Ouwe meuk

21 december 2019

Column: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Geschiedenis, het is of was niet iedereens meest favoriete schoolvak, zo heb ik in de loop der jaren wel begrepen. Bah, al die jaartallen. De Magna Carta, de Tachtigjarige Oorlog, Slag bij Waterloo, Vietnam, Cubacrisis, Kennedy, Nixon, wat gebeurd is, is gebeurd, daar hoeven we het toch niet meer over te hebben. Dan vraag ik naar de zomervakantie, de vorige vastelaovend, of dat weekendje Londen. Meteen enthousiasme. Goh, dat is iets wat gebeurd is, hoeven we het toch niet meer over te hebben. Verontwaardiging is dan mijn deel. Nee, dit is anders.

Helemaal niet, het is ook geschiedenis, persoonlijke geschiedenis. Die staat dicht bij je, heb je zelf ervaren. Hetzelfde geldt voor lokale of regionale geschiedenis. Geschiedenis van dichtbij. Het fotoalbum over de zomervakantie, over de familiereünie is daarmee ook een geschiedenisboek. En zo heb je allerlei soorten geschiedenis: over politiek, misdaad, cultuur, muziek, sport, architectuur.

Ha, architectuur, daar hebben we er een. Ging het veelvuldig over in Venlo de afgelopen tijd. Noem de twee panden aan de Markt en vrijwel iedereen is enthousiast. Zien er schitterend uit, echte eyecatchers, of beter oogtrekkers. Dankzij een duik in de historie door een kleurenspecialist. Over het voormalig postkantoor ging het dan weer opvallend weinig. Althans, dat is mijn indruk. Dat wordt het nieuwe museum Van Bommel van Dam, wordt, samen met de omgeving, ingrijpend aangepast. Niet veel Venlonaren spraken er echter tot nu toe hun voorkeur of afkeer over uit. Maar misschien heb ik te weinig de sociale media bezocht.

Zelf dook ik even in wat er nu zoal speelt bij het Ald Weishoès. Want dat ligt er al een jaar stil en verlaten bij. Decennialang een levendige plek, nu wat troosteloos. Het schijnt dat er momenteel vooral achter de schermen aan de verbouwing en restauratie wordt gewerkt. Die eigenlijk bijna afgerond had moeten zijn. Ingrijpen bij een monument is niet altijd gemakkelijk.

Dat weten ook de gemeentebestuurders. Die onlangs nieuwe plannen voor het voormalig Kazerneterrein presenteerden. De zoveelste. Een woonwijk-plus moet het nu worden, een stadswijk met aanvullende functies. De monumentale kazernegebouwen krijgen een nieuwe invulling. En het fort? Daar gaat geen zand over, zoals ooit een vroegere bestuurder van de stad riep. Maar het komt ook niet in (deels) volle glorie terug.

Verder is er nog veel vaag. Hoe maken we die wijk goed bereikbaar? Nog geen idee. Welke aanvullende functies komen er? Dat mag, deels, de markt beslissen. Komt er horeca? Kan. Winkels? Niet waarschijnlijk.

De hoeders van het fort beraden zich over stappen, anderen halen hun schouders op en vragen zich af waarom mensen zich druk maken over die ouwe meuk. Maar goed, wat er met de nieuwe plannen, de zoveelste plannen, gaat gebeuren is vooralsnog aan de gemeenteraad. Die mag er in januari over beslissen. Dan is deze column allang geschiedenis. Zoals de eerdere plannen voor het Kazerneterrein inmiddels geschiedenis zijn. En de nieuwe plannen dat ooit ook worden. Gerealiseerde of niet gerealiseerde geschiedenis.

Voor nu prettige kerstdagen en een goed en gezond 2020. 2019 is bijna geschiedenis…

 

Terug