Het schrijven van liedjes is voor Hay Geritz als een virus

21 november 2019 | Leestijd: 6 minuten

Zo heel ‘zutjes aan’ dreigt Hay Geritz ook tot de schrijverselite der Venlose vastelaovesleedjes te behoren. Met twee achtereenvolgende eerste plekken tijdens Opus Jocus en dit jaar zelfs met drie liedjes bij de bovenste vier plekken kan niemand meer om zijn successen heen. Chapeau. Hoe lastig is het om een goed Vastelaovesleedje te schrijven? Hoe is Hay in het proces gegroeid? En bestaat er een gouden formule om succesvol te zijn? Tijd voor een goed gesprek.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Ja, Hay beaamt dat hij wel eens kippenvel krijgt op momenten dat hij met Vastelaovend in de cafés zijn nummers voorbij hoort komen. “Een groter compliment kun je als schrijver niet krijgen. Prijzen winnen is prachtig, maar om mensen te zien stralen terwijl ze jouw liedjes zingen… dat is echt zo fantastisch.”

Liefde voor muziek
De liefde voor muziek is de inmiddels 57-jarige Venlonaar met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten. “Bij ons thuis stond een piano waarop pa vaak speelde. Het gemak waarmee hij muziek maakte, fascineerde mij enorm. Zelf was ik als kind heel erg ritmisch; altijd bezig met tikken en trommelen. Popmuziek, Duitse Schlagers, Big Band; het maakte mij niet uit. Mijn oudere broer Herm zei: koop die jongen een drumstel. Onder onze meubelwinkel in het centrum van Venlo bevond zich een kelder. Wij noemden dat ‘de feestkelder’. Daar kon ik mij uitleven.”

Trombone
Niet veel later werd Hay lid van Joekskapel ‘t Hetje. En omdat zijn vader actief was bij Stella Duce, liep de jeugdige Hay ook met dat muziekgezelschap met de optocht mee. “Na afloop legde veel leden hun instrument bij ons in de winkel. Die bestudeerde ik allemaal. Wat mij het meeste fascineerde was de trombone. Op mijn 25e heb ik dat instrument gekocht. Daar kwam direct een nieuwe uitdaging bij: het lezen van muzieknoten. Ik dacht slim te zijn en schreef de posities boven de noten. Echter, mijn broer Herm vertelde mij: dat moet je niet doen. Zo leer je niks.”

Op gevoel spelen
Om de trombone beter te beheersen kreeg Hay les van Giel en Fien Hovens. Zij geloofden in het talent van de jonge musicus. “Dankzij hun leerde ik om op gevoel te spelen. Bij ‘t Hetje zeiden collega-trombonisten wel eens: ‘Hay, dat staat er niet’. Maar ik vond het juist heerlijk om mijn gevoel in de muziek te leggen.” Hay onderging een muzikale ontdekkingsreis die hem steeds verder bracht. Een bezoek aan een cd-presentatie van Jocus in De Venlonazaal was de aanleiding voor de volgende stap. “Die avond kwamen de vier winnende liedjes aan bod. De schrijvers werden gehuldigd en ik dacht bij mezelf: dat wil ik ook.”

Virus
De droom werd werkelijkheid en in 1992 nam Hay voor de eerste keer deel aan de Venlose Leedjesaovend. “Nee, natuurlijk werd dat niks,” zo kijkt hij nu met enige zelfspot terug. “Maar ik had er aan geroken en wilde meer. Het schrijven van liedjes is als een virus. Als je eenmaal begint wil je meer, je wilt groeien, jezelf verbeteren. Die weg ben ik vanaf toen ingeslagen.”

Groeiproces
Vooral door te blijven schrijven, goed naar andere componisten en verschillende muziekstijlen te luisteren, maakte de fanatieke beginneling een groeiproces door. “Hulp van de gerenommeerde namen moet je als nieuweling niet verwachten. Die vonden mij niet interessant. Je leert vooral van anderen die in hetzelfde groeiproces zitten. Je zet stappen. Als je een goede melodie schrijft, komen zangers of ervaren tekstschrijvers uiteindelijk vanzelf bij je terecht. Ik dacht dan ook bij mezelf: ik vind mijn weg wel.” Uiteindelijk duurde het een aantal jaren totdat Hay voor de eerste keer in de finale van Opus Jocus belandde met het liedje Vastelaovesfan, gezongen door May Anröchte met Herman en Ton de Koning. “We werden vijfde. Net geen winnaar. Dan is het duidelijk: ik ben heel dicht bij het doel.” In 1999 was het wel raak voor Hay. Met Joeks (gezongen door Marco Vaessen en Dorothé Haanen), scoorde hij een vierde plaats en dus ook een plek op de cd van Jocus.

Gouden formule
Een belangrijk moment in de schrijverscarrière van Hay was de ontmoeting met Peter Jansen een tekstschrijver die al diverse keren ervaring had opgedaan bij de Blerickse liedjesmatinee en Opus Jocus. “Voor mij behoort Peter samen met Frans Pollux tot de absolute top. Een tekstschrijver pur sang. Hij maakt teksten met kop en staart. Het verhaal klopt. Dankzij hem ben ik als liedjesschrijver ook enorm gegroeid en is een soort van gouden formule ontstaan die tot veel succes heeft geleid. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met tekstschrijver Marc Peters. Ook zijn bijdrage was van belang voor mijn ontwikkeling. Dat is wat ik bedoelde door te zeggen dat als de eerste successen eenmaal behaald zijn, de rest vaak vanzelf komt aanwaaien. Dan dienen de juiste mensen zich vanzelf aan.”

Nieuwe melodieën
Door de vele successen van de afgelopen jaren in zowel Blerick als Venlo durft Hay inderdaad de concurrentie met gevestigde namen als Wim Roeffen, Hannelore Winter en Frans Pollux wel aan te gaan. Sterker met Pollux schreef hij dit jaar samen het winnende liedje bij Opus Jocus ‘Tiéd van gaon’. “Die kruisbestuiving is juist goed. Sluit je niet af als liedjesschrijver. Leer van anderen. Het is een continu leerproces.” Grote vraag is dan natuurlijk: hoe ontstaan die melodieën bij jou? “Op de meest maffe momenten vallen mij ideeën in. Bijvoorbeeld ’s nachts in bed. Wat ik dan doe? Dan zing ik het direct in op mijn mobieltje. Als ik na Vastelaovend dan begin met schrijven voor het nieuwe seizoen, staan daar wel vijftig onuitgewerkte melodieën in. Een groot deel valt direct weer af, maar met een aantal ga ik serieus aan de slag. Of iets kans van slagen heeft, weet ik als de melodie zelf in mijn hoofd blijft rondzingen. Dan weet ik: nu heb ik iets tofs. Vervolgens ga ik met Marcel Driessen aan de slag en krijgt het liedje vorm: het tempo, het sfeertje, akkoorden, details. De laatste jaren bleek die samenwerking vaak een schot in de roos te zijn.”

Marius Suiker
Het waren trieste omstandigheden die ervoor zorgden dat Hay uiteindelijk ook zijn eigen liedjes op het podium mocht gaan vertolken. Hay zucht diep. “Ja door mijn samenwerking met Frank van den Broek en Peter Janssen werden onze liedjes vaak gezongen door 2×2, de formatie waar hij sinds 1999 deel van uitmaakt. In 2014 overleed één van de andere leden, Marius Suiker, echter vrij onverwacht. Op zijn sterfbed sprak Marius duidelijk de wens uit dat ik zijn plaats in de groep moest innemen. Een mooi, maar ook om meerdere redenen lastig gebaar. Marius was een uitstekende zanger met een heel ander stembereik dan ik. Dat veranderde ons geluid en het kostte tijd om mijn stem op juiste wijze in het geheel in te passen. Het heeft ons letterlijk en figuurlijk bloed, zweet en tranen gekost, maar na een tijdje hadden we de gouden formule te pakken. Volgens mij was dat tijdens het optreden bij het Swaree in Blerick in 2016. Na afloop keken we elkaar aan en zeiden: Yes, dit is het. Nu klinkt het goed.”

Volwassen stijl
In de afgelopen jaren was Hay dus steeds vaker succesvol als liedjesschrijver; zowel in Blerick als in Venlo en daarbuiten. Waar zit het verschil met vroeger? “Mijn meest recente nummers klinken meer volwassen. Bovendien schrijf ik niet meer echt in één stijl. De wereld verandert. Nieuwe generaties willen andere klanken. Zo horen zoveel meer. Veertigplussers willen nog steeds graag de traditionele liedjes. Die blijf ik ook schrijven, maar de uitdaging van het nieuwe ga ik graag aan. Het moet voor mij wel altijd binnen de kaders van Vastelaovend passen. Wat die kaders zijn, bepaalt de schrijver zelf. Die zijn voor mij misschien weer anders, dan voor Frans Pollux, Wim Roeffen of Hannelore Winter. Het schrijven van verschillende stijlen, zorgt juist voor een extra uitdaging. Traditioneel, een ballade, reggae of een feestnummer. Ik vind het allemaal heerlijk.”

Collectief geheugen
Geritz erkent wel dat het steeds lastiger wordt voor Vastelaovesleedjes om het predicaat klassieker te verdienen. “Vroeger hadden mensen één elpee of cd. Die liedjes hoorde je tijdens Vastelaovend dagen lang in alle kroegen. Ook een jaar later weer. Dan worden ze makkelijker onderdeel van het collectieve geheugen. Cafés en zalen werken tegenwoordig met Spotify lijsten. Daar zitten weet ik hoeveel nummers in verwerkt. Moderne Duitse Schlagers met een beat, dancehits, vastelaovesleedjes uit andere steden, Skihutrepertoire et cetera. Dan sneeuwen de winnende liedjes een beetje onder. Ik stond afgelopen jaar wel vier uur in een Venloos café en hoorde geen enkel Vastelaovesleedje voorbij komen. Persoonlijk vind ik het jammer, maar zoals gezegd: tijden veranderen.”

Op 21 maart neemt 2×2 na ruim twintig jaar definitief afscheid van het podium. “Die zes jaar dat ik als zanger heb mee mogen doen, heeft mijn leven verrijkt. Ik heb mogen ervaren hoe het is om zelf op het podium te staan en de sfeer in een zaal of café te voelen. Nee, met het schrijven van liedjes stop ik niet. Al zou ik het willen, het lukt mij niet. Het is een continu proces in mijn hoofd dat maar doorgaat. Ja,een virus. Gelukkig maar.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad