‘Of wij zangles hebben gehad? Ja, in de kroeg!’

5 oktober 2020

Ongeveer vijftien jaar geleden waren er de eerste successen met ‘Kinne weej zinge?’ en ‘Hoempapa’. Wat begon met een ludiek idee van Frans Pollux, leverde vooral met het eerste nummer een klassieker op in rijke Venlose vastelaovesrepertoire. De act van de heren die niet konden zingen sloeg in de hele provincie aan. Dat had zeker te maken met enige vorm van zelfspot, een essentieel onderdeel van de Vastelaovend.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Renier Linder en collectie Gijs Wolters

Nu zijn Peer Coopmans, Rob van den Kroonenberg en Gijs Wolters terug en krijgen daarbij extra vocale ondersteuning van Bart Mulder. Het door Gé van Beek en Wim Roeffen geschreven nummer ‘Liene’ blijkt een nieuw schot in de roos. Een nieuwe dosis zelfspot, een kwante uitvoering, een passende tekst plus pakkende melodie bezorgde de vier heren afgelopen zaterdag een derde plek tijdens Opus Jocus. Hoe het idee tot stand is gekomen en wat ze verwachten van het aankomende vastelaovesseizoen, daarover vertelt Gijs Wolters.

Ontstaan van het idee
Tijdens de zittingsavonden van v.v.v.v.v.v.v.v.v.v.v. De Waus vroegen de vier corpulente vocalisten met enige regelmaat aan Gé van Beek ‘Schriéf ens ein nummer veur os’. Een verzoek dat de ervaren tekstschrijver door het hoofd bleef spelen. “Toen we afgelopen jaar bij Café De Gaaspiep bij elkaar kwamen om worst naar Velden te brengen, sprak Gé ons aan,” zo herinnert Gijs zich. “Jongens, ik heb een deel van de tekst klaar. Natuurlijk waren wij direct enthousiast.” Van Beek werkte de tekst verder uit. Vervolgens werd Wim Roeffen benaderd om er een passende melodie bij te maken. Het idee van de tekst over afvallen en slanker worden, is volledig afkomstig van Gé van Beek. “Nee daar hebben wij geen invloed op gehad, maar enthousiast waren we zeker. Grote vraag was of we dit in konden sturen, want onze vocale kwaliteiten zijn natuurlijk beperkt. Of we zangles hebben gehad? Ja in de kroeg!” zo lacht Gijs hartelijk.”

 

Zichzelf blijven
Het was duidelijk. De ludieke tekst plus het plezier dat de vier uitstralen moest medebepalend zijn voor eventueel succes. “Bij de repetities hadden we al de grootste lol. Zowel bij Wim thuis als de oefensessies in het Jocuspand. Daar was voldoende ruimte. Nee, een act hebben we niet ingestudeerd. Nadat we bij de voorronde een plek in de finale wisten te bemachtigen, hebben er tevens twee repetities met De Hofkapel geweest. Die verliepen niet bepaald vlekkeloos. Hahaha. We zeiden tegen Gé en Wim: maak jullie geen zorgen, tijdens Opus Jocus staan we er vol enthousiasme. Het was ons doel vooral spontaan over te komen.” Daarin zijn Gijs, Peer, Rob en Bart zeker geslaagd. Het liedje werd zaterdagavond op ludieke wijze gebracht. In een stijl die past bij de vier. ‘Weej blieve lekker wie weej zien.’ Ze zingen het niet voor niets. En wie een grote grijns op het gezicht van de mensen weet te toveren, is verzekerd van succes.

Social media actie
En die grote grijns kregen veel mensen al op het gezicht tijdens de elf dagen voor Opus Jocus. Vanaf dat moment hebben deelnemers het recht om via social media het publiek op te roepen om op hun liedje te stemmen. “Dat past niet echt bij ons,” aldus Gijs. “Peer kwam met het idee om foto’s te plaatsen waarop het lijkt alsof wij begonnen zijn met lijnen. Een foto bij een fitnessstudio, knagend aan een wortel, bijtend in een cracker, angstige blikken bij een bord vol sla.” De actie op Facebook sloeg aan en de vier kregen de lachers op hun hand. “Sommige mensen dachten dat wij echt met een afslankproces begonnen waren en wensen ons veel succes toe. Alleen de laatste twee dagen deden we een oproep om op ons liedje te stemmen.”

 

Anders
En zowel die actie op social media als de oproep om te stemmen droeg dus bij aan het succes met een derde plaats en dus ook een bijdrage op de nieuwe cd van Jocus die vanaf elf november verkrijgbaar is. Het gebeurde tijdens een aangepaste avond die waarschijnlijk symbool staat voor het komende vastelaovesseizoen. Gijs erkent dat hij maandagavond even baalde van het nieuws dat er geen publiek in de zaal mocht zijn. “Ja dat was een domper. Maar uiteindelijk werd het toch een supergave avond.” De zaal was niet volledig leeg omdat zowel de schrijvers van de liedjes plus deelnemers twee bij twee aan tafeltjes zaten. “Dat was beter dan een compleet lege zaal. Maar natuurlijk kunnen we er niet om heen: het was anders. Van je plaats opstaan, was niet toegestaan. Alleen voor toiletbezoek. Op weg naar het podium was het dragen van een mondkapje verplicht, de microfoons werden telkens gedesinfecteerd en op de bühne waren de plekken gemarkeerd waar iedereen moest staan.”

Geen alcohol
Na afloop de winnaars feliciteren was er dus ook niet bij. Nog opvallender volgens Gijs was het feit dat alle alcohol om klokslag tien uur van de tafels verdween. “Het was dus niet zo dat je om kwart voor tien nog even tien glazen bier kon bestellen. Dat had geen zin. Alle alcohol werd opgeruimd. En tien minuten na afloop moest iedereen De Maaspoort verlaten hebben. De overwinning hebben we daarom maar op gepaste wijze met ons vieren bij Bart Mulder thuis gevierd. Ja met een glas bier. Maar het was anders. En dat zal voor het hele seizoen gelden. Hoe het precies gaat verlopen? We zien het wel. Daar kan niemand iets over zeggen. We vinden het al gaaf deze maand weer de studio in te mogen om het liedje in te zingen. Waarschijnlijk volgt er nog een clip. En waar wij zeker naar uitkijken is het optreden voor het stadhuis bij het aftreden van prins Marcel Verdellen. Hopelijk kan dat wel doorgaan, al is nu niets zeker.”

Normaliter zijn winnaars van Opus Jocus verzekerd van zeker vijftig tot zestig optredens. Gijs verwacht dat het er dit jaar niet meer dan tien zullen zijn. En ook daarvan is niemand zeker. “Het wordt in ieder geval een memorabel jaar. Waarschijnlijk gaan mensen de liedjes van dit seizoen zich juist herinneren. Ze worden de soundtrack van het coronajaar. Dat heeft ook wel iets bijzonders. Maar alles staat of valt met veiligheid en gezondheid. Tot nu toe hebben we veel lol gehad. Wat de komende maanden brengen, wachten we maar af.”

Terug