Dick Evers: ‘Mijn kunstwerken tonen wie ik ben’

22 juni 2022

Dick Evers. Kunstenaar. Docent. Interieurontwerper. Inspirator. Vrijdenker. Feng Shui Expert. Maar ook een allemansvriend met (naar eigen zeggen) slechts enkele echte vrienden. In de rubriek KunstVanbinnen vertelt hij over zijn losbandige jeugdjaren, de jaren op de Kunstacademie, zijn visie op de Venlose kunstwereld, zijn sociale grenzen en de zakelijke opdrachten.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

“In opdracht schilderen past niet bij mij. Ik wil vrij zijn. Het gaat er om dat ik zelf tevreden ben over mijn werk. Bovendien heb ik veel lol met de dingen die ik doe. Zoals de Wild Art Workshops die ik al heel lang samen met Nina Bellen doe. Het is prachtig om te zien hoe de mensen helemaal los gaan. Nee, misschien is dat geen echte vorm van kunst of cultuur. Het is meer creatief entertainment, maar daar is niets mis mee. Toch?”

Geen gemakkelijke jongen
Het gezin Evers groeide op in de Venlose binnenstad. Vader, moeder en de drie zonen: Hans, Dick en René. Als tiener maakte de voormalig interieurontwerper de roerige jaren zestig bewust mee. Een periode die hem gevormd heeft tot de kleurrijke en artistieke persoonlijkheid zoals iedereen hem nu al decennialang kent. Hij lacht: “Nee, ik was zeker geen gemakkelijke jongen in die provotijd. Mijn oudste broer Hans kon heel goed leren, die is dan ook hoogleraar Gynaecologie en Obstetrie geworden. Zelf was ik al vrij snel met kunst en andere artistieke uitingen bezig. Ja, daar hoorde ook schoppen tegen de maatschappij bij.”

Problemen met gezag
De artistieke Evers weet ook wel dat er meer oorzaken waren voor zijn lastige karakter. “Ik was dyslectisch, had vaak problemen met diverse vormen van gezag en werd daardoor steeds meer een rebel. Ach, ik zeg altijd maar: mijn EQ is hoger dan mijn IQ. Maar daarvoor was in die tijd totaal geen aandacht.” Bij vlagen een nachtmerrie voor zijn ouders. Het was de strenge, doch rechtvaardige Tante An die zich over de recalcitrante Dick ontfermde. “Zij opperde het idee om mij een kans te geven op de Kunstacademie in Eindhoven. Met haar directe aanpak nam zij contact op met de directeur en zei: ik heb hier een gevalletje. Mag ik hem eens langs sturen. Voor mijn degelijke en lieve ouders was de Kunstacademie een soort Sodom en Gomorra. Mijn broer Hans had al eerder ambities gehad om die opleiding te volgen, maar kreeg van het thuisfront geen toestemming. Hij is uiteindelijk medicijnen gaan studeren.” Grijnzend: “Logisch. Hans is de slimste van ons drie. Hij beschikt over alle hersencellen die René en ik missen.”

Wanhopige docenten
Evers was 16 jaar en eigenlijk te jong om op de Kunstacademie te worden aangenomen. Toch kreeg hij een kans. “Ik was groot en fors gebouwd. Daarom dachten ze waarschijnlijk dat ik al 18 was. In die jaren vroeg niemand naar je identiteitspapieren. Wel moest ik toelatingsexamen doen.” Evers herinnert zich dat stadsgenoten als Luud Backes, Fons Schobbers en Erik Toebosch al een aantal jaren met deze opleiding bezig waren. “Als eerstejaars keek je daar enorm tegen op.” Waar Dick weinig mee op had, waren zijn docenten. Dat gevoel was wederzijds. Hij dreef zijn docenten tot wanhoop. ‘De activiteiten van Dick zijn ons volkomen onduidelijk?’ zo stond in één van mijn rapporten. ”Hij kijkt daar nu lachend op terug. “Ik was niet de enige. Diverse medestudenten waren net zo recalcitrant als ik. Met een aantal klasgenoten hebben we in die jaren wel eens een leraar aan zijn voeten vastgepakt en uit het raam gehangen. Of ik reed op een Harley Davidson door de hal van het schoolgebouw. Nee, dat namen ze mij niet in dank af. Toen moest ik wel zorgen zo snel mogelijk buiten te komen, want de conciërge was onderweg om de deur in het slot te gooien. Gelukkig was mijn mentor mij wel goed gezind: Een kunstjournaliste die schreef voor zowel de Volkskrant als NRC. Zij zorgde er mede voor dat ik over ging naar het derde jaar.”

Geld verdienen
Tijdens dat eerste jaar besloten de docenten van de Academie te gaan staken. Vreemd genoeg tot ongenoegen van Evers en zijn klasgenoten. “Ik dacht: wat een prutsers. Wij betalen er voor om les te krijgen en zij weigeren dat. De directie slaagde er niet om de groep in het gareel te krijgen. Om die reden zijn we met 40 studenten naar de Kunstacademie van Enschede vertrokken. Dat was een prachtige opleiding die mij voor een groot gedeelte gevormd heeft. Maar eigenlijk deed ik maar wat. Waar ik zeker handig in was, was geld verdienen. Dan kocht ik bijvoorbeeld goedkope shag in Enschede en verkocht dat voor een hogere prijs aan Duitse kroegbazen onderweg naar huis. DJ’en in diverse Limburgse disco’s leverde ook een lekker bedrag op. Verder ontwierp ik spaanplaatjes waarop diverse objecten verwerkt zaten. Noem het een vorm van kunst/ popart. Die verkocht ik voor 50 gulden per stuk. En het ging als een trein. Als iemand 25 gulden bood, ging ik ook akkoord, hoor. Ik heb er veel verkocht, alleen kan ik nu niemand meer vinden die nog een exemplaar in zijn bezit heeft. Zelfs mijn geliefde tante An niet.”

Commercieel talent
Uiteindelijk kreeg de jonge Evers een stageplek bij Benders Meubelfabriek in Belfeld, die zelfs een vaste baan werd. “Ik was net 21 jaar en mocht al naar een prestigieuze beurs in Milaan. Een prachtige ervaring. Zij merkten dat ik een commercieel talent was. Volgens Evers zelf werkt hij graag conceptueel. Een bron van inspiratie is Andy Warhol. “Dan gaat het mij niet eens om zijn kunstwerken, meer om de manier waarop hij het deed. Zoals zijn Factory en het werken met kleuren. Zo heb ik ooit voor een project tientallen overhemden gekocht in verschillende pastelkleuren. Op de Fashion-afdeling van de Kunstacademie zijn die volledig verknipt en vervolgens opnieuw in elkaar gezet. Zo ontstonden hemden met opvallende kleurcombinaties. Tijdens de modeshow droegen de modellen alleen die hemden, verder niets. Dat onderdeel van de show kreeg achteraf de meeste aandacht, ook in de pers. Maar ach, het was een andere tijd. In die jaren waren in Nederland 15 ontwerpers actief en bloot kón. Tegenwoordig levert alleen de Kunstacademie in Eindhoven er al jaarlijks 80 af.”

Diverse opdrachtgevers
Na zijn opleiding kreeg Evers als design- en interieurarchitect diverse opdrachtgevers, verspreid over het hele land. “Het was een ons-kent-ons-wereldje. Zo kreeg ik een opdracht bij Mercedes en was tegelijkertijd verantwoordelijk voor een deel van de inrichting van het Tuschinski Theater in Amsterdam.” Hij richtte zijn eigen bedrijf op en verzorgde onder andere de inrichting van Café ’t Fleske in Venlo, diverse kapsalons en van de E3 discotheek in Geldern. “Mede dankzij die laatste klus kreeg ik steeds meer opdrachten uit Duitsland. In de hoogtijdagen medio jaren 90 waren er wel 10 man personeel bij mij in dienst. Een goede vriend, Hermann Tecklenburg, betrok mij bij diverse grote projecten in Duitsland. Verder deed ik projecten zoals het UWV in Amsterdam en kreeg opdrachten van gemeentes als Rheden, Maastricht, Roermond, Nederweert en Eindhoven. De opdrachten bleven komen. Ook in Duitse steden als Berlijn, Halle an der Saalle en Düsseldorf. Mijn naam was veelvuldig in belangrijke boekjes te zien. Dan vinden mensen je wel. En als het mij te rustig was, klopte ik her en der bij klanten aan. Dan vroeg ik: wordt het niet eens tijd voor iets nieuws bij jullie? Sinds 1986 gaf ik bovendien les in aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht.”

Geen zin meer
Evers werkte samen met ontwerpbureau JOI Design Hamburg, Duitsland. Helaas ging er regelmatig iets mis. “Plotseling dacht ik: ik kan me hier niet meer in vinden. Ik wil naar huis. Ik belde naar mijn toenmalige vriendin en zei: ik heb er geen zin meer in. Alle lopende opdrachten heb ik netjes uitgevoerd en raakte niet veel later betrokken bij het project Q4 in Venlo. Vooral om nieuwe creatieve talenten te coachen. Dat werken met jonge mensen vind ik nog steeds prachtig. Nee, dat was geen moneymaker, maar ik zocht nieuwe uitdagingen. Tevens pakte ik het schilderen weer op. Dat had ik decennialang niet meer gedaan. Het was een uitlaatklep. Ik was inmiddels 50 jaar. Dan begin je te merken dat je wordt ingehaald door de nieuwe generatie. Ik ben weer lessen in figuratieve kunst en anatomie gaan volgen.”

De Kruisweg
Het was advocaat Paul Huver die Evers de tip gaf om eens tot rust te komen in een klooster. “Hij vond mij gestrest. De stilte van het kloosterleven in Chevetogne (B) zou mij goed doen. Dat advies heb ik opgevolgd en beviel mij zo goed, dat ik een half jaar later opnieuw een week in retraite ging. Wat ik daar doe? Lezen, wandelen, observeren, in de bieb zitten en dus vooral tot rust komen. Dankzij die boeken in de bibliotheek ben ik in contact gekomen met de Kruisweg. Paus Benedictus XIV liet al in 1741 weten dat alle kunstenaars vrij waren om hun eigen interpretatie van de Kruisweg te maken. Er is zelfs een versie met Jezus in Tirolerkleding. Daarop besloot ik aan mijn eigen versie te gaan werken. Dat moest wel op heilige grond gebeuren. Het Belgische klooster wat ik bezocht was te ver weg en Abdij Benedictusberg, Lemiers had geen plaats. Uiteindelijk kon ik een prachtige ruimte te huren in de historische kapel van Oud St. Gregor in Steyl. Daar ben ik in 2019 samen met één van mijn oud-leerlingen Michelle van Asperen aan de 15 doeken begonnen. Enkele maanden later stapte ex-collega Jacques Spee ook in het project. Corona zorgde voor oponthoud, maar afgelopen jaar waren ze toch voor de eerste keer te zien. Dit voorjaar nog in de Heilige Geest Kerk in Doetinchem en in de Sint-Jan-kathedraal in Den Bosch. In totaal hebben inmiddels 30.000 mensen de werken gezien. Voor volgend jaar zijn alweer meer dan tien aanvragen van verschillende locaties binnen die de DICX Kruisweg ten toon willen stellen. Michelle en ik hebben plannen om een nieuwe versie te ontwerpen.”

Venlose kunstscène
Over de kunstscène in Venlo heeft Evers vanzelfsprekend ook een geheel eigen mening. “Wat moet ik er over zeggen. In principe sta ik daar buiten. Met een paar kunstenaars die er in mijn ogen echt toe doen, heb ik wel contact. Ik blijf wel nieuwsgierig. Pas geleden nog bezocht ik de dag van de Cultuurmaker in De Maaspoort. Maar het was gewoon niet mijn ding. Ik steek anders in elkaar. Bovendien heb ik die contacten ook niet nodig om te overleven. Mijn kunstwerken zijn mijn kinderen. Die wil ik niet verkopen, die zijn van mij, je verkoopt je kinderen toch niet? Ik moet anderen mijn kunst gunnen. Ach, ik noem het de Venlose vijver. Maar in principe bestaat die in iedere stad. Ook in Maastricht, Roermond, gewoon overal. Je hoort er bij of niet. In andere steden ben ik de kunstenaar van ver weg. Zoals in Duitsland. Daar mag ik graag komen. Voor veel Venlonaren ben ik die persoon met un groëte moel, tegendraads en fel, vooral als ik onrecht tegenkom. Of ze kennen mij alleen van de filmpjes van Cock & Dick. Sommigen zeggen: Dick is geen kunstenaar, maar gewoon een ontwerper. Ze zeggen en denken het maar. Ik gun iedereen het beste. Ik heb dat inmiddels achter mij gelaten.”

Veel vrienden heeft hij dus ook niet. Hij maalt er niet om. “Ik kan het met heel veel mensen prima vinden. Maar wat is vriendschap? Voor mij gaat dat om een persoon bij wie je ook met je problemen terecht kunt. Ik kan mijn vrienden op één hand tellen. Als één van die mensen belt en mij nodig heeft, laat ik bij wijze van spreken de kwast uit de hand vallen. Ik ben niet iemand die een ander midden in de nacht op een verlaten plek ophaalt, maar ik verlang dat ook niet van een ander. Ik ga ook niet graag naar grote bijeenkomsten. Bij de opening van Museum Van Bommel Van Dam, waar het volgens Feng Shui niet klopt, werd het mij te veel. Michelle zag het gebeuren en begeleidde mij naar buiten terwijl ik alleen naar de grond staarde. Ik kan niet goed tegen die drukte. Mensen die tegen je aanlopen. Vreselijk. Je zult mij bijvoorbeeld ook niet veel op het Zomerparkfeest zien. Dat is mij te massaal. Thuis of in mijn werkruimtes ben ik gelukkig. Daar kan ik doen en laten wat ik wil. Misschien eindig ik wel ooit als kluizenaar.”

Michelle van Asperen en Dick Evers

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad