70 jaar Molukse gemeenschap: “Als tiener had ik het gevoel in twee werelden te leven”

30 juli 2021

VenloVanbinnen beschouwt met een korte serie portretten ’70 jaar Molukse gemeenschap in Nederland’ vanuit Venloos perspectief. In dit deel Andy Taihuttu (39) die via zijn vader de familiegeschiedenis uitgebreid in kaart heeft gebracht. “Ik hoop mijn kennis weer aan een volgende generatie te kunnen doorgeven.”

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: VenloVanbinnen, archief Andy Taihuttu

Het is geen onbekende naam in Venlo, die van de familie Taihuttu. Voetballers, muzikanten, filmmakers. Andy lacht: “Ja, het komt nog wel eens voor dat mensen bij mijn tattooshop aan de Gasthuisstraat binnenlopen en vragen: ben je familie van…? Klopt, zeg ik dan, John, Jerry, Gino, Jim het zijn (achter)neven.” Andy, lid van de derde generatie, probeert zijn klanten dan wegwijs te maken in de breed vertakte stamboom van de familie Taihuttu. Die hij zelf leerde kennen door er vaak met zijn inmiddels overleden vader over te praten. “Ik heb er heel wat A4’tjes en kladblokken over vol geschreven. Die moet ik ooit nog eens netjes uitwerken. De geschiedenis van mijn Molukse kant heeft me altijd enorm geïnteresseerd, zoals ook die van de Molukkers in het algemeen. Maar de kant van mijn moeder heb ik eveneens een beetje onderzocht. Familienamen, iemands herkomst, op de een of andere manier vind ik dat enorm interessant. Want als ik klanten heb met een ‘bekende’ Venlose achternaam vraag ik op mijn beurt ook of diegene familie is van…”

Een jonge Andy met vader Coos

Aan hun lot overgelaten
De Taihuttu’s, begint hij zijn verhaal, komen uit het Molukse dorp Hulaliu. Zo ook zijn grootvader Johan en grootmoeder Leonora. Grootvader was KNIL-soldaat, maar overleed eind jaren veertig, volgens Andy overigens niet tijdens een gevecht. Dat maakte het voor zijn grootmoeder in eerste instantie moeilijk om mee naar Nederland te mogen. “De schoonzoon van mijn oma, Filip Thenu, stelde zich, volgens de verhalen, beschikbaar als voogd voor de hele familie, waardoor zij ook mee kon. ” Dus kwam de familie Taihuttu, met het schip Asturias, in 1951 naar Nederland. Tijdelijk, in eerste instantie. Kort na aankomst in Nederland werden de Molukse soldaten echter ontslagen. Andy: “Die Molukkers behoorden altijd tot de elitesoldaten van het koloniale leger maar werden na dit ontslag weggestopt in woonoorden en voormalige concentratiekampen door heel Nederland, als tweederangs burgers. Waar ze door de Nederlandse overheid op z’n zachtst gezegd aan hun lot werden overgelaten.”

Heimwee
Dus bleef ook Andy’s oma in Nederland, een weduwe met vijf kinderen, drie dochters en twee zonen. “Na in Amsterdam te zijn aangekomen woonden ze eerst een tijdje in Tiel en daarna verhuisden ze naar Venlo. Of beter, eerst naar het kamp in Blerick, daarna naar Venlo. Ze had het niet gemakkelijk, had nauwelijks inkomen. Mijn vader, weet ik, was toen een jaar of tien. Hij is jong moeten gaan werken om voor extra inkomen te zorgen.” Andy weet dat zijn vader eigenlijk Theologie had willen studeren. “Dat is niet gebeurd. Wel heeft hij nog een blauwe maandag op de Holland-Amerika lijn gevaren, maar verder dan Southampton is hij niet gekomen vanwege heimwee naar Nederland. Daarna werkte hij overal en nergens. Van aardbeien plukken in ‘Baolder’ bij Bongers, tot bij de typemachinefabriek Royal MacBee in Cuijk. In zijn vrije tijd was hij onder meer muzikant en daardoor veel op pad in Duitsland, Nederland en België. Ook was hij een tijd lang beheerder van de Molukse stichting Salawaku. Mijn oma is in de jaren zestig met een van haar dochters teruggekeerd naar Indonesië.”

Andy’s vader Coos (l) met broer en zussen

Snel aangepast
Andy’s vader Coos ontmoette vervolgens begin jaren 70 zijn moeder Gerda in café Oase op de Willemstraat in Venlo-Zuid.  Gerda is Nederlands, geboren in Arcen, en woonde toen met haar moeder in Venlo-Zuid. Andy’s vader ging bij hen inwonen. Net buiten de Molukse wijk die in Venlo-Zuid was ontstaan. “Hij was betrokken bij de gemeenschap” zegt Andy. “Naast beheerder van de stichting vervulde pap ook een maatschappelijke rol voor de Molukse gemeenschap en was  hij bij veel huwelijken ook ceremoniemeester. Wat ik daarnaast uit de verhalen van mijn vader heb begrepen, is dat hij redelijk snel in de gaten heeft gehad dat hun komst naar Nederland niet tijdelijk was. Heeft zich snel aan weten te passen. Een voordeel was , volgens pap, dat zij al Nederlands spraken. Mijn opa had schijnbaar een functie in het KNIL waardoor ze in Indonesië buiten de kazerne woonden tussen de Nederlandse officieren en ze kregen onderwijs op een Nederlandse school.

Langdradige preken
Andy werd in 1982 geboren, aan het einde van een voor de Nederlandse Molukkers roerige periode. Hoewel hij het zelf niet bewust meemaakte, herkent hij veel wat voorbij kwam in de recent uitgezonden NPO-serie over 70 jaar Molukse gemeenschap in Nederland en uit de verhalen van zijn vader. “Maar ik kwam door die serie ook zaken te weten die ik met pap nooit besproken heb.” Zelf kijkt hij terug op een redelijk onbezorgde jeugd. “We woonden net buiten Molukse de wijk, maar waren regelmatig te vinden bij mijn tante in de Zwanenstraat. En bij activiteiten vanuit de stichting deed ik regelmatig mee, vooral wanneer het met voetbal te maken had. Maar ook de doopfeesten of belijdenissen met hun langdradige preken die soms wel een eeuwigheid leken te duren”, glimlacht Andy.

Anders behandeld
Toen Andy vijf was, scheidden zijn ouders en verhuisde zijn vader naar Cuijk. Daarmee veranderde ook de omgeving van Andy. “Het contact met de Molukse kant verwaterde en ik groeide op in een grotendeels autochtone omgeving. Door school en de voetbalclub werd mijn sociale wereld veel groter. Maar het maakte niet zoveel uit waar ik kwam, bij Nederlandse mensen of Molukse, ik werd toch altijd anders behandeld. Tenminste, dat gevoel had ik. Tijdens mijn tienerjaren trok ik meer naar de Molukse kant, vanwege mijn achternaam. En ik kreeg ook vrienden die ik nu nog steeds heb, die minder binding met de wijk hadden, maar samen hadden we wel bepaalde raakvlakken. Daardoor kon ik ‘het leven in twee werelden’ snel een plek geven en vrede hebben met wie ik was of waar ik hoorde.”

Hemd van het lijf
In de jaren 90 keerde zijn vader voor een tijdje terug in Venlo, waar hij een aantal jaren café Ome Coos aan de Emmastraat uitbaatte. “Toen hij net voor de eeuwwisseling weer terug naar Cuijk verhuisde, is het contact iets afgenomen. Pap had zijn leven daar en ik hier. Maar de keren dat we elkaar zagen wilde pap wel altijd weten hoe het in Venlo was. Ik op mijn beurt vroeg hem dan het hemd van het lijf over mijn Molukse roots. En ik heb pap heel veel woorden en zinnen laten vertalen. Eerst via normale briefpost. Ik schreef iets op, stuurde dat naar Cuijk en pap beantwoorde dit dan netjes uitgetikt op zijn typemachine. Lekker retro, ha ha. Later toen pap een e-mailadres had, gebeurde dit gewoon via de mail.”

Volgende generaties
Zo leerde Andy heel veel over de familiegeschiedenis. “Zoals gezegd, die fascineert me. Mijn vader wist daar heel veel van. Dat heb ik dus zoveel mogelijk proberen vast te leggen. Onder meer om het ooit door te geven aan mijn dochter, mocht ze daar interesse in krijgen.” Van het dubbele gevoel in twee werelden te leven heeft hij tegenwoordig geen last meer, geeft Andy aan. Ik heb het ooit een plek gegeven en het is prima zoals het is. Ik bestempel mezelf als een Venlonaar met Molukse roots. Geen gedoe en overal in Venlo en omstreken gewoon lekker dialect praten. Tijdens de vastelaovend is de shop dicht. Dan sta ik op de Parade. En tijdens de Zomerparkfeesten ben ik regelmatig te vinden bij de eettent van Tina en Felice Papilaja. Uiteraard voor het eten maar ook omdat het een komen en gaan is van familie, kennissen en oude bekenden. Daarnaast vind ik het fijn dat er een werkgroep is opgestaan die de Molukse gemeenschap in Venlo weer opnieuw op de kaart zet. Zodat deze niet verloren gaat en bewaard blijft voor volgende generaties. Het zou mooi zijn als er op termijn weer een Pasar Malam georganiseerd kan worden. Al is het maar iets kleinschaligs. Je moet toch ergens beginnen.”

‘Näöle’
Hij ziet zichzelf nu dus als Venlonaar met Molukse roots en weet dat die twee werelden niet te scheiden zijn. “Ik kijk nu meer naar de raakvlakken dan naar de verschillen. Mijn achternaam. Mijn manier van denken deels ook. Ik ga vaak af op mijn gevoel maar kan ook een stevig potje ‘näöle’. En als er thuis Indisch wordt gekookt, sta ik achter het fornuis. Daarnaast spreek ik het Venlose dialect liever dan het ABN en is Venloos ook de voertaal in de tattooshop. Dus zeg maar dat ik het beste van twee werelden in me heb”, besluit hij met een glimlach.

 

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad