“Aanpak laaggeletterdheid is een continu proces”

10 september 2021 | Leestijd: 3 minuten

Het is deze week de Week van Lezen en Schrijven met daarin volop aandacht voor de strijd tegen laaggeletterdheid. Die is in Venlo behoorlijk hoog. Netwerkorganisatie Taalhuis Venlo organiseert daarom niet alleen deze week activiteiten, maar het hele jaar door.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Bibliotheek Venlo

Bijna een kwart van de Venlose bevolking – 23 procent om precies te zijn – is laaggeletterd. Dat is fors, ook als je het afzet tegen het landelijk gemiddelde dat ongeveer de helft minder is: 12 procent. Petra van Oosterhout, coördinator van netwerkorganisatie Taalhuis Venlo, waarin verschillende partijen actief zijn, weet dat er onderzoek gedaan is naar dat hoge Venlose percentage. “Dat komt voort uit een combinatie van oorzaken. Venlo telt bijvoorbeeld meer oudere mensen dan gemiddeld, een groep waarin laaggeletterdheid wat vaker voor komt. Ook meer mensen met een migratieachtergrond. De werkgelegenheid in Venlo, met van oudsher veel fabrieken en bijvoorbeeld kassen, is een factor. Daarnaast telt Venlo meer vrouwen dan mannen en onder vrouwen komt laaggeletterdheid vaker voor dan bij mannen.”

Achter in de klas
Ze vertelt dat bij ouderen vaak nog het gebrekkige onderwijs een rol kan hebben gespeeld. “Vroeger kenden ze bijvoorbeeld iets al dyslexie niet eens. Wie niet goed kon lezen en schrijven werd achter in de klas gezet en ging al op jonge leeftijd aan het werk.” Maar onder de jeugd van nu speelt het probleem eveneens, geeft Van Oosterhout aan. “Een belangrijke oorzaak is de ontlezing. Kinderen lezen geen boeken meer, krijgen niet op jonge leeftijd voorgelezen. Scholen en bijvoorbeeld Bibliotheek Venlo doen er van alles aan om dat  te stimuleren. En op het consultatiebureau wordt jonge ouders geadviseerd hun kinderen voor te lezen zodat ze gevoel voor taal krijgen.”

Extra activiteiten
Dat de laaggeletterdheid in deze Week van Lezen en Schrijven extra aandacht krijgt, vindt Van Oosterhout prima, maar, zegt ze “de aanpak van de laaggeletterdheid is natuurlijk een continu proces”. Deze week werden extra activiteiten georganiseerd zoals een Taalcafé met als thema Typisch Nederlands Eten, een theatervoorstelling rondom laaggeletterdheid en een levensgroot scrabble-spel.

Taalvrijwilligers
Maar het houdt na deze week niet op, maakt Van Oosterhout duidelijk. “We houden iedere week een Taalcafé. Een digitale versie was er al langer, maar we pakken nu ook de fysieke versie weer op. Doel is om met elkaar over een thema in gesprek te gaan waardoor deelnemers beter Nederlands leren spreken en begrijpen. Tevens zijn er themabijeenkomsten over maatschappelijk relevante thema’s voor statushouders. Daarbij kan het gaan over bijvoorbeeld de gezondheidszorg of het beheren van financiën. De opzet van die bijeenkomsten is drieledig: we willen mensen informeren, uit hun isolatie halen en laten oefenen met taal.” Verder, geeft ze aan, zijn er bijvoorbeeld getrainde taalvrijwilligers die wekelijks met mensen gaan oefenen en kunnen er groepslessen in kleine groepjes worden gevolgd.

Twee doelgroepen
Ze vertelt dan over de workshops die worden gegeven aan mensen in bijvoorbeeld de hulpverlening om laaggeletterdheid te herkennen. “Dat is de andere kant van het verhaal. Hoe merk je dat iemand laaggeletterd is en stimuleer je hem of haar er iets aan te doen?” Er zijn volgens Van Oosterhout twee doelgroepen te herkennen: mensen van Nederlandse afkomst en mensen met een migratieachtergrond. “Met name bij die eerste groep is de schaamte vaak groot. In de coronaperiode hebben we heel wat mensen uit die eerste doelgroep kunnen bereiken, iets wat normaal heel lastig is. Hoe? We zijn computercursussen gaan geven bij Huizen in de Wijk. Dat liep storm. De drempel daarvoor is minder hoog. Via die cursussen leerden we heel wat mensen kennen die problemen hebben met lezen, schrijven en rekenen. Verder komen we veel via onze partners in het Taalhuis bij laaggeletterden uit.”

Streven
Door corona, maakt Van Oosterhout tot slot duidelijk, zijn bepaalde activiteiten tijdelijk stopgezet. Dit najaar, zo is de hoop, kunnen die weer worden opgepakt. Met welk doel voor ogen, want er is ongetwijfeld een streven aan al die inspanningen gekoppeld? Ze lacht: “We streven naar een percentage onder de 20 procent. Dat is heel lastig, maar je mag best een droom hebben. We blijven ons er met onze partners in ieder geval volop voor inspannen, het hele jaar door.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad