“Maak kunst kijken niet te ingewikkeld, beschouw het vanuit de basis”

21 september 2022

Als kind wilde hij altijd al met zijn handen bezig zijn: tekenen, kleien, houtbewerken. Dat Ruud Simons kunstenaar zou worden, was vanzelfsprekend. Nu hij 60 is, begrijpt hij wel zo’n beetje waar hij mee bezig is. “Daar heb je op je twintigste of dertigste nog geen idee van.” Op het gebied van kunst blijft het in Venlo behelpen, vindt hij. “Maar dat geldt voor wel meer gemeenten.” Over dat en veel meer vertelt Simons in deze editie van KunstVanbinnen.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: VenloVanbinnen, ruudsimons.com

Het Apollinische en het Dionysische komen samen in het atelier en de kleine galerie die zich achter het huis van de Venlose kunstenaar Ruud Simons bevinden. Het atelier is rommelig met allerlei materialen, spulletjes en al dan niet voltooide werken. De kleine galerie is wit, licht en bevat slechts enkele zorgvuldig geplaatste kunstwerken. Het was altijd zijn streven, een atelier aan huis. “Toen mijn vrouw en ik dit huis gingen bezichtigen, was het erachter gelegen bijgebouw een bouwval. Dat hebben we na de koop opgeknapt, in eerste instantie alleen als atelier. Er lag echter nog een net zo bouwvallige ruimte achter, waar we later een kleine galerie van hebben gemaakt, zodat ik toch enkele kunstwerken op een fatsoenlijke manier kan tonen.”

Budget
Simons studeerde af aan de Kunstacademie in Maastricht en woonde vervolgens enkele jaren in de provinciehoofdstad. Eind jaren tachtig keerde hij echter terug naar Venlo. “Ik dacht, daar zwemmen in de kunstvijver maar een paar vissen, daar val ik meer op.” Hij kwam echter terecht in een cultuurklimaat dat hij op z’n zachtst gezegd niet optimaal kan noemen. Hij lacht: “Om maar een voorbeeld te noemen: de gemeente Venlo had begin jaren negentig een budget van 20.000 gulden voor kunst in de openbare ruimte. Stond er op een gegeven moment een artikel in de krant dat ze wilden laten onderzoeken of daar aan gesleuteld moest worden. Een onderzoek van 25.000 gulden. Ik dacht, ben ik nou gek aan het worden?”

The sacred nosebleed

Masterplan
Hij noemt een ander voorbeeld. “Toen woningcorporatie Woonwenz bezig was met de renovatie van Venlo-Noord, wilden ze graag een kunstwerk op de nieuw aangelegde rotonde bij het Gelreplein. Ze benaderden enkele kunstenaars en uiteindelijk viel de keuze op mijn ontwerp. Hun voorstel richting de gemeente was om de kosten te delen. De reactie van de gemeente: nee, dat ging niet want ze waren wat de openbare ruimte betreft bezig met een nieuw masterplan. Het onderzoek ernaar duurde enkele jaren, tot het door een nieuwe wethouder aan de kant werd gelegd omdat het allemaal anders moest. Gelukkig was er destijds nog een serieuze kunstcommissie die zonder het masterplan adviseerde om mijn kunstwerk toch te laten plaatsen.” Hij zucht dan even. “Het is overigens niet alleen in Venlo, die beperkte interesse in kunst, je ziet het in meer gemeenten.”

Kunst en decoratie
Simons bevestigt de opmerking dat veel mensen maar matig zijn geïnteresseerd in kunst. Hij merkt op dat kunst iets moet oproepen, anders is het decoratie. “Kunnen mensen ook mooi vinden, maar noem het geen kunst. Als iemand op een heel realistische wijze een paard kan schilderen maar de betekenis niet verder gaat dan ‘paard’, is het decoratie, geen kunst.” Simons weet zeker, zegt hij, dat mensen kunst meer zouden waarderen als ze er op een andere manier naar zouden kijken, zouden leren kijken. “Kunst kijken en beoordelen wordt al snel veel te ingewikkeld gemaakt, terwijl je er om te beginnen het beste op een basale manier naar kunt kijken als je geen ervaring hebt met kunst. Mensen denken dat ze meteen de diepere betekenis moeten zien. Of dat ze allemaal hetzelfde in een kunstwerk moeten zien. Maar als je geen of niet veel kennis van kunst hebt, kun je er beter op een andere manier naar kijken.”

Dissociation

Jeugd
Dat leerde hij mensen als hij bijvoorbeeld zelf rondleidingen gaf, zegt Simons. “Dan vroeg ik om gewoon te vertellen wat ze zagen, heel puur. Niet wat het voorstelt, maar wat je ziet. Van welk materiaal is het kunstwerk gemaakt? Wat zijn de kleuren, de vorm? Is het groot of is het klein? Vervolgens vroeg ik door. Wat doet die kleur, vorm of dat materiaalgebruik met je? Op een gegeven moment krijgen mensen vanzelf een bepaald gevoel bij een werk en ontstaat er betekenis. Eigenlijk zou je dat om te beginnen met de jeugd moeten doen. Met kinderen op een basale manier naar kunst kijken. In de openbare ruimte, in een museum. Vroeger gebeurde dat, tegenwoordig niet meer.”

Klei
Dan naar Simons zelf, zijn werk, zijn carrière. Wanneer besefte hij dat zijn toekomst in de kunst lag? “Op jonge leeftijd was ik al met mijn handen bezig. Tekenen, kleien.” Hij lacht. “Ik herinner me dat mijn ouders voor onze nieuwe woning een tegel gingen uitzoeken bij een kleifabriek. Toen ik het woord klei hoorde werd ik razend enthousiast. De oren heb ik ze van de kop gezeurd om klei mee te nemen. Zodat ik daar mee aan de slag kon. Met hout hetzelfde. Mijn vader was meubelmaker. De geur, de textuur van hout… prachtig.” Het echte besef, legt hij uit, kwam toen hij een jaar of 14 was. “Ik werkte destijds veel met hout, sneed er figuren uit. Een neef van me had kanker en zag er ziek uit. Ik maakte een mensfiguur uit hout, met een hol hoofd, opgezette buik. Onbewust. Maar toen mijn tante, moeder van mijn neef, het zag, trok ze wit weg. Ze zag daarin haar zoon, terwijl ik dat niet zo direct had bedoeld. Op dat moment begreep ik voor het eerst dat iets wat ik maak betekenis kan hebben.”

Samensteller
Simons ging naar het Blariacum, naar het vwo, dacht nog even na over een opleiding bouwkunde, maar uiteindelijk werd het de Kunstacademie. Waar hij tevens de lerarenopleiding doorliep. Daarna woonde en werkte hij enkele jaren in Maastricht. “Maar dat deden er meer. Maastricht was wat kunstenaars betreft een volle vijver. Dus besloot ik terug te gaan naar Venlo waar de vijver wat minder vol was.” Terug in Venlo was zijn eerste atelier in de werkplaats van een aannemer. “Daar ben ik volop aan de slag gegaan als beeldhouwer, met steen. Om dat materiaal te leren kennen. Maar ik ontdekte dat steen niet mijn ding was. Ik ben een samensteller, iemand die construeert. Dus ben ik met andere materialen aan de slag gegaan, vaak van weinig waarde: pvc, tempex, metaal, hout…”

Deambulatorium

Tuinbouwschool
In die periode ging Simons tevens op zoek naar een eigen atelierruimte. Liep naar eigen zeggen de deur bij de gemeente plat, veelal tevergeefs. “Op een gegeven moment wees ik ze op een aantal lege appartementen bij de stadsbrug. Ik wil er ook huur voor betalen, zei ik. Gelukkig was het verkiezingstijd, dus uiteindelijk kreeg ik toestemming. Na mij hebben nog diverse andere kunstenaars daar een ruimte gehuurd.” Hij zat er 4,5 jaar, toen werd het complex gesloopt. Volgende bestemming was de leegstaande tuinbouwschool. “We konden er een jaar in verblijven, was de boodschap, dat werden er elf, ha, ha. Het mooie was dat we daar ook met meerdere kunstenaars zaten. Zat je even vast of had je zin in een gesprekje, dan liep je bij elkaar naar binnen. Dat mis ik hier wel eens.” Dat hier is dus zijn atelier in Blerick, zijn huidige werkplek. “Hier kan ik wel doen wat ik wil en heb ik dus inmiddels die kleine galerie.”

In opdracht
Terug naar zijn werk, dat dus vaak wordt samengesteld uit restmateriaal, overblijfselen zonder waarde. Door het te combineren met andere, ‘waardevollere’ materialen ontstaat er een spanningsveld dat bij de kijker een eigen persoonlijke betekenis kan oproepen. Het zijn de oneindige mogelijkheden waarmee hij materiaal en vorm kan manipuleren tot associatieve composities wat hem fascineert aan kunst. “Ik streef daarbij overigens niet naar eenduidigheid.” Ja, bevestigt Simons dan, hij werkt ook in opdracht. Zoals het eerder genoemd kunstwerk in Venlo-Noord en de kunstpoort bij het gerenoveerde Domani. “Die is gemaakt van cortenstaal omdat dat qua beeldtaal past bij de oude kerk, terwijl het strakke ontwerp van de poort aansluit bij de ernaast gelegen nieuwbouw.” Of hij een opdracht wel of niet aanneemt, hangt af van enkele criteria. “Allereerst moet het werk zowel aan mij als aan de opdrachtgever recht doen. Daarnaast speelt ook mee of ik een opdracht spannend of leuk vind om te doen. In het laatste geval moet het werk wel enigszins aansluiten bij mijn vormentaal.”

Aan het eind van het gesprek komt Simons met de opmerking dat hij op zijn 60e – “ik voel me veel en veel jonger” – goed in zijn vel zit. “Ik begrijp langzaam waar ik mee bezig ben, begrijp steeds meer hoe ik de wereld zie. Ja, het is af en toe een strijd, maar ik doe wat ik wil doen en wat me uitdaagt. Soms denk ik wel eens, had ik niet manager of zo moeten worden, met een grote auto en een goed inkomen. Maar die gedachte vervliegt ook weer heel snel, ha, ha.”

Het atelier/galerie van Ruud Simons is te bezoeken op 8 en 9 oktober van 12.00 tot 17.00 uur en op afspraak

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad