Venlolezing Nils van der Grinten: identiteit niet laten bepalen door betonnen paaltjes

15 januari 2020

De jongste spreker tijdens de jaarlijkse reeks van inmiddels 12 Venlolezingen*, de 19-jarige Nils van der Grinten, vertelde gisteren in de parterre van het Venlose stadhuis over zijn reis door Europa vorig jaar. Die maakte hij om op zoek te gaan naar de Europese identiteit. Veel van zijn vragen bleven echter onbeantwoord.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Venlolezing

Spannend, zo noemt burgemeester Antoin Scholten in zijn inleiding de trip die Nils van der Grinten door Europa maakte. De burgemeester blikt kort terug op zijn eigen jeugd, toen Europa door de Berlijnse Muur nog in tweeën werd gedeeld. In datzelfde Berlijn moest hij eens een dronken Finse geestverwant uit een Oost-Berlijnse politiecel halen. Dat lukte, na een dag lang inpraten op de agenten.

Dagelijkse beslommeringen
Een soortgelijk verhaal heeft Van der Grinten niet. Hij stapt op een grijsgrauwe ochtend in maart 2019 in Venlo op de trein, met al eerste bestemming Dortmund. Zijn indruk van de eerste gesprekken die hij voert: de mensen zijn helemaal niet bezig met zaken als Europa en de Europese mentaliteit, maar vooral met de dagelijkse beslommeringen. “In eerste instantie vind ik dat vervelend, maar ik realiseer me ook snel dat dat juist een belangrijk onderdeel is van wat ik wil gaan onderzoeken. Hoe zijn wij, wat is ons dagelijks patroon en wat zijn de automatismen van de Europeanen?”

Grenzen
Al vroeg tijdens zijn reis ontdekt Van der Grinten wat later steeds bevestigd zal worden. We denken nog te veel in grenzen, vooral landsgrenzen. Neem Venlo, zegt hij. We leren op school van alles over de Nederlandse geschiedenis, over Willem van Oranje, over de 80-jarige oorlog. Maar soortgelijke verhalen van net over de grens in Duitsland, over Keulen, Aken en het Ruhrgebied, kennen we nauwelijks. Door die grenzen.

Kroeg
In Hannover komt hij tot een soortgelijke conclusie. Als hij in een kroeg een groepje mannen vraagt of ze zich meer Duitser of meer Europeaan voelen is het antwoord: “Duister of Europeaan maakt niets uit, dat is een economische kwestie. Ik ben geboren en getogen in Hannover en dat is wat voor mij belangrijk is.” Zij zien, stelt Van der Grinten, de regio, Hannover en omgeving als hun epicentrum. Berlijn is ver weg en over grenzen heen kijken niet nodig. De grens dus nog altijd als barrière. Hij verwijst opnieuw naar Venlo, waar onze kennis van de geschiedenis abrupt ophoudt bij de grens zoals die ooit tijdens het Congres van Wenen werd vastgelegd. “We identificeren ons als Nederlanders terwijl ook zouden kunnen zeggen dat we aan de Nederlandse kant van het Duits-Nederlandse grensgebied wonen.”

Eerdere indrukken
Van der Grintens volgende stop is Gdansk, Danzig. Ooit Duits en dat is er nog altijd goed te merken, vindt hij. De stad is volgens Van der Grinten in Polen een baken van vrijheid, diversiteit en tolerantie. Hij reist verder naar Praag en Wenen en komt tot de conclusie dat hij zich te veel op grote steden oriënteert. Dus vertrekt hij naar het Roemeense Sibiu waar hij een wandeling maakt door diverse gehuchten. Een wereld van verschil met zijn eerdere ervaringen. Boeren met paard en wagen, kuddes schapen en prachtige natuur. Een prima plek om zijn eerdere indrukken op een rij te zetten, vertelt hij. Tolerantie en het slechten van grenzen zijn belangrijk om tot die eigen identiteit te komen, zo luidt een eerste conclusie.

Stereotype
Via Boekarest belandt hij vervolgens in Rome – “ik word gillend gek van de hordes toeristen” – en Milaan. Daar spreekt hij niet-Europese backpackers. Die de stereotype Europeaan beschrijven als rustig, volwassen, hooghartig, bedachtzaam en een beetje elitair. Een foto die hij niet veel later ziet, bevestigt dat, geeft Van der Grinten aan: president Trump en koningin Elizabeth met hun entourages op het balkon van Buckingham Palace. De Engelsen statisch, de Amerikanen met mobieltjes om selfies te maken.

Vluchtelingen
Na Milaan verblijft hij kort in Turijn en Lyon. Van der Grinten vertelt ook op Lesbos te zijn geweest, waar hij een week meeliep in een vluchtelingenkamp. Het zoeken naar een eigen identiteit, zegt hij, brengt ook met zich mee dat er een gemeenschappelijke vijand is. Veel Europeanen zien volgens Van der Grinten die vluchtelingen als gemeenschappelijke vijand. “Het getuigt niet alleen van een gebrek aan empathie, ik vind het ook een zwakke keuze. Kies dan een tegenstander met wie je je kunt meten.”

Regio
Aan het eind van zijn betoog concludeert Van der Grinten dat zijn vraag wat het is om Europeaan te zijn, niet is beantwoord. Het Europa met één ziel is er in ieder geval niet, al zijn er zeker zaken die Europeanen met elkaar verbinden. Wat hij wel heeft ontdekt is dat terwijl fysieke grenzen lijken te verdwijnen, die grenzen er nog wel zijn waar het verhalen en geschiedenis betreft. Zeker in een grensstad als Venlo is dat vreemd, vindt Van der Grinten. Want we hebben ook veel gemeen met de Duitsers die op enkele kilometers afstand wonen, met de Belgen. Dus is het, stelt Van der Grinten, belangrijk om de regionale cultuur overeind te houden – het Europa van de regio’s dus. Zorg dat er in het onderwijs meer aandacht is voor regiogerichte verhalen en geschiedenis. Koester het dialect en bouw grensoverschrijdende musea. En denk vooral niet in grenzen. “Het is tijd dat we onze identiteit niet langer laten beperken, laat staan bepalen, door betonnen paaltjes.”

*De Venlolezing wordt jaarlijks voorgedragen door een Venlonaar jonger dan 35 jaar en is bedoeld om iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van de gemeente Venlo te inspireren.

 

Terug