Leo ‘Kluntje’ Munten over 40 jaar Joeksjagers: ‘Dat machtige gevoel verlies je nooit meer’

25 april 2022

In 2020 bestonden de Joeksjagers 40 jaar. Helaas kreeg het muziekgezelschap door de coronapandemie toen niet de kans om het jubileum te vieren. Nu, twee jaar later, vindt de jubileumtaptoe wel plaats. Komende woensdag, 27 april om 20.00 uur, voor het stadhuis. Precies volgens de traditie. Voormalig tamboer-maître Leo Munten kijkt terug op het ontstaan en de beginperiode van de Joeksjagers. “Als het even lukt, ga ik zeker kijken. Op het moment dat ze de Markt oplopen, komt dat machtige gevoel van vroeger vanzelf weer naar boven. Dat verlies je nooit meer.”

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Rob Buchholz, archief Leo Munten, collectie VenloVanbinnen

Bijna 80 jaar is hij inmiddels, Leo Munten. Ook wel bekend als Kluntje. “Ut Kluntje of gewoon Kluntje. Het maakt mij niets uit. Hoe ik aan die bijnaam ben gekomen? Geen idee. Al sinds mijn kindertijd noemen mensen mij zo. Ik weet niet beter.” En vanaf die jonge leeftijd is Munten ook al lid van diverse Venlose muziekgezelschappen als De Kraosers, De Fanfare, Harmonie en de Köbes Kepel. Een muzikale carrière die hem tevens in de gelegenheid stelde om veel te reizen. “Ik heb veel gezien: Genève, Boedapest, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en meer. Ja, ik had altijd een volle agenda. Ga maar na, alleen al bij de Köbes Kepel hadden we 50 repetities per jaar en dan nog zeker 50 optredens. Daardoor ben je alleen al 100 keer per jaar onderweg. Dan tel ik mijn invalbeurten bij bijvoorbeeld Merijntje Gijzen of de activiteiten bij de Joeksjagers nog niet eens mee.”

Leo Munten

Limburgse Jagers en Fanfare
Ja, de Joeksjagers. Terug naar 1980. Het jaar dat de Venlose Fanfare haar 125-jarig jubileum vierde. Bestuursleden Joop Berendsen en John Bartels namen contact op met Sjaak Bakker, eigenaar van café Pater Noster in de Houtstraat. Een plek waar in die jaren veel muziekgezelschappen samen kwamen. De vraag was of Joekskapellen niet iets bijzonders wilden organiseren voor het jubileum van de Fanfare. Ook aanwezig die avond waren Jack Schatorjé (namens de Köbes Kepel), Jack Kohlen (namens Pupke Blauw) en Puck Derkx (namens Kappes Kook). Zo ontstond het idee om een soort van ode te brengen aan de Limburgse Jagers, het muziekgezelschap dat decennialang vanuit de Venlose Frederik Hendrikkazerne optredens verzorgde en waar veel mensen bijzondere herinneringen aan hadden. “Omdat ik ervaring had met marcheren, namen ze na de lancering van dat idee contact met mij op om de tamboers op te leiden,” aldus Munten. “Vervolgens werd de interesse bij de Venlose joekskapellen gepeild. Met succes. Ongeveer 63 leden melden zich bij de eerste repetities voor de Joeksjagers die onder leiding stonden van Harry Bouguenon, voormalig kapelmeester van de Limburgse Jagers.”

Marcheren rond de Vogelhut
Die eerste repetities vonden plaats in en rondom de Vogelhut. “Ik denk dat de bewoners van die buurt bovenop de Leutherberg zich rot gelachen hebben,” zo vervolgt Munten zijn verhaal. “De oefeningen voor het marcheren gebeurde in de straatjes rondom de Vogelhut en op een bijgelegen grasveld. Dat lag overigens vol met hondenpoep. Dus veel leden hadden na afloop hun schoenen vol stront zitten. Hahaha. Prachtig was dat.” Het verkrijgen van legerkleding voor de leden vormt eveneens een bijzonder verhaal volgens Munten. “In de Vogelhut lag een hele berg met oude legerpakken. ‘Ald griës’ noemden ze dat toen. Iedereen moest maar de meest geschikte maat uitzoeken. Hahaha, het zag er niet uit. Bij de ene persoon was het pak te groot, bij een ander te klein. Eigenlijk was het maar een armoedig zooitje. Maar dat paste juist in die beginjaren bij de Joeksjagers. Het was een soort van parodie, maar wel op positieve wijze. Datzelfde geldt voor de muzikale kwaliteiten. Er zaten hele goede muzikanten bij, anderen waren iets minder. Maar het ging om het plezier en de wil. Die aspecten waren bij iedereen volop aanwezig.”

De eerste marcheeroefeningen in 1980

Jaarlijkse traditie
In eerste instantie was er de intentie om de Joeksjagers eenmalig te laten optreden tijdens het jubileum van de Fanfare. Daarna zou het muziekgezelschap met ‘groot verlof’ worden gestuurd. Het grote succes zorgde echter voor de vraag naar meer. Uiteindelijk stelde ondernemer Frits Pasch (en latere beschermheer) voor om ieder jaar bij het Venlose stadhuis een taptoe te verzorgen. Daarmee was een jaarlijkse traditie geboren. Munten: “Zo ver ik mij kan herinneren, zou dat voor een periode van vijf jaar zijn, maar het bleef doorgaan. Mede dankzij het grote succes.” Het optreden op de Markt tijdens Koninginnedag (30 april) groeide uit tot een hele dag van optredens, onder andere bij bejaarden- en verpleeghuizen in zowel Tegelen, Blerick als Venlo. “Tot groot genoegen van deze mensen die genoten van de herkenbare marsmuziek. Het was altijd een bijzondere dag. Vanaf ’s morgens kwamen de leden van de diverse Joekskapellen altijd in hun eigen vaste kroeg bij elkaar. Wij, als Köbes Kepel, troffen elkaar altijd bij Causerie De Boulevard’ aan de Oude Markt. Anderen zaten bij Kefee Pollux op de Parade. Het was verspreid over de hele binnenstad een en al gezelligheid. Daarna trokken we naar de andere stadsdelen. Hans op de Laak ging op de brommer voorop en zorgde dat de rest van het verkeer stopte zodat de parade met legervoertuigen van de Joeksjagers overal kon doorrijden. Dat was prachtig om te zien. Officieel mochten we pas na de taptoe op de Markt echt beginnen met bier drinken. Maar daar hield niet ieder lid zich aan,” aldus Munten met een knipoog.

Sjaak Bakker en Leo Munten

De Joeks voorop
Volgens Kluntje stond gedurende die eerste jaren inderdaad de joeks voorop. “Ik geloof best dat het tegenwoordig ook gezellig is, maar in die beginperiode was het toch anders. Wat wij deden, kan anno 2022 niet meer. Nu is het professioneler. De mentaliteit was toen losser, minder geregisseerd. Dat maakte het gezelliger. Er was tijd en ruimte voor geintjes. Zo liepen we een keer over de Beekstraat. Ik apetrots voorop richting de Nieuwstraat. Plotseling klonk de muziek achter mij steeds zachter. Had de rest besloten, zonder mij in te lichten, om de Vleesstraat op te marcheren. Ze lagen blauw van het lachen. En ik liep daar alleen. Ook zijn we een keer met één van de jeeps bij de Locomotief naar binnen gereden. Dat kon toen nog.” De ogen van Leo Munten stralen als hij de verhalen oplepelt en ondertussen in een vuistdik plakboek bladert. Een boek vol foto’s, krantenknipsels, flyers en andere zaken die het verhaal vertellen van zijn 70-jarige muzikale carrière. Hij lacht weer. “Theo van Heijster was bij een van de taptoes zijn puttees vergeten. De beenwindsels die wij boven de schoenen droegen. Toen hebben we bij Theo bijna zijn complete onderbeen in het verband gewikkeld. Ja, zoals gezegd. Dat kon toen allemaal.”

De herinneringen zullen ook komende woensdag weer bij Kluntje bovendrijven als hij bij de jubileumtaptoe aanwezig is. “Ik ben er na mijn vertrek niet meer ieder jaar bij geweest. Soms had dat met mijn gezondheid te maken. Een andere keer met het weer. De Joeksjagers treden echter altijd op. Onder alle weersomstandigheden staan ze voor het stadhuis. Alleen corona heeft het gezelschap dwars gezeten. Ik weet zeker als zij woensdagavond de Markt oplopen en de mensen starten te applaudisseren er bij mij weer heel veel gevoelens en mooie herinneringen naar boven komen. Dat is gewoon een machtig moment. Veel Venlonaren leven ieder jaar naar dat moment toe. Iedereen is blij dat het nu weer kan.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad