De boeken van Paul Seelen zijn een feest der herkenning

27 november 2019 | Leestijd: 4 minuten

Al meer dan 50 boeken over het Venlo van vroeger heeft Paul Seelen inmiddels op zijn naam staan. Sinds een paar dagen ligt er wéér een nieuwe uitgave in de winkel: ‘Een kijkje in ‘t Hetje. Venloos vergeten sloppenwijk’. Ondertussen is Seelen alweer druk bezig met twee nieuwe boeken, die in 2020 moeten verschijnen. Het ene over IJzer- en staalhandel Vandeloo, het andere over het 100-jarig jubileum van de Venlose revue.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

En dan te bedenken dat zijn eerste boek eigenlijk per toeval ontstond. Een kleine tien jaar geleden maakte Seelen met ‘Vertel nog eens…. vijftig vermakelijke Venlose Verhalen’ zijn debuut. “De vormgever Ger Schouenberg benaderde mij. Hij wilde een boek met foto’s van oud Venlo uitbrengen en vroeg of ik bij die foto’s onderschriften kon maken. Voor mij was al snel duidelijk dat er veel meer in zat, dan een paar regels tekst. Het werd uiteindelijk een boek vol bijzondere verhalen en anekdotes.” Groot was de verbazing bij de Venlose historicus/publicist toen hij een paar dagen na verschijning bij Boekhandel Koops naar binnen wandelde. “Daar stonden ze het boek uit de doos te verkopen. Het liep als een trein. Ik besloot op de ingeslagen weg door te gaan.”

 

Romanticus
Dankzij zijn historische en journalistieke achtergrond beschikt Seelen over veel kennis over zijn eigen stad. “Venlo is een kleine stad, maar het heeft een rijke historie. Het was ooit ook een móóie stad, maar helaas zijn veel oude bouwwerken verdwenen. Ja, ik ben een romanticus die soms denkt dat het leven vroeger mooier was dan nu.” Een paar dagen geleden rolde Seelens boek over ’t Hetje van de pers. Het idee daarvoor ontstond ongeveer vijftien jaar geleden toen Seelen naar aanleiding van het toneelstuk ‘Heibel op ‘t Hetje’ – de eerste productie van het Frans Boermans theater – een artikel over de vergeten buurt moest schrijven. Een kort onderzoek in het Gemeentearchief Venlo leverde niet bijster veel op. Wat wel al snel duidelijk werd: de in 1936 afgebroken sloppenwijk tussen de Jodenstraat en de Havenkade was het afvalputje van de stad, domein van de minstbedeelden. Verder hing er een waas van geheimzinnigheid omheen. Het fascineerde de schrijver. Jarenlang bleef het vooral een fascinatie in ruste. Seelen maakte wel wat aantekeningen in het Gemeentearchief en sprak met een handvol ooggetuigen, zoals Mie Schreurs, de vrouw van het frietei. Maar alle door hem verzamelde informatie belandde in een la.

Industriële Revolutie
Een jaar geleden kreeg Paul Seelen een foto in handen, gemaakt tijdens het hoogwater van 1910. “Die foto was mij onbekend, maar maakte veel indruk. Ze deed me aan de Industriële Revolutie in Engeland denken. De armoede, ellende en de triestheid van de mensen was voelbaar. Bouwvallige, vochtige woningen vol schimmel… En dan te bedenken dat op nog geen honderd meter afstand de Vleesstraat lag, met moderne modezaken zoals Kreymborg, warenhuizen en een van de eerste bioscopen van Limburg. Het contrast kan niet groter zijn.” Seelen besloot opnieuw het Gemeentearchief in te duiken. Oude kranten, dossiers en foto’s gaven hem meer inzicht in het leven in Venloos vergeten sloppenwijk. “Er was veel werkloosheid. De overheid deed relatief weinig voor de minderbedeelden. Dat werd overgelaten aan weldadigheidsinstellingen, zoals het R.K. Armbestuur en Sint Vincentius.”

 

Mia Hendricks
Seelen slaagde er in een aantal mensen op te sporen die het leven op ‘t Hetje nog bewust hebben meegemaakt. Een van hen is de inmiddels 97-jarige Mia Hendricks, geboren op Italiëplaats, het meest armoedige deel van ‘t Hetje. “Mia Hendricks maakte deel uit van een gezin met elf kinderen. Haar vader was dagloner. Hij verhuurde zich voor losse klussen. In principe betaalde dat werk niet slecht, maar hij maakte, zoals in de buurt gebruikelijk, een flink deel van zijn gage op in de kroeg.”

Knokpartij bij de rechtbank
Op ’t Hetje was het soms niet pluis. “Door de armoede was er veel – vooral kleine – criminaliteit. De politie had het druk met dronken mensen, mannen maar ook vrouwen. En er waren veel vecht- en steekpartijen. Soms met fatale afloop. “Tijdens de jaarwisseling van 1935 op 1936 waren een aantal buurtgenoten in een woning in het Wijngaardstraatje bij elkaar voor een feestje. Het bier vloeide rijkelijk. Op een gegeven moment kregen twee gasten het op straat met elkaar aan de stok. De een stak de ander met een mes neer. Het gevolg: een slagaderlijke bloeding, waaraan het slachtoffer diezelfde nacht is overleden. Een paar weken later moest de dader in Roermond voorkomen. De zitting was nog niet begonnen of er ontstond buiten een massale knokpartij tussen bekenden van beide vechtersbazen die naar Roermond waren afgereisd om de zaak bij te wonen. De politie had er de handen vol aan om de groepen weer uit elkaar te drijven.”

Seelen krijgt veel reacties op zijn laagdrempelig geschreven, fraai geïllustreerde boeken. Niet alleen uit de eigen omgeving, maar ook uit de rest van het land en van ver over de grenzen. Voor zijn nieuwe boek heeft hij bestellingen binnengekregen uit Duitsland, België, Ierland en zelfs Finland. Van oud-Venlonaren die hun vaderstad al decennia geleden de rug hebben toegekeerd, maar het prachtig vinden om over het Venlo van vroeger te lezen. Seelens boeken zijn voor velen een feest van herkenning.

‘Een kijkje in ’t Hetje.’ Is te koop bij de Venlose boekhandel en Antiquariaat ’t Boekhuis, Grote Kerkstraat 19. Het kost 21,50 euro. Voor meer info: 06-12557143.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad