Marcel Hogenhuis: ‘Zo ben je stadsprins, zo sta je buitenspel in de samenleving’

29 juni 2020

Dat de problemen rondom de kinderopvangtoeslag iedereen kunnen treffen, blijkt wel uit het verhaal van Marcel Hogenhuis. Een gelukkig gezin, vier kinderen, twee hardwerkende ouders en dan zonder duidelijke uitleg moet hij plotseling bijna 10.000 euro terugbetalen aan de belastingdienst. Tot overmaat van ramp werd hij ook nog eens werkloos. “In 2010 stond ik nog glorieus op de prinsenwagen van Jocus. In 2013 belandde ik aan de rand van de maatschappij,” aldus Hogenhuis. Ondanks alles kijkt hij niet met wrok terug.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Wie de voormalig stadsprins in de afgelopen jaren sprak, zal niet snel gemerkt hebben dat hij en zijn gezin zich midden in een kleine crisis bevonden. “Begin 2013 ontvingen we een brief van de belastingdienst dat over het jaar 2011 ten onrechte kinderopvangtoeslag was uitgekeerd. Geen uitleg, helemaal niets. Of we even 9.500 euro wilde terugbetalen. Terwijl wij onze kinderen toch wel echt naar de opvang hadden gebracht. Overeenkomsten en facturen waren overlegd, de situatie was vanaf 2006 tot 2013 jaarlijks hetzelfde geweest. Maar bij de belasting vonden ze van niet. Waarom? Dat weet ik nog steeds niet.”

Spanningen
Die dwaling betekende een forse invordering per maand. Bovendien werd hij niet veel later werkloos, dus kwam er maandelijks nog een flink bedrag minder binnen. “Ik hoef je dan niet uit te leggen dat er wel eens spanningen in ons huis waren. Je wilt gewoon vier kinderen opvoeden. In plaats daarvan werden wij gedwongen een ongelijke strijd met de belastingdienst te voeren. Tevens moest ik proberen een nieuwe baan te vinden. Dat is met een economische crisis en als vijftigplusser een enorme uitdaging. Het grootste probleem? We hebben onze kinderen veel moeten ontzeggen en dat doet nog steeds pijn.”

 

Eis tot terugbetaling
In 2006 kwam het eerste kind van Marcel en Stephanie Hogenhuis op de wereld. In augustus 2007 gevolgd door een tweeling. Twee jaar later volgde nummer vier. Omdat beide ouders werkten, werden de vier kinderen naar de naschoolse opvang gebracht. “Wij kozen voor Humanitas; een grote, betrouwbare organisatie. Voor ieder kind werd een contract opgesteld en bij iedere wijziging volgde een amendement. Alles was officieel vastgelegd. Alle belangrijke formulieren zijn naar eer en geweten ingevuld. Toch kregen we in januari 2013 het bericht dat onze toeslag over 2011 op nul was gezet. Dat betekende dat we geen recht op geld hadden en het volledige bedrag over dat jaar moesten terugbetalen. Vanzelfsprekend tekenden we bezwaar aan, maar opnieuw volgde een brief dat we geen recht op toeslag over 2011 hadden. Een reden werd niet genoemd.” Hogenhuis denkt dat het met gesjoemel van toeslagen, de beruchte Bulgarenfraude, te maken had. “Dat probleem kwam in 2013 aan het licht en alles wat niet 100 procent klopte, kwam zonder onderzoek onder het hakblok te liggen. De belastingdienst waande zich almachtig. Veel burgers moesten onterecht dokken en pijn lijden.”

Geen duidelijkheid
Hogenhuis probeerde de strijd aan te gaan, maar dat bleek tevergeefs. “Dan weer moesten we alle bewijsstukken opsturen naar Heerlen. Een andere keer moest hetzelfde dossier naar Tilburg. Vervolgens nog een keer naar Enschede.” Na drie keer belde hij de belastingtelefoon en vroeg hoe vaak ze het complete pakket nog wilde ontvangen. Tevens zat Hogenhuis nog steeds te wachten op een fatsoenlijke uitleg over de reden van het terugvorderen. “Als ze een bepaald formulier misten of dat ik zelf iets verkeerd had ingevuld of niet zou hebben opgestuurd, dan had ik het kunnen begrijpen. Maar dat antwoord bleef uit. Dat de dienst zelf steken liet vallen bleek wel uit het feit dat we eerst een antwoord kregen waarin stond: u moet alles terugbetalen. Een paar dagen later gevolgd door een tweede brief met de boodschap: u heeft bezwaar aangetekend en er is nog geen beslissing genomen. We hoefden nog even niets terug te betalen. De duidelijkheid was ver te zoeken. Het erge is: je wordt behandeld alsof je per definitie schuldig bent en willens en wetens de boel bedonderd.”

Werkloos en overleven
Tot overmaat van ramp verloor Hogenhuis in 2013 zijn baan door een reorganisatie. Het eerste wat hij regelde, was het stopzetten van de kinderopvangtoeslag. De verdere strijd met de belasting kwam op een steeds lager pitje te staan. “Al mijn aandacht was gericht op het vinden van een nieuwe baan en de opvang van onze kinderen. Ik had geen energie meer om tegen ambtelijke molens te vechten. Hoe onterecht het ook was, het terugbetalen moest beginnen. Een periode van overleven was begonnen. Pas nadat ik in 2017 een nieuwe baan kreeg als docent en er weer financiële stabiliteit kwam, had ik ook weer puf om de strijd met de belastingdienst aan te gaan.”

Geschenk uit de hemel
In de jaren dat hij werkloos was, hield de overheid maandelijks een flink bedrag in op zijn uitkering. Daarmee vorderde de belastingdienst het zogenaamd onterecht ontvangen bedrag van de kinderopvangtoeslag over 2011 terug. “Nadat ik bij Gilde was begonnen, moest ik nog een half jaar lang het gewenste bedrag per maand terugbetalen. Toen dat voorbij was, ontstond rust in mijn hoofd: ik had werk en die zogenaamde schuld was afbetaald. Als ik die baan niet had gekregen, weet ik niet hoe het was afgelopen. Natuurlijk hebben we eerder overwogen om het huis te verkopen, maar dan was er nog een restschuld bijgekomen. Universitaire opleiding of niet, ik was bereid om alles aan te pakken. Maar als je dan zelfs wordt afgewezen voor de functie van orderpicker, niets mis met die baan, voelde dat enorm vernederend. Die baan als docent was echt een geschenk uit de hemel.”

 

Leven onder hoogspanning
Hogenhuis was in de magere jaren altijd open en eerlijk over zijn situatie. Vrienden, familie, de mensen bij Jocus. Hij sprak er met velen over. Waar andere slachtoffers van deze kwestie zich verstopten, daar ging hij niet bij de pakken neerzitten. Hoe lastig de situatie thuis vaak ook was. “Wij leefden op de handrem. Onze kinderen konden niet bij sportverenigingen. Er was geen geld voor vakantie. Ging er iets stuk in huis dan konden we dat niet vervangen. Ja ik ben wel eens tegen de kinderen uitgevallen. We leefden een aantal jaren onder hoogspanning. Vooral dat je als ouders je kinderen niet veel kunt bieden, dan doet dat vreselijk veel pijn. Zij hebben in heel belangrijke jaren van hun leven, het nodige moeten missen. Ook de bezoekjes van deurwaarders zorgt voor stress. Ik ben nog steeds dankbaar voor het geduld van onze hypotheekverstrekker, maar de stress om zoveel ballen in de lucht te houden is niet leuk. We hebben de kinderen natuurlijk wel geprobeerd iets te bieden in de vorm van kleine uitstapjes. Maar je kunt niet voor hen verbergen, dat we alle eindjes aan elkaar moesten knopen. Anderzijds: we hadden nog steeds een dak boven ons hoofd, we bleven gelukkig gezond en hebben dankzij familie en vrienden op cruciale momenten het hoofd boven water kunnen houden. We beseffen terdege dat er ook mensen zijn voor wie dit geluk niet is weggelegd. Daar kun je heel cynisch of egoïstisch van worden, maar het heeft ons juist de ogen geopend. Geluk maar ook ongeluk zit in een klein hoekje.”

Vastgeroest systeem
Nadat hij weer fulltime werk had en het bedrag volledig had afbetaald, wilde Hogenhuis toch proberen te krijgen waar ze recht op hadden. Via een belastingadviesbureau werd het dossier plus begeleidende brief verstuurd naar de belastinginspecteur. Tevens legde hij de zaak voor bij de Nationale Ombudsman.“Ik dacht: misschien krijgt één van die partijen wel een voet tussen de deur. Helaas. De zaak zou volgens de belastingdienst verjaard zijn. Weet je wat zo erg is? Je krijgt nooit het gevoel dat iemand serieus naar je luistert. Als ik in tijd de belastingdienst belde, kreeg ik te horen: we kunnen niet in het systeem kijken of ik kreeg de mededeling dat ze mij zouden terugbellen. Ik had in die jaren niet eens geld voor een mobieltje, dus als ik even van huis was, miste ik wel eens een oproep. Dus kun je weer opnieuw gaan bellen. Dat is een aanpak die de belastingdienst veel meer geld kost. Een uitnodiging om eens middag te gaan praten en goed naar de zaak te kijken, hebben we nooit gehad. Hun werkwijze kan zo veel efficiënter en klantvriendelijker. De menselijke maat is ver te zoeken. Het is een logge instantie met een vastgeroest systeem.”

Meer slachtoffers
Toch bleef hij continu hoop houden. Zeker toen de berichten in de media kwamen dat zoveel meer Nederlanders slachtoffer waren door problemen met de kinderopvangtoeslag. Hogenhuis: “Ik kan je nauwelijks beschrijven hoe goed het ons deed te ontdekken, dat we niet de enige slachtoffers waren. Sterker nog: vele duizenden zaten met ons in hetzelfde schuitje.” Het gevolg: leden van de Tweede Kamer gingen vragen stellen. Er was geblunderd bij de belastingdienst en niet een heel klein beetje ook. Levens van veel mensen waren verwoest. Er bleken veel meer en nog veel schrijnender gevallen te zijn. In de aanloop naar het debat over het rapport Donner, stuurde Hogenhuis begin dit jaar zelf een mailtje naar zoveel mogelijk leden van de Tweede Kamer. “Ik wenste hun succes met het debat en liet weten, dat ik niet uit was op een schadevergoeding. Wel dat we nog steeds hoopten de ten onrechte ingevorderde kinderopvangtoeslag terug te krijgen. Los van die vergoeding, vroeg ik de Kamerleden om het vertrouwen van de burgers in de overheid terug te brengen.”

 

Categorie twee
Inmiddels is het de zomer van 2020. Een terugbetaling is er nog niet. Een antwoord evenmin. Een recent telefoontje over de exacte status van zijn zaak leverde Marcel Hogenhuis weinig duidelijkheid op. “Afgelopen voorjaar kregen we een bericht dat we in mei een brief met uitleg zouden ontvangen. Die kwam niet. Dus ging ik begin juni bellen. Het antwoord van de medewerker aan de telefoon: ‘Nog even geduld, er zijn zoveel dossiers die gecontroleerd moeten worden. We zijn er volop mee bezig.’ Het enige concrete nieuws is dat wij in categorie twee zijn geplaatst. Daarin bevinden zich de gezinnen die onterecht en onevenredig zwaar zijn gestraft door bepalingen in de wet. Maar dan denk ik: het ligt niet aan de wet. Die wet is op een oneigenlijke manier onmenselijk toegepast op bevel van hogerhand. Kortom: we blijven weer geduldig en beschaafd wachten op de toegezegde vervolgstappen. Ik verwacht niks, maar blijf wel hopen.”

Lekker eten
Op de vraag wat hij gaat doen als die geldsom alsnog terug op zijn rekening wordt gestort, begint Hogenhuis te lachen. “Nee, zeker geen gekke dingen doen. We zetten wat geld opzij voor ons jongste kind. Daar zijn we nog niet aan toegekomen. Een aantal zaken in huis zijn aan reparatie of vervanging toe. Misschien gaan we met het gezin en mijn ouders, die ons fantastisch gesteund hebben, ergens lekker eten. Dat hebben ze wel verdiend. Zeker de kinderen.”

Hogenhuis wilde dit verhaal vooral delen, om aan te tonen dat problemen met de overheid en alle financiële gevolgen iedereen kan overkomen. “De kloof tussen overheid en burger wordt te groot, zeker als men de menselijke maat uit het oog verliest. Te snel denkt men in termen van fraude als ergens in het administratieve proces – door ons of door de overheid – een schakeltje ontbreekt. Hopelijk leren ze van deze kwestie. Ik heb er in ieder geval van geleerd. Deze levenservaringen neem ik mee in de lessen maatschappijleer. Mijn blijdschap over de baan als docent straal ik blijkbaar nog iedere dag uit en dat enthousiasmeert mijn leerlingen. Ik ben ook echt blij me weer nuttig te maken en volwaardig onderdeel te zijn van de maatschappij. Traumatisch zou ik deze piek- en dalervaring niet willen noemen, maar je beseft pas wat je hebt als je het – gelukkig tijdelijk – verliest.”

Terug