Wijn maken in ’t Ven: “vooral voor de gezelligheid, niet zozeer voor de prijzen”

17 september 2021

De afgelopen decennia schoten ze hier en daar uit de grond in Nederland: echte wijngaarden, ooit iets dat met Frankrijk, Spanje, Italië en vooruit de Moezel werd geassocieerd. Ook in de regio Venlo vind je ze, zoals Wijngaard de Goltenhof in ’t Ven waar al jarenlang op kleine schaal wijn wordt gemaakt. Een traditie die zijn oorsprong in de jaren vijftig heeft.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: VenloVanbinnen

Buurtschap ’t Ven was vroeger het domein van de tuinders, de ‘gerdeneers’. Ook thuis bij Lei Hendrickx. “We hadden hier grond waarop onder meer fruit werd geteeld. En zoals dat destijds het geval was: er werd niets weggegooid. Van de overgebleven appelen, bramen, perziken en dergelijke maakte mijn moeder in de jaren vijftig al wijn. In de jaren zestig werd dat ook ‘rumtopf’, destijds heel populair.”

Moezelgebied
Maar van druiven wijn maken, zoals zuidelijker gebeurde, nee, daar werd niet over nagedacht, merkt Lei op. “Boven de grens die werd gemarkeerd door de Champagnestreek en het Ahrtal werd dat niet mogelijk geacht.” Die opvatting veranderde echter, ook noordelijker verschenen wijngaarden en begin jaren negentig ontstond bij Lei en zijn zwagers Pierre Routs en Theo van der Linden eveneens het idee om op stuk grond van zijn ouders druiven aan te planten. “Niet zomaar”, glimlacht hij. “We gingen al jaren naar het Moezelgebied, naar een wijnboer in het plaatsje Kröv. Daar hielpen we mee met de oogst. Zo zijn we er een beetje ingerold.”

Grondmonsters
De drie mannen sloten zich bovendien aan bij wijnmakersgilde Dionysus. Daar volgden ze lessen, maar staken ook veel op tijdens de regelmatige bijeenkomsten. “Daarnaast is het een kwestie van aan de slag gaan en leren in de praktijk. Maar als je van ander fruit wijn kunt maken, wat we al deden, kun je het ook van druiven.” Dat deden ze begin jaren negentig. In 1995 was er een eerste opbrengst van 400 flessen. “We begonnen eerst met het nemen van grondmonsters, om vast te stellen welke onderstam er nodig was. Dat moest een Amerikaanse zijn omdat die resistent is tegen de druifluis. Via de grondmonsters ontdekten we welke soort.”

Rode druif
Vervolgens bekeken de drie mannen welke druivensoorten het meest geschikt waren voor hun wijngaard. “Geen riesling, zo ontdekten we al vlug, omdat die laat rijpt. We kozen daarom voor de Müller Thurgau. We begonnen met drie rijtjes, 120 stokken in totaal.” Daarna volgden de jaren van pionieren. De wijngaard werd uitgebreid en de heren besloten om ook ‘rood’ toe te voegen. “De Spätburgunder, het Duitse equivalent van de Pinot Noir. Ook voegden we er een rij Dunkelfelder, een van de weinige soorten met rood sap, aan toe. Overigens, rode druiven geven oorspronkelijk wit sap, maar het zijn de vellen en pitten die  voor de rode kleur zorgen.”

Zonnig
De twee rode druivensoorten verdwenen overigens weer nadat de wijngaard zijn definitieve vorm had gekregen, in 2004. “Omdat de rode wijn niet aan onze kwaliteitsverwachtingen voldeed.” Vanaf dat moment staan er in ’t Ven 15 rijen met in totaal 580 stokken. De druivensoorten zijn de Kerner, de Würzer en de Müller-Thurgau. “Omdat die wat ons betreft op het juiste moment rijp zijn. Natuurlijk heeft het zomerweer daar invloed op, zoals dit jaar. Een zonnige junimaand, daar hebben we niet zo veel aan omdat de wijn dan nog niet in de druif zit. Dat het nu in september behoorlijk zonnig is helpt wel. Dat is goed voor de suikers, de basis van het alcoholpercentage.”

Blinde proeverij
Over een week ongeveer vindt de eerste oogst plaats, legt Lei uit. Eerst de Würzer en de Müller-Thurgau, half oktober volgt de Kerner. “Het zijn altijd sociale gebeurtenissen, is een familieaangelegenheid. Familieleden die tijd hebben melden zich en helpen mee met plukken. Eten doen we gezamenlijk, aan een grote tafel bij de wijngaard. En ’s avonds drinken we een glas wijn. Het is hobby, we doen het vooral voor de gezelligheid, niet zozeer om prijzen te winnen. Al heeft iemand wel eens een wijn van ons ingebracht bij een blinde proeverij waarna we prompt in de prijzen vielen. Maar nee, de opbrengst is met ongeveer 1.200 flessen beperkt. Verkopen doen we niet, de wijn wordt onder de familie verdeeld. Er komt ook zo veel bij kijken als je het professioneel wilt aanpakken. Belastingen, accijnzen, allerlei voorschriften… laat maar.”

Gisten
Het plukken neemt volgens Lei niet zo heel veel tijd in beslag: een halve dag per druivensoort. Toch is hij bijna het hele jaar met zijn hobby bezig. “Na het oogsten volgt een heel proces. De druiven gaan voor het persen eerst in de kneuzer om de vellen te breken. Het sap wordt vervolgens via een pomp en slangen overgebracht naar 200 liter-vaten. Daarna meet ik het suiker- en zuurgehalte en corrigeer dat indien nodig. Dan wordt het sap overgeheveld naar andere vaten en komt er giststarter bij. Gist eet namelijk de suikers op waardoor alcohol ontstaat. Bij warm weer gaat dat sneller dan bij koud weer. Het gisten kan tot zo’n 2 tot 3 weken duren en wordt regelmatig gemeten.”

Fris en sprankelend
Als de wijn is uit gegist, vertelt Lei, wordt die overgebracht naar grote mandflessen die naar de kelder van zijn woning worden getransporteerd. Daar krijgt de wijn zijn voorlopig laatste bestemming, roestvrijstalen tanks met zwevende deksels. Een jaar nadien wordt er gebotteld. “Dat is een relatief lange periode inderdaad, maar het betekent dat we zo weinig mogelijk chemische stoffen hoeven toe te voegen. We gaan dus de komende tijd de oogst van 2020 in flessen doen.” De keuze voor stalen tanks in plaats van hout is een bewuste, geeft Lei aan. “Omdat de wijn dankzij het staal een wat frissere, sprankelendere smaak krijgt.”

Italië
Hoewel al zo’n veertig jaar wijnmaker leert Lei nog bij wijze van spreken iedere dag bij. Door gesprekken met andere wijnmakers, door zich steeds opnieuw in de materie te verdiepen en door op bezoek te gaan bij wijnboeren. “In Nederland, maar ook in het buitenland. Italië is wat dat betreft mijn favoriete wijnland. Maar we gaan ook nog steeds naar de wijnboer in Kröv waar we nog altijd een paar dagen meehelpen met oogsten.”

Familiewijngaard
Hij heeft er dan ook nog altijd veel plezier in, maakt Lei aan het eind van het gesprek duidelijk. Aan het wijn maken en alles wat er bij komt kijken. Al beginnen de jaren te tellen. “Een van mijn zwagers is overleden. Een ander is op een leeftijd dat hij zich niet meer intensief met de wijngaard kan bezighouden. Maar opvolgers zijn er niet. Begrijp ik wel. Het is een hobby die heel veel tijd en toewijding vraagt.” Wat de toekomst voor de Goltenhof zal brengen, weet hij dan ook niet. Maar met serieuze gegadigden wil hij tegen die tijd best praten. “Ja, ook als ze willen uitbreiden en het wel commercieel willen aanpakken. Maar zover is het nog niet. Voorlopig is en blijft het een familiewijngaard waar wij als familie nog volop van genieten, zeker van het eindresultaat.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad