Aanpak achterstandswijken: “we moeten het samen doen”

12 februari 2020

De leefbaarheid in buurten met veel corporatiewoningen gaat harder achteruit dan verwacht. Daardoor zijn achterstandswijken dichterbij dan ooit, zo luidt de conclusie van een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Aedes, de branchevereniging van woningcorporaties in Nederland. De Venlose corporaties en gemeente Venlo zien ook een negatieve tendens. Landelijk beleid is daar mede debet aan.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Wijken die onder spanning komen te staan, het is een landelijke trend die zelfs in kleine kernen en dorpen terug te zien is, bevestigt Anita Ermers, account manager woningcorporaties bij de gemeente Venlo. Ze noemt overheidsbeleid als een van de oorzaken. “Enkele jaren geleden, in 2015, is bepaald dat mensen tot maar een bepaald inkomen recht hebben op een sociale huurwoning. Dat leidt tot meer eenzijdigheid. Voor die tijd hadden woningcorporaties wat meer vrijheid waardoor je meer diversiteit in bepaalde wijken met veel sociale huurwoningen zag.”

Optelsom
Daarnaast wordt verwacht, zegt ze, dat mensen met uiteenlopende problematiek, mensen met een rugzakje, zo lang mogelijk onderdeel van de maatschappij blijven uitmaken. Vaak mensen met een laag inkomen. “Het is dus feitelijk een optelsom van factoren waardoor bepaalde wijken kwetsbaar worden. Je krijgt een concentratie van bewoners die het lastig hebben waardoor er een leefbaarheidsprobleem ontstaat.”

Oproep
Volgens Ermers is het zaak heel alert te zijn op bepaalde signalen. “Landelijk overheidsbeleid beperkt ons in het beter verspreiden van mensen. Dus moeten we het in alternatieven zoeken. Dat doen we samen met de woningcorporaties. We bekijken bijvoorbeeld heel scherp naar wat een wijk al dan niet aan kan, creëren criteria voor het huisvesten van nieuwe bewoners, om zo toch enige diversiteit te krijgen.” De woningcorporaties, vertelt ze, hebben bovendien de overheid opgeroepen wat meer ruimte te creëren om ook mensen met een middeninkomen corporatiewoningen te kunnen aanbieden. “Ik heb het idee dat dat verzoek serieus is genomen.”

Diversiteit
Per locatie bekijken wat de mogelijkheden zijn, daar komt het volgens Elmers op neer. Zo zou je, suggereert ze, bij een wat grotere nieuwbouwlocatie een divers woningaanbod kunnen creëren, bijvoorbeeld in samenwerking met een aannemer of ontwikkelaar. “We moeten in ieder geval voorkomen dat het scenario zoals uit het onderzoek van Aedes naar voren komt waarheid wordt. En dat moeten we vooral samen doen, met de corporaties, met bouwers en zorginstanties.”

Strikter
Een woordvoerster van woningcorporatie Antares wijst ook op het veranderde overheidsbeleid waardoor corporaties minder mogelijkheden hebben om tot diversiteit in een wijk te komen. “Je kunt niet zo maar iemand ergens plaatsen, de regels zijn strikter geworden.” Dat betekent, merkt ze op, inventief zijn en zoeken naar alternatieven. “Daarbij trekken we veel op met de gemeente en andere partners. Maar we initiëren ook zelfstandig projecten.”

Pilot
Ze noemt het Vastenaovendkamp in Blerick als voorbeeld. “Daar zijn we met succes een pilot gestart onder de noemer ‘Maak jij het verschil in Vastenavondkamp?’. Dat betekent dat we woningen toewijzen op basis van een selectieprocedure waarbij een bijdrage aan de samenleving een belangrijk criterium vormt. Met andere woorden, mensen die zich een paar uur per week voor de wijk inzetten, komen eerder in aanmerking voor een woning. De pilot was een succes en we hebben inmiddels besloten het project voort te zetten.”

Venlo-Noord
Bij Woonwenz wordt eveneens verwezen naar het beperkende landelijke overheidsbeleid. Een woordvoerster van de corporatie bevestigt dat gevarieerde wijken qua leefbaarheid beter scoren. “Dat zie je bijvoorbeeld terug in Venlo-Noord waar we in de jaren negentig en begin van deze eeuw fors ingegrepen hebben en ook nu nog bezig zijn. We hebben er nog steeds veel huurwoningen, maar er is een gezonde mix ontstaan van huur- en koopwoningen, in diverse prijssegmenten en met een hoog kwaliteitsniveau. Ook is het voorzieningenniveau aangepakt, is er stevig gehandhaafd door gemeente en politie en is er, door middel van diverse sociaalmaatschappelijke projecten, geïnvesteerd in de leefbaarheid.”

Vroeg stadium
Van Vogelaarwijken, zegt ze, is geen sprake en het aantal overlastklachten is de afgelopen jaren niet noemenswaardig toegenomen. “We merken wel dat de casuïstiek zwaarder en complexer wordt. Dit heeft voornamelijk te maken met de veranderingen in de zorg, waardoor er méér kwetsbare bewoners in de wijken wonen, voornamelijk in corporatiewoningen.” De mogelijkheden om diversiteit te creëren in huurklasse en bewonerssamenstelling, geeft ze aan, zijn nu beperkter. “Dat vraagt om creativiteit. Zo werken we in nieuwbouwprojecten regelmatig samen met aannemers die op eigen titel nog enkele woningen toevoegen aan een bouwplan, om op die manier tot een bepaalde mate van diversiteit te komen. Verder werken we met buurtcoördinatoren en buurtbeheerders in de wijken die problemen tijdig signaleren en in een vroeg stadium kunnen ingrijpen.”

Dat heeft resultaat, stelt ze, wijzend op een gestegen klanttevredenheid wat de leefbaarheid betreft. “Neemt niet weg dat voor onze collega’s in de wijken de steeds zwaardere casuïstiek veel tijd en energie opslokt. Met alle gevolgen van dien voor de buurt, maar vooral ook voor de direct omwonenden.”

Terug