Sef Derkx 25 jaar columnist: ‘Het is lezen, lachen en vergeten’

23 oktober 2020

Eigenlijk heeft Sef Derkx maar weinig op met jubilea. Toch ontkomt juist hij er als creatieve duizendpoot niet aan dat er bij tijd en wijle iets te vieren valt. Zoals deze maand. Zijn 25-jarig jubileum als columnist. Funske, Bril, Floddergats, Anno Venlo, VenloVanvruuger en natuurlijk zijn huidige wekelijkse column bij Omroep Venlo ‘Aevel’.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Peter Janssen

“Wanneer vier je eigenlijk een jubileum?” zo vraagt Sef zich af. “Een mensenleven begint bij nul. Een evenement, gebeurtenis of in dit geval een column begint bij één. Bij Zomerparkfeest vierden we de 25e editie, maar dat was 24 jaar na de start. Ach, het is wat het is. Dit is mijn 25e jaar als columnist.”

Funske
Sef was medio jaren 90 op diverse manieren bij allerlei organisaties creatief bezig. Hij schreef stukken voor zowel zijn werkgever het Limburgs Museum als voor Dagblad De Limburger. Tevens was Sef publicist en hanteerde hij regelmatig de pen in zijn rol als voorzitter van het Zomerparkfeest. Journalist René Poels benaderde hem. Er was bij de krant behoefte aan een laagdrempelige Venlose column. Of dat iets voor Sef was? “Ik was direct enthousiast en samen bedachten we de naam Funske. Afgeleid van Funs van Grinsven. We zagen het als een soort van ode aan deze aimabele Venlonaar. Funske de columnist moest echter een anoniem, fictief figuur zijn. En blijven.”

Zevezölders gezich
Dat laatste doel werd niet gehaald. Maandenlang vroegen Venlonaren zich af: wie is toch Funske? Het was de in 2015 overleden kastelein Rob van Rhienen die argwaan kreeg. “Ik was kind aan huis bij zijn café De Blauw Trap. Rob daagde mij wel eens uit, maar ik bleef ontkennen. Tot hij op een avond de typisch Venlose uitdrukking ‘ein zevezölders gezich’ gebruikte. Ik vond die uitspraak geweldig en gebruikte deze in het eerstvolgende stukje van Funske. Ja Rob had dat bewust gezegd. Zo ontdekte hij dat ik de schrijver van die stadscolumn was. Of hij dat goed bewaarde geheim stil heeft gehouden? Wat denk je zelf? Rob van Rhienen en zwijgen? Haha!”

Twan Mientjes
In die eerste jaren bracht Sef wekelijks zijn stukjes op een floppydisk naar de redactie op de Grote Kerkstraat. “De journalisten John Huys, René Poels en Twan Mientjes lieten dan direct alles uit hun handen vallen en lazen als eerste de nieuwe Funske. Twan Mientjes was trouwens iemand die mij altijd de nodige tips gaf. En hij was kritisch op mijn stukjes. Ik kreeg complimenten als hij het goed vond, maar Twan belde mij ook wel eens op als ik in zijn ogen de plank mis had geslagen. Twan was een echte traditionele journalist die het nieuws van de straat haalde. Ook hij was vaak in cafés te vinden. Zo iemand die precies weet wat er in de stad gebeurt en leeft, missen ze nu bij de redactie van De Limburger. Maar ach, de stadsredactie is dan ook helaas uit Venlo verdwenen. Dat zijn de moderne ontwikkelingen.”

 

Kroegbezoek
De kroeg bleef ook voor Sef jarenlang een belangrijke bron van inspiratie. “Ik kwam in die jaren zeker twee keer per week in een café. Dat is de plek waar het nieuws wordt geboren. Daar hoor je de verhalen van de straat die ook bij de kapper of de bakker verteld worden. Ik was vooral vaste klant bij Take Five. Daar kwamen veel anekdotes naar boven die vaak net niet de krant haalden, maar wel interessant genoeg waren om te vertellen. Overigens brachten vroeger veel mensen na het werk eerst een bezoek aan het café. Die routine is helaas verdwenen.” Behalve de kroegenpraat en het brengen van klein nieuws stond Funske natuurlijk ook bekend om zijn eigen specifieke uitdrukkingen en namen. Naöle, de kroekestop, de wethalder van scheifliggende stoeptegels, de Treurwilg van Belvend, de grote roerganger, de zingende tochlat en ’Aan miene hak zag Koëba.’ Een gezegde dat Sef van zijn moeder leerde. Sowieso waren het vaak traditionele, typisch Venlose woorden. “Het woord ‘naöle’ zag ik ooit in 18e eeuwse stukken staan. Toen naölde de Venlonaar vanwege het heffen van extra accijnzen op het bier. Weet jij een betere reden  om te naöle?”

Gaöt, frietei en Prinseraoje
Net zo legendarisch zijn natuurlijk het befaamde Frietei, de gaöt en het Prinseraoje. De gaöt is volgens hem een dankbaar en vooral typisch Venloos onderwerp. Een voorbeeld van zaken die maar mis blijven gaan in een stad. Net zo Venloos is natuurlijk het frietei. “Tijdens de opbouwwerkzaamheden van het Zomerparkfeest werd het hele team getrakteerd op deze snack van Automatiek Piccadilly op de Kleine Beekstraat. Dat ging in mijn columns een eigen leven leiden. Mie Schreurs en haar zoon Hans vonden het iedere keer weer prachtig als ik schreef over deze typisch Venlose delicatesse.” Het Frietei keert anno 2020 nog steeds met enige regelmaat terug in de columns van Sef. Net zoals het Prinseraoje een traditie is geworden. Een traditie die komend jaar door de maatregelen rondom het coronavirus helaas onderbroken wordt. “Ik vroeg me wel eens af of ik dat geintje na 25 jaar nog wel leuk vond, maar het is gewoon één van de meest bekende tradities van Venlo. Hoe ik die leegte komend jaar ga invullen? Ik heb echt nog geen idee. Het is iets waar iedereen in de stad over praat. Dat begint direct na de feestdagen en de spanning bouwt zich op richting het hofbal. Maar dat zal begin 2021 anders zijn. Ach in een stad als Venlo valt altijd genoeg te vertellen. Dus dat komt vast goed.” Het Prinseraoje kreeg natuurlijk een bijzonder tintje toen Sef in 2006 zelf als prins van Jocus werd uitgeroepen. Hoe lastig was het toen om de columns te schrijven? “Ach, veel vertellen en eigenlijk niks zeggen,” zo zegt hij met een lach.

Veranderingen
In 2009 besloot De Limburger dat het mooi was geweest met Funske. Er waren wisselingen op de redactie. De Venlose journalisten vertrokken uit het pand aan de Grote Kerkstraat. Regionaal nieuws kreeg de voorkeur boven plaatselijk nieuws. Edities kregen een andere indeling. Het was echter een besluit waar de krant alweer snel op terugkwam. Venlose lezers misten de stadscolumn. “Het idee ontstond om samen met Frans Pollux een wisselcolumn te doen: Blond & Bril. Daar was ik direct voor te vinden.” Maar net zoals bij Funske verdween in 2018 ook deze stadscolumn. Het regionale aspect werd bij De Limburger nog belangrijker. Voor een stukje dat zich richtte op één stad was geen plaats meer. Omroep Venlo haakte daar op in en als echt lokaal medium kreeg Sef op de website een nieuwe plek onder de noemer ‘Aevel’. Wederom een goed voorbeeld van een typisch oud Venloos woord. “Ik vind het een prachtige uitdrukking: Aevel. Het is een woord dat de Venlonaar aanspreekt. Een goede Nederlandse vertaling? Ik denk dat evenwel daar nog het dichtste bij in de buurt komt.”

Kortebaanschaatsen
Hoe komen zijn columns eigenlijk tot stand? Ideeën om over te schrijven krijgt hij altijd wel weer aangereikt. En het leven zelf biedt voldoende inspiratie. Aantekeningen maken doet hij niet echt. “Een column schrijven is anders dan het maken van een historisch artikel. Die zijn eigenlijk eenvoudiger. Een column schrijven is als kortebaanschaatsen. Dat vraagt om een heel eigen tactiek. Soms ben ik snel klaar. Een andere keer moet ik meer met woorden spelen of met zinnen schuiven. Het zijn slechts 350 woorden. Daarin moet je alles vertalen. Ja, dan gaat het ook om de kunst van het weglaten.”

Floddergats
Over historische artikelen gesproken. Befaamd is ook zijn rubriek ‘Floddergats’ die van 2008 tot 2019 in De Trompetter en later in de Via te lezen was. Toch hoeft de Venlonaar die stukjes niet te missen. Een stagiaire bij het Limburgs Museum leerde Sef hoe eenvoudig het is een blog te maken. En zo ging ‘Floddergats’ digitaal. Het was een belangrijke stap in zijn carrière als schrijver. “Bij columns als Funske of Blond & Bril gaat het om de vluchtigheid. Het is lezen, lachen en vergeten. Maar de verhalen die ik schrijf voor ‘Floddergats’ moeten bewaard blijven en telkens weer verteld worden. Daarop krijg ik zoveel reacties van vooral oudere Venlonaren. Zij herkennen zich daar zelf in. Zeker als het gaat over de Tweede Wereldoorlog. De generatie die dat heeft meegemaakt is bijna uitgestorven, maar de verhalen moeten verteld blijven.”

Inspiratie is er dus altijd. Hij vindt het tegenwoordig zelf door regelmatig de bus in te stappen en bij een bepaalde halte binnen de gemeente te stoppen. “Iedere buurt heeft zijn verhaal. Dat verhaal schrijf ik op voor rubriek De Halte die ik sinds 2019 voor de Via schrijf. Het is weer een mooie nieuwe uitdaging.” Toch merkt Sef dat het leven op meerdere fronten in 2020 anders is geworden. Corona heeft impact op alles en iedereen. “Nu realiseer ik mij nog meer dan ooit wat klein geluk is. Van die kleine bijzondere momenten waarvan je je later pas zelf bewust bent. Een voorbeeld. Begin dit jaar. Het Prônke in de Klaasstraat. Ik stond samen met Jos Deenen plaatjes te draaien in Take 5. Vanuit een klein raampje hadden we een perfect uitzicht over die mensenmassa op straat. De zon scheen, alle mensen waren prachtig verkleed, iedereen was vrolijk, iedereen zong. Die momenten. Zo’n blik door een raam en dan voelen hoe mooi het leven is. Een nieuw bewijs dat je de Vastelaovend kunt vergelijken met de slup van mam. Dat warme, veilige gevoel. Die momenten moeten we door corona missen. Het virus beheerst ons leven. In bijna alles wat we doen en vooral niet meer kunnen doen. Als het ooit weer anders is, moeten we het leven nog meer dan ooit vieren.”

Terug