“De melkboer en de bakker, dat waren vroeger de sociale werkers”

5 augustus 2020

Met de herontwikkeling van de Teuniswijk verandert het aanzien van Venlo-Noord opnieuw ingrijpend. Een proces dat halverwege de jaren negentig werd ingezet door onder meer woningcorporatie Woonwenz. Sef en Miep Jansen hebben als langdurige bewoners van de wijk de veranderingen van dichtbij meegemaakt.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld VenloVanbinnen

Als sinds 1968 wonen Sef (74) en Miep (76) Jansen in Venlo-Noord. Eerst in de Rubensstraat, vanaf 1976 in de Bisschop Hoensbroeckstraat. Daar moesten ze, zo kregen ze een jaar of wat geleden te horen, vertrekken uit hun woning. Sef haalt er net als toen zijn schouders over op. “Ik had er geen moeite mee.” Voor zijn vrouw was dat destijds een ander verhaal. “Ik heb de nodige traantjes gelaten. Maar zou nu voor geen goud meer terug willen.”

Te klein
Inmiddels wonen ze naar alle tevredenheid even verderop, om de hoek, aan de Veldenseweg, nog steeds in de Teuniswijk. Sef maakte zich in de aanloop naar de verhuizing wel over een ander ding zorgen. “We zijn vaker naar onze woning in aanbouw gaan kijken. Die leek zo klein; ik dacht ‘daar krijgen we nooit onze meubels in’. Dat bleek uiteindelijk mee te vallen. Ruimte genoeg. En met een royale tuin ook nog.”


Nieuwe woningen aan de Veldenseweg

Op zichzelf
Sef, inmiddels alweer 20 jaar voorzitter van het wijkoverleg, en Miep Jansen hebben de wijk zien veranderen. Wat uitstraling betreft, wat bewoners betreft. “De mensen veranderen, de wereld verandert. Vroeger was er altijd tijd voor een praatje, zei je elkaar goedendag. Dat werd steeds minder. De mensen zijn steeds meer op zichzelf. Toen wij hier kwamen wonen, behoorden we tot de jongsten, nu tot de ouderen.”

Elkaar nodig
Ja, in de jaren zestig en zeventig was er een sterkere mate van sociale samenhang dan nu, maar dat moet volgens Sef niet worden overdreven. “Je had elkaar nodig, dat leidde tot saamhorigheid – ja, gezellig was het zeker. Dat veranderde al toen de grotere gezinnen naar Venlo-Zuid en het Vastenavondkamp in Blerick trokken. Vervolgens kwamen er mensen van buitenlandse afkomst hier wonen. Die hebben weer andere manieren en gebruiken. Ze mengen zich ook veel minder snel onder de lokale bevolking.”

Fles bier
Sef en Miep zijn wel van mening dat de sociale controle in die beginjaren groter was. “De melkboer kwam nog aan de deur, de bakker, scharensliep en verzekeringsman ook. Dat waren vroeger de sociale werkers. Zagen die ’s morgens vroeg al een fles bier op tafel staan, dan wisten ze wel hoe laat het was. Tegenwoordig wordt dat veel later pas gesignaleerd. Als de huidige sociale werkers ergens binnenkomen dan is het probleem meestal al levensgroot aanwezig.”

School
Maar nee, het is niet zo dat vroeger alles beter was. Zo herinnert Sef zich dat wie niet katholiek was lange tijd naar een baan kon fluiten. En op school, zegt hij, werden de rotzakken altijd achteraan in de klas gezet. Niet de juiste aanpak, vindt hij. “Er is het nodige veranderd, maar het kan veel beter, zeker in het onderwijs want daar leg je de basis. Wat er op school gebeurt, zou veel meer aandacht moeten krijgen. Leraren zouden bovendien meer oog moeten hebben voor het sociale aspect, voor een psychologische benadering. Met alleen straffen los je niets op, dat weet ik uit eigen ervaring. Ik ga altijd het gesprek aan, wil weten wat er speelt.”

Betrokkenheid
Wat helpt volgens Sef is jongeren ergens bij betrekken. “Laat ze een muur metselen, een schutting bouwen. We hebben het hier gedaan en met resultaat. Dan zie je geen graffiti, wordt er niets vernield. We hebben hier ook allerlei projecten, bijvoorbeeld ‘Geld voor geen geweld’. Krijgen we een bepaald bedrag om leuke uitstapjes voor de jeugd te organiseren. Wordt er iets vernield, dan komt het geld voor herstel uit dat potje. Leg je dat jongeren uit, dan begrijpen de meeste wel dat ze zichzelf tekort doen.”

Afstand
Nee, een arme wijk willen Sef en Miep Venlo-Noord niet noemen, wel een achterstandswijk. “Er is vooral geestelijke armoede, daar zou veel meer aandacht voor moeten zijn. Bijvoorbeeld vanuit de gemeente. Maar de meeste ambtenaren werken op te grote afstand weten niet wat er in de wijk speelt.” Er spelen echter ook andere aspecten, geeft het echtpaar aan. Zaken waar de bewoners wel zelf de hand in hebben. “Buurtwinkels dragen bij aan sociale samenhang, maar die zijn er niet meer want we vonden met z’n allen de supermarkt wel zo handig. Een kroeg is er evenmin nog. Steeds minder verenigingen, steeds minder vrijwilligers.”

Sociale stage
Dus ja, die wijkvernieuwing is mooi, maar draagt maar beperkt bij aan de sociale cohesie in wijk, stellen Sef en Miep Jansen. Dat moet toch vooral van de mensen zelf komen. Maar hoe bereik je dat? Sef haalt zijn schouders op. “Zo’n experiment als van Antares in het Blerickse Vastenavondkamp zou een oplossing kunnen zijn. Wie daar een woning wil en bereid is een aantal uren vrijwilligerswerk te doen, komt eerder in aanmerking.” Het invoeren van een sociale stage zou voor hem eveneens een optie kunnen zijn. “Jongeren maken het zich nu te gemakkelijk. Laat ze hun verantwoording nemen. Nee, je zult niet iedereen meekrijgen, maar als je een deel van de jeugd op die manier kunt aanspreken en ze laat inzien dat hun rol belangrijk is bij het bevorderen van verbinding in de wijk zet je in ieder geval een paar stappen in de goede richting.”

Terug