“Cultuurhistorie gouden kans voor nieuw stadsdeel Kazerneterrein”

22 januari 2020

Eindelijk, er ligt een realistisch plan voor het Kazerneterrein, vinden Frans Aerts, fractievoorzitter van D66 Venlo, en Remy Maessen, historicus en fractieondersteuner van D66 Venlo. Maar pas echt uniek wordt het als de restanten van het zeventiende-eeuwse fort meer zichtbaar worden, zo zijn ze van mening. Ze hopen dat meer raadsfracties zo denken al er op woensdag 29 januari over het plan wordt beslist.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: René Ensink, VenloVanbinnen

D66 Venlo, zo beginnen Frans Aerts en Remy Maessen, kan zich grotendeels vinden in de nieuwe plannen zoals die recent voor het Kazerneterrein werden gepresenteerd door de gemeente Venlo. “Het terrein ligt al veel te lang braak. Er moeten woningen komen, en rap ook. Starters wachten. Doorstromers willen hun wooncarrière vervolgen.”

Ingrediënten
Aerts ziet dankzij de plannen een aantrekkelijk nieuw stadsdeel ontstaan, met een intercitystation op loopafstand, de binnenstad op fietsafstand en een prachtige plek om te recreëren. “Aantrekkelijk ja, maar niet uniek. Daar is meer voor nodig. En laat daar nu alle ingrediënten voor aanwezig zijn. De muren van een zeventiende-eeuws fort liggen aan de oppervlakte. Cultuurhistorisch erfgoed voor het oprapen. Dé kans om dat stadsdeel echt de moeite waard te maken.”

Investering
Dan moeten de Venlose bestuurders wel van het idee af dat erfgoed geld kost, vindt Aerts. Het brengt op termijn geld op, stelt hij. “Natuurlijk zal het in eerste instantie geld kosten. Maar zie dat dan als een investering. D66 is bereid die te doen. Wat ons betreft maken we in de grondexploitatie ruimte, door bijvoorbeeld meer of een ander woningbouwprogramma toe te voegen in het gebied. Dat levert extra geld op en dat geld investeren we in erfgoed om het een meer prominente plek te geven. Ja, dat vraagt politieke moed. Die willen we tonen, zoals we hopen dat ook de andere raadsfracties die zullen tonen.”

Meerwaarde
Maessen wijst dan op de ontwikkeling dat monumentenzorgers en ruimtelijke ontwikkelaars lange tijd lijnrecht tegenover elkaar stonden. Maar zegt hij, inmiddels zijn ruimtelijke experts gaan inzien dat monumenten meerwaarde kunnen geven aan de karakteristieken van een buurt. “De decennia van ‘zand erover’ zijn over. Dat is niet iets wat we zelf hebben bedacht, maar wat allerlei stevige rapporten onderschrijven. Zo legt Platform31 in ‘Cultureel erfgoed op waarde geschat’ uit dat cultuurhistorie naast de eigen cultuurhistorische waarde, ook belevingswaarde, gebruikswaarde, marktwaarde, statuswaarde en levensbeschouwelijke waarde bezit. In simpele woorden: erfgoed heeft voor iedereen waarde, niet – zoals eerder vaker werd aangenomen – alleen voor die paar historici en archeologen.”

Verhaal van het verleden
Uit onderzoek van de VU, geeft Maessen aan, blijkt dat woningeigenaren er extra geld voor  over hebben om in of nabij een gemeente met veel cultureel erfgoed te wonen. Hij legt uit dat een extra vierkante kilometer stadsgezicht in een gemeente bijvoorbeeld betekent dat een gemiddeld huishouden bereid is om bijna € 5.500,- meer te betalen voor een woning in die gemeente. “Eigenaren van woningen met een rijksmonumentenstatus of beschermde stads- en dorpsgezichten kennen een grotere gebruikswaarde toe aan de woning die ze bezitten vanwege de extra ‘schoonheid’ die het heeft. Dat betekent dat zowel de monumentenzorger áls de projectontwikkelaar garen spinnen bij het zorgvuldig koesteren van erfgoed. Maar vooral ook de Venlonaar, voor wie het verhaal van het verleden behouden blijft.”

Slimme aanpak
Wat de ontwikkeling van het Kazerneterrein vooral nodig heeft, maken Aerts en Maessen duidelijk, is een slimme aanpak. “De rol van ruimtelijke ontwikkelaars is opgeschoven, maar ook de rol van monumentenzorgers moet daarvoor opschuiven. Je bewijst het historisch erfgoed een dienst door het een plek te geven in de ontwikkelingen in het heden. Behoud door ontwikkeling, wordt dat genoemd. Alleen zo blijft het erfgoed bewaard voor volgende generaties, kan het bijdragen aan de identiteit van een gebied én levert het op termijn nog geld op ook.”

Terug