ziet, als haar stad. Ze is, zegt ze, “ein Venloos maedje” met Molukse roots. Ik vier net zo gemakkelijk vastelaovend – net als mijn vader vroeger overigens – als dat ik me thuis voel bij een pasar malam. Nee, ik heb die achtergrond van twee werelden nooit als lastig ervaren, meer als bijzonder, als leuk. Ik spreek Venloos dialect, maar ken ook wat woorden Maleis. Die taal zou ik best beter willen leren spreken. In mijn vriendengroep zie je die verschillende werelden ook terug, die is heel gemengd.”

Katinka op schoot bij haar vader

Spreekbeurt
Katinka groeide dus op in Venlo-Zuid. Ging op een gegeven moment in Hagerhof naar de jongensschool omdat haar broers daar ook al zaten. “Ik heb er ooit nog een spreekbeurt over de Molukken gegeven. Nee, bij ons thuis werd niet veel over vroeger gesproken. Maar je krijgt het toch mee.” School had ze overigens niet zo veel mee, zegt ze. “Dus zei mijn moeder op enig moment, nadat ik van De Hulster kwam: als je niet wilt leren, ga je maar werken. Dat heb ik gedaan. Altijd in winkels. Nu heb ik alweer jaren een eigen modezaak.” In de jaren zeventig, de periode van bezettingen en kapingen, was ze echter nog een kind. Natuurlijk kreeg ik er het een en ander van mee, maar niet heel nadrukkelijk, geeft ze aan.

Vooruit kijken
Dat kwam pas later. Eigenlijk wil ze het liever niet vertellen, maar het verhaal komt er toch uit. “Ik houd het maar wat algemeen”, lacht ze. “Ik was al wat ouder toen ik op een gegeven moment door een man werd aangesproken met de opmerking: oh, jij bent dus van die treinkapers. Ik werd me toch woedend, zo kwaad dat ik hem niet van een weerwoord kon dienen. Maar niet lang daarna zag ik hem weer. Hij werd al klein toen hij me aan zag komen lopen, begon zich al te verontschuldigen, maar ik heb hem toch even de volle laag gegeven. Die acties in die tijd hadden een reden. Nee, zelf was ik niet zo met de RMS en zo bezig, waarschijnlijk omdat er thuis zoals gezegd niet veel over was gesproken. Maar ik begreep wel waar de kwaadheid van veel Molukkers vandaan kwam. Zelf zit ik echter wat anders in elkaar. Ik ben altijd geneigd vooruit te kijken, naar wat wel mogelijk is, ook bij tegenslag.”

Andere wereld
Wat niet wil zeggen dat ze niet trots is op haar Molukse achtergrond. “Dat zie je in bepaalde dingen terug.” Ja, lacht ze, in het koken onder meer. “Daar hou ik van. Liefst sta ik dan de hele dag in de keuken om daarna gezellig samen met anderen lang aan tafel te gaan.” Verder, vertelt ze tot slot, heeft ze als wens een keer naar de Molukken te gaan. “Ik weet dat we er familie hebben, maar daar hebben we geen contact mee. Ik heb wel thuis al besproken dat ik er een keer naartoe wil. Denk dat ik daar nu wel aan toe ben. Ja, daar ga ik me zeker goed op voorbereiden. Bij die gelegenheid wil ik die andere wereld die ik in me heb beter leren kennen.”

Erepenning voor de Venlose KNIL-soldaten

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad