Boerebroèlof 1972

25 februari 2020

Vastelaovesdinsdag is in Venlo traditiegetrouw de dag van de Boerebroèlof. Een traditie die al meer dan een eeuw bestaat. Dit jaar georganiseerd door bewoners van de Herungerstraat. In 1972 door Ut Gulde Schinkegilde, bestaand uit ondernemers actief in het deel van de Venlose binnenstad rond de Jodenstraat en Kwartelenmarkt. Schrijver dezes maakte als 5-jarige blaag onderdeel uit van dat gezelschap. Dat een jaar later aan de basis stond van V.S.O. ’t Hetje.

Tekst: Jac Buchholz | Archief: VenloVanbinnen

Veel weet ik er niet meer van, van die winsterse vastelaovesdinsdag in 1972. Als kinderen stonden we op een grote kar die vertrok vanaf de hoek Goltziusstraat en Deken van Oppensingel. Dat is zo’n beetje de enige herinnering aan die dag zelf. Ja, en dat het koud was.

Boers chic
Mijn broer(tje) was met zijn 3 jaar nog wat te jong om erbij te zijn, al figureert hij wel nog op een foto. Geer van de Veer was bruidegom, onze buurvrouw Leentje Smits van de drukkerij, bruid. Wij kinderen kregen een eigen pakje, althans de jongens: een knickerbocker, geruite bloes, leren schort en rode baret. De meisjes waren traditioneler gekleed. De volwassenen hadden zich in het boerse chic gestoken, vooral de dames hadden bijzondere creaties aan.

Joekskapel
Een jaar later liep Ut Gulde Schinkegilde opnieuw mee, als ‘ermen tak’. Arm schijnt die boerenbruiloftsoptocht verder aan muziek te zijn geweest. De joekskapel moest begin jaren zeventig nog aan zijn opmars beginnen. Als gevolg van die muziekarme optocht stapte een aan de Jodenstraat gevestigde postzegelhandelaar kort na de Vastelaovend bij mijn vader, die met zijn kapsalon aan dezelfde straat lag, en nog enkele winkeliers binnen. ‘Zullen we een joekskapel oprichten…’ Nogal een boud plan voor een groepje mensen zonder muzikale ervaring. Maar de heren hadden ambitie en schakelden niemand minder dan Harrie Bouguenon, gerenommeerd voormalig kapelmeester van de Limburgse Jagers, in om ze de muzikale beginselen bij te brengen. Daarnaast werd de jeugd opgetrommeld om tot een acceptabel aantal muzikanten te komen.

Volksbuurt
Daarmee was V.S.O ’t Hetje in maart 1973 een feit. V.S.O. stond en staat nog steeds voor Venloos Straot Orkes, dat klonk wat chiquer dan joekskapel. Voor de naam van dit V.S.O. werd uit de geschiedenis geput: ’t Hetje. ’t Hetje was een voormalige volksbuurt in het havengebied, zo ongeveer waar later Ut Gulden Schinkengilde actief werd. De buurt had geen beste naam – er was sprake van veel drankmisbruik en prostitutie – en werd vlak voor de Tweede Wereldoorlog gesaneerd.

Baer de Woers
Het straatorkest mat zichzelf ook een uniform aan. Nee, niet zoals een harmonie of fanfare – joekskapellen zijn nu eenmaal wat tegendraads – maar iets ludieks. Daarvoor vonden ze opnieuw inspiratie in het verleden, in de persoon van Lambert Francken (1843-1916), bijgenaamd Baer de Woers, een bekend vooroorlogs stadsfiguur. Baer was opzichter van de gemeentelijke puinplaats. Een paar keer per jaar schijnt hij zich in ‘gala’ te hebben gestoken: lichte broek, frackjas, vestje, pochet, stropdas en strooien hoed. Dat werd de outfit van ’t Hetje.

Verzamelen
Met ’t Hetje liep ik heel wat jaren mee met de diverse vastelaovesoptochten, uiteraard ook de Boerebroèlof. Ik herinner me het nog altijd als de leukste, gezelligste dag. ’s Morgens en masse verzamelen om te ontbijten, eerst bij De Knevel aan de Jodenstraat, in latere jaren bij café De Capri aan de Steenstraat. Behalve de leden van ’t Hetje en aanhang doken daar ieder jaar dezelfde gezichten op, een soort onafgesproken reünie. Zelfs nadat ik was gestopt bij ’t Hetje hebben we met onze vrienden die traditie nog jarenlang voortgezet bij D’n Dorstige Haan.

Onecht
Veel Boerebroèlofsgangers beginnen de dag, zo heb ik begrepen, nog steeds met gezamenlijk ontbijten. Daarna de optocht, dan het in de onecht verbinden op het bordes van het stadhuis. Waarna de Boerebroèlof en de vastelaovend langzaam naar het einde gaat.

Terug