Over de grens: “Duitse en Nederlandse ondernemers zouden zich nadrukkelijker moeten verenigen”

20 april 2022

Onder de naam Mekkafood werd in 1993 de basis gelegd voor Pure Ingredients, het bedrijf met een Venlose eigenaar dat is uitgegroeid tot marktleider op de halalmarkt. Tegenwoordig heeft Pure Ingredients een productievestiging in Venlo en een productievestiging in het Duitse Nettetal-Kaldenkirchen. Dat is dichtbij, maar er ligt een wereld van verschil tussen, heeft HR-Directrice Inge Bloemen gemerkt. “Heb je even?”

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Pure Ingrediënts

Oprichter Wout van Eeuwijk – in 2019 winnaar van de Lodewijk van der Grinten Prijs – begon zijn carrière als marktkoopman; hij had daarbij het talent om mensen bekend te maken met nieuwe producten. Begin jaren negentig zag hij een gat in de markt: het beschikbaar maken van halal-producten voor een grotere doelgroep. Tegenwoordig bedient het bedrijf drie segmenten, vertelt Inge Bloemen: “Dat zijn de etnische winkels, dat waren onze eerste afnemers. Daar zijn later de Retail en groothandels bijgekomen en vervolgens ook pretparken en cafetaria, zeg maar de ‘Out of Home markt’”.  Ook het aantal vestigingen is door de jaren heen gegroeid, maakt ze duidelijk. Naast een vestiging in Nettetal-Kaldenkirchen kwamen er tevens vestgingen in Venlo, Mannheim en München; daarnaast is er een logistiek centrum in het Belgische Mechelen. “We hebben bovendien in Belfeld een pand gekocht. Daar openen we binnenkort onze derde productielocatie.” Er werken ongeveer 200 medewerkers bij Pure Ingredients, waarvan het merendeel, ongeveer 120, in Duitsland.

Cultuurverschillen
De beslissing om het bedrijf in Nettetal-Kaldenkirchen te vestigen kwam min of meer bij toeval tot stand. Wout van Eeuwijk zocht in eerste instantie naar uitbreidingsmogelijkheden in Venlo. Omdat hij zelf wilde bouwen waren de mogelijkheden in Venlo en omgeving beperkt. Omdat hij een stuk grond in Nettetal had, werd daar naar uitgeweken. Hemelsbreed enkele kilometers verderop, maar de verschillen tussen de twee landen zijn groot, maakt Inge Bloemen duidelijk. “Je zou denken, we zijn buren, we zullen dus wel zo’n beetje hetzelfde zijn. Maar dat is niet zo. Zo zijn er grote cultuurverschillen. Neem de gedragsregels. Duitsland is heel hiërarchisch en functietitels zijn heel belangrijk. En je spreekt elkaar met ‘u’ aan, ook jongeren, al zie je daar een kentering. En als je iets naar meerdere mensen mailt moet je goed nadenken wie je als eerste noemt. Net zoals de volgorde van mensen begroeten bij een afspraak heel nauw luistert.”

Taal
Hoewel ze hier en daar wat verandering ziet, is de Duitser volgens Inge over het algemeen formeel en wat stug. “Aan de andere kant, ze zijn stipt en komen ze hun afspraken na.” Ook de taal is een dingetje, zegt ze. Engels kan, maar er wordt toch het liefst Duits of als het kan Nederlands gesproken. “Nederlanders zijn wat dat betreft minder voorzichtig; ook al beheersen ze het Duits niet goed, ze proberen het vaak gewoon. Duitsers zijn veel voorzichtiger. Als ze het Nederlands niet goed beheersen, spreken ze het liever niet.” Op de vraag of Inge ook tegen obstakels aanloopt omdat ze in Duitsland werkt en in Nederland woont, antwoordt ze lachend: “Heb je even? Dat is lastig ja, maar laten we het algemeen houden.”

Personeel uitwisselen
In Duitsland, merkt ze dan op, zijn ze over het algemeen zorgvuldiger, maar daardoor wel trager. “De Nederlander is pro-actiever.” En dan is er de bureaucratie, geeft ze aan. “Je kunt niet zomaar even mensen uitwisselen bijvoorbeeld. Stel het is druk in Venlo terwijl er in Nettetal even een dipje is. Dan kun je niet zomaar een aantal mensen naar Venlo sturen om daar tijdelijk bij te springen. Dan ben je aan allerlei verschillende regels gebonden.” Ze ziet wat dat betreft in Nederland wel wat beweging. Zo is er een projectgroep opgericht die de Nederlandse Belastingdienst heeft benaderd om uitwisseling van personeel over de grens in ieder geval voor een bepaalde periode toe te staan. “Dat heeft de Belastingdienst goedgekeurd, maar het Duitse Finanzamt nog niet.”

Grens
En zo zijn er nog meer kwesties die door de verschillen in regelgeving lastig zijn: het uitbetalen van lonen over de grens, pensioenopbouw, toeslagen, diploma’s in het onderwijs, het overstappen naar een andere baan. Inge wijst dan op het feit dat in Duitsland een getuigschrift niet alleen heel belangrijk is, maar tevens specifiek in bepaalde bewoordingen moet worden opgesteld. Maar dat de eerder genoemde projectgroep bij een logge instantie als de Belangdienst toch iets bereikt, zou dat dan in meer gevallen de aanpak moeten zijn, dat bundelen van krachten over de grens? Inge knikt: “Absoluut. Kijk naar wat Ondernemend Venlo als belangenbehartiger voor de Venlose bedrijven doet. Maar zo’n organisatie is er in Nettetal niet. Die zou er eigenlijk moeten komen en dan samen met bijvoorbeeld Ondernemend Venlo moeten optrekken om die bureaucratische obstakels tussen Nederland en Duitsland te verminderen. Dus ja, Duitse en Nederlandse ondernemers in het grensgebied zouden zich veel meer moeten verenigen. Op die manier kunnen ze meer bereiken. Tot die tijd blijft de grens lastig; van één Europa is dan ook nog lang geen sprake.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad