Niet eerder getoond werk Armando bij museum van Bommel van Dam

17 maart 2023

Van 18 maart tot en met 3 september is bij museum van Bommel van Dam de tentoonstelling te zien ‘Armando: door de ogen van een vriend’. Met behulp van 32 werken – deels uit eigen depot – wordt een overzicht gegeven van zijn carrière. Rode draad van de tentoonstelling zijn fragmenten uit het onlangs verschenen boek van een van zijn vrienden Cherry Duyns, ‘Gesprekken met Armando – ik bel je wel als ik dood ben’. Duyns is tijdens de opening op 18 maart van 13.00 tot 14.00 uur aanwezig om het boek te signeren.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Archief museum van Bommel van Dam (foto boven Reina van Bommel van Dam en Armando), Luidspreker Venlo

Armando – ofwel Herman Dirk van Dodeweerd (1929-2018) – is goed vertegenwoordig in het depot van museum van Bommel van Dam. Hij kwam in het verleden regelmatig naar Venlo en had een goede band met de oprichters van het museum, Maarten en Reina van Bommel-van Dam. Gastcurator James Hannan vertelt dat de tentoonstelling niet alleen een overzicht geeft van Armando’s werk, maar tevens een kijkje geeft in zijn leven en drijfveren. En hoewel er in van Bommel van Dam vooral schilderijen en sculpturen te zien zijn – naast een documentaire over zijn televisiewerk met Cherry Duyns (de absurdistische serie Herenleed, red.) – was Armando daarnaast tevens dichter, muzikant, journalist en theater- en documentairemaker.

Zonder schoonheidsideaal
De tentoonstelling begint met tekeningen uit het eigen depot uit Armando’s beginperiode, maakt Hannan duidelijk. “De oorlog was in die periode een belangrijk thema. Armando zette zich daarin af tegen de maatschappij die de Tweede Wereldoorlog mogelijk had gemaakt. Met name de Cobra-kunstenaars vormden voor hem een inspiratiebron; zijn werk was verder zonder schoonheidsideaal, heel abstract ook. Hij wilde het alledaagse op een zo direct mogelijke manier overbrengen.” Hannan vertelt dat bij veel werken fragmenten uit het boek van Cherry Duyns zijn aangebracht. “Om het werk enigszins in perspectief te plaatsen.”

Theater en muziek
Armando ging vervolgens deel uitmaken van de Nul-beweging. Zijn werk kreeg een donker, somber karakter waaruit vrijwel alle kleur is verdwenen. Het zwarte prikkeldraad op de donkere ondergrond dat tijdens de tentoonstelling is te zien is er een voorbeeld van. Hannan: “Op en gegeven moment is hij uit de beweging gestapt en besloot hij met schilderen te stoppen. Hij ging zich onder meer toeleggen op theater en muziek. In die periode is ook Herenleed ontstaan, terug te zien in een documentaire die tijdens de tentoonstelling wordt getoond.

Oud SS-ers
In 1979 trok Armando op basis van een studiebeurs naar Berlijn. Daar werd de oorlog opnieuw een belangrijk thema. Volgens Hannan observeerde Armando daar de mensen om zich heen en legde hij alledaagse gesprekken vast. “Hij ging daarnaast tevens in gesprek met bijvoorbeeld oud-SS’ers. Niet om de confrontatie aan te gaan overigens. Hij wilde ze als mensen laten zien, als getuigen van een donkere periode. Wat hem de nodige kritiek opleverde.” In Berlijn schilderde hij onder meer landschappen met als boodschap dat de natuur in al haar schoonheid de verschrikkingen van de wereld verhult.

Handen
Na 2000 kwam er meer kleur in Armando’s werk, wat aan het eind van de tentoonstelling goed is te zien. Daar bevinden zich ook enkele werken die nooit eerder zijn getoond. Opnieuw heel abstracte schilderijen, zoals in de beginperiode. Hannan legt uit dat Armando aan het eind van zijn carrière niet alleen met kwast en paletmes, maar tevens veelvuldig rechtstreeks met zijn handen werkte. Wat is terug te zien in enkele schilderijen, maar tevens een sculptuur. “Na een embolie kon hij bovendien zijn rechterhand niet goed meer gebruiken en moest hij gedwongen switchen naar zijn linkerhand.”

Vuilnis
Dat deed, zegt Hannan, niets af aan zijn productiviteit. “Armando schilderde iedere dag, had een enorm oeuvre. Toen in 2007 het naar hem vernoemde museum in Amersfoort inclusief de daarin aanwezige collectie en documentatie door een brand werd verwoest was zijn nuchtere commentaar dan ook: ‘zo, dat ruimt lekker op’.” Hij was heel kritisch op zijn werk, merkt Hannan op, vond lang niet alles goed wat hij maakte. “Sterker nog, soms vernietigde hij een voltooid werk met een stanleymes en zette het bij het vuilnis. Verkocht werk dat hij onder de maat vond, kocht hij terug.”

Het werk dat tot en met 3 september bij museum van Bommel van Dam is te zien heeft de toets der kritiek wel doorstaan. Het museum heeft zo de mogelijkheid werken van Armando uit hun depot weer onder de aandacht te brengen. En heeft zo na de enigszins onbekende, enigmatische Melle opnieuw een tentoonstelling in huis van een grote naam uit de na-oorlogse Nederlandse kunstscene.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad