‘De mensen sloten de Venlose Revue vanaf het begin weer in het hart’

9 maart 2020

Het is dit jaar niet alleen 40 jaar geleden dat er voor het eerst na het tijdperk Sef Cornet weer een Venlose Revue werd opgevoerd, maar in het najaar starten tevens de uitvoeringen van de nieuwste Venlose Revue ‘De vloek van Hölster Heinke.’ Tot aan de start van de nieuwe reeks voorstellingen in oktober zullen alle zeven eerder opgevoerde revues aan bod komen. Dit gebeurt onder andere in de vorm van interviews met diverse betrokkenen. Hoe kwamen de revues deze tot stand? Hoe waren de reacties?

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag, Aad Lips, archief Venlose Revue

We starten deze maandelijkse serie met een terugblik op ‘Waat ennen tièd.’ De reeks voorstellingen waar in 1980 alles mee begon. Aan het woord komt onder andere Wiel Vestjens. In de maanden voor zijn overlijden (januari 2018) haalde hij nog herinneringen op aan deze reeks uitvoeringen waarin hij onder andere als Hertog van Gelder een prominente rol vertolkte. “Niemand wist hoe de mensen zouden reageren en wat we moesten verwachten, maar het succes was overweldigend. Daarna waren de verwachtingen steeds hoger en werd alles nog professioneler. Deze revue is het begin van dit alles geweest.”

Basis van het idee
Frans Boermans liep eind jaren zeventig al langer met het idee om een nieuw toneelstuk of revue op de planken te zetten. Aan de traditie van Sef Cornet was in 1951 abrupt een einde gekomen. Boermans was al sinds die periode bezig met het schrijven van liedjes, maar hij wilde meer. Het boek ‘Oorlog en Herstel’ stond aan de basis van zijn idee om een stuk te schrijven waarin de bevrijding van de stad Venlo centraal stond. Het idee kwam in een stroomversnelling door het 125-jarig jubileum van de Venlose Fanfare. In 1978 kreeg Boermans het verzoek of hij mee wilde denken over een toneelstuk dat paste in het feestprogramma van het muziekgezelschap. Het idee binnen de fanfare was afkomstig van Joop Berendsen, John Bartels en Dolf Peeters; de organisatoren van het jubileumfeest.

Venloos Printebook
Boermans nam het verzoek serieus, had weliswaar al een soort van basisidee in zijn hoofd, maar zocht contact met Gé van Beek, Funs van Grinsven, Jeanne Alsters, Sef Hendriks en Toon Alsters om zijn plannen verder uit te breiden. Het resultaat was een revue in vier bedrijven dat in eerste instantie de naam ‘Venloos Printebook’ droeg. Het verhaal over de ervaringen van een groep Venlonaren rondom de bevrijding van de stad bleef in ieder geval overeind staan en vormde de opening van het theaterstuk.

Praatpaal
Als zanger van veel van zijn liedjes had Boermans veel vertrouwen in Wiel Vestjens. “Frans zocht een praatpaal om over zijn ideeën te praten. Het verhaal over Venlo van direct na de bevrijding –waarmee deze revue opent – had hij al geschreven. Frans had een fantastisch talent om te schrijven. Waar ieder ander mens heel veel zinnen nodig heeft om een verhaal te vertellen daar weet Frans Boermans in slechts vier regels alles duidelijk en met gevoel weer te geven. Hij was een denker en zocht iemand om te overleggen. Regelmatig duwde hij weer een briefje bij mij in de bus met de vraag of ik even tijd had. Vervolgens kreeg ik passages te lezen en vroeg hij: “Wiel, is det wat?”

Ongekend talent
Doordat Vestjens zo intens bij de totstandkoming van deze eerste revue in 1980 betrokken was, lepelde hij tijdens het gesprek zonder enige moeite nog diverse passages uit Waat ennen tièd woord voor woord op. “Dat komt niet alleen omdat ik het zo goed kan onthouden, maar door de wijze waarop Frans Boermans de teksten schreef; deze waren bijna altijd dichterlijk geschreven. Dan blijven de woorden in het geheugen gebrand. Het is eigenlijk net als bij zijn liedjes. Vaak kregen wij als zangers de complimenten voor een fantastisch nummer, maar het was toch echt Frans die ze maakte. Wat voor zijn melodieën gold, telde zeker ook voor zijn teksten: het was telkens weer in één keer raak. En ze nog steeds van generatie op generatie. Zowel de Vastelaovesleedjes als die van de revue zijn nog steeds klassiekers. Dat zegt iets over zijn ongekende talent. Hij wilde met zijn teksten bovendien niemand kwetsen. Dat is tegenwoordig helaas wel anders. Dat merk je alleen al aan het taalgebruik; dat is al harder dan toen. Frans kon mensen op zijn eigen wijze entertainen.”

Ervaren krachten
Behalve sterke verhaallijnen en pakkende teksten waren het daarnaast natuurlijk de zeer realistische decors die een belangrijke bijdrage leverden aan het succes. ‘Waat ennen tièd‘ maakte bij veel mensen de nodige emoties los. Deze revue liet eens te meer zien hoeveel talent Venlo binnen haar stadsgrenzen had. Een deel van de acteurs en actrices waren afkomstig uit groepen die gewend waren om op het podium te staan en dus tevens over enige ervaring beschikten. Denk aan mensen van Venlona, Vaat 11 en toneelvereniging Onderling Kunstgenot. Bekende namen in het stuk waren: Jan Pollux, Ben Verdellen, Hannelore Winter, Baer van der Meij, Hay van Hoorn, Wiep Hovens, Funs van Grinsven, Lottie Boermans en Annie Renkien. Zij was op dat moment misschien wel de meest ervaren speelster binnen de groep. Als jong 19-jarig meisje speelde Renkien al mee in vier revues van Sef Cornet. De andere medewerkers waren onder andere het orkest onder leiding van Jan Theelen, technisch regisseur Theu Boermans plus Marianne Martens en Gé van Beek die de spelregie in handen hadden.

Venloos talent
De talenten uit eigen stad kregen bij de repetities steun en advies van diverse professionals, zo wist Vestjens zich nog te herinneren. “Ze leerden ons allerlei kleine foefjes. Het was bijvoorbeeld beter om niet veel te improviseren met de teksten of er iets bij te verzinnen; dat kon bij de medespelers voor verwarring zorgen. Natuurlijk was ook de zoon van Frans, Theu Boermans, al als regisseur bij deze revue betrokken. Om kennis op te doen gingen we kijken naar het Vlaams Toneel, maar ook bij Millowitsch in Keulen. Gewoon om te zien hoe die mensen het deden. Ja, ook daar leefde deze vorm van theater enorm, maar niemand had verwacht dat ook Venlo de revue zo massaal zou omarmen.”

Spanning
De eerst repetities vonden plaats in café De Maagdenberg. In totaal waren de acteurs acht maanden in de weer om hun rol eigen te maken. Iedereen werkte naar dat ene moment toe: de première. De eerste generale repetitie was een puinhoop. Rondom de eerste uitvoering op 17 oktober 1980 zat dan ook veel spanning. Frans Boermans bleef met de nodige buikpijn stilletjes in de coulissen zitten. Zo bang was de schrijver dat het mis zou gaan. Vanaf dat moment waren er te veel factoren die hij niet meer in eigen hand had. De spanning was begrijpelijk, maar overbodig. Direct vanaf de eerste tonen van het openingsnummer ‘Veurbeej’ slikten veel toeschouwers een brok in de keel weg. De herinnering aan de bevrijding en het levensechte decor riep bij velen emoties op.

Uitgelaten stemming
Vanaf dat eerste moment was het publiek gegrepen door de kracht van het stuk. Na afloop heerste er dan ook een uitgelaten stemming in het artiestencafé. Iedereen dronk. Iedereen zong. “Alle betrokkenen leefden en ademden de revue,” zo liet Berendsen na afloop van de eerste voorstelling weten. “Overdag op het werk of in de thuissituatie leefde iedereen naar dat moment in de avond toe: de voorstelling. Iedere keer weer. De groep medewerkers groeide steeds dichter naar elkaar toe.” En de Venlonaar? Die had ‘Waat ennen tièd’ direct in zijn hart gesloten. De premiere was geslaagd.

Onderschat succes
Al ver voor die première van ‘Waat ennen tièd’ was echter een felle discussie ontstaan. Hoeveel uitvoeringen moesten gepland worden? Het idee van drie of vier voorstellingen riep de nodige weerstand op. Het zou te vaak zijn, zo dacht men toen nog. Het toenmalige Venlose theater De Prins van Oranje kon per voorstelling ongeveer 700 bezoekers een plaats bieden. Het waren uiteindelijk de eerste enthousiaste geluiden die ervoor zorgen dat de organisatie het aandurfde om maar liefst vijf uitvoeringen in te plannen. Maar wat bleek: iedereen had het succes van de revue onderschat. In totaal werd het stuk 22 keer uitgevoerd. “Na de eerste kaartverkoop zag ik mensen met tranen in hun ogen omdat ze geen kaartje hadden weten te bemachtigen,“ zo liet Joop Berendsen in 1981 aan het Dagblad voor Noord-Limburg weten. Veel Venlonaren zullen zich nog de foto herinneren van de lange rij mensen (200 meter) die op 16 maart 1981 rondom het gebouw van De Prins van Oranje aan de Kaldenkerkerweg geduldig op hun beurt wachten. Maar liefst 3500 kaarten waren in anderhalf uur uitverkocht.

16.000 bezoekers
In eerste instantie ontstond het plan om de tweede cyclus pas tijdens de opening van het nieuwe Venlose theater De Maaspoort in 1984 op te voeren, maar van dat idee zag men al snel af. Na de eerste serie van vijf uitvoeringen in oktober 1980, volgden nogmaals vijf voorstellingen in april 1981, zeven in september 1981 en nog vijf keer in september 1982. In totaal 16.000 mensen zagen ‘Waat ennen tièd’. Het werd een cyclus die uniek was in de historie van de Prins van Oranje. Nog nooit was een voorstelling zo succesvol geweest. Behalve de uitvoeringen werd overigens ook de verkoop van de elpee een gigantisch succes. Veel nummers van de revue behoren nog steeds tot absolute klassiekers van het totale rijke Venlose liedjes oeuvre: Butterfahrt, Veurbeej, Ik höf mien glaas, Ik kan gaar geen Venloos meer, Venlo mien Alt, et cetera.

Thuisfront
Toen na de eerste cyclus er extra voorstellingen werden ingepland, vond overleg met het thuisfront plaats. Wie eenmaal ja tegen een rol in de Venlose Revue had gezegd kreeg daar veel voor terug, maar leverde ook veel vrije tijd in. Niet alle familieleden waren altijd even gelukkig met de vele avonden dat hun geliefde partner of ouder van huis was. Maar door het succes en de vele hartelijke reacties kreeg iedere acteur de terechte steun van het thuisfront. De emoties tijdens de uitvoeringen bleven in de dagen na de voorstellingen in de hele stad voelbaar. Nostalgie en chauvinisme waren volgens velen de elemententen die het succes van de revue bepaalden. Er was niets te veel gezegd. De revue was fantastisch en plots bleek hoeveel talent de stad herbergde.

Verbazing
Niemand had enig vermoeden dat Waat ennen tièd zoveel binnen de stad zou los maken. Vestjens: “Toen ik de rij zag voor de eerste kaarverkoop viel mijn mond open van verbazing. Niemand, maar dan ook niemand had dit verwacht. Wij wisten dat het in diverse dorpen wel leefde. Daar zijn wij ook bij volkstheaters gaan kijken, maar niemand had deze reactie in Venlo verwacht. Telkens weer werden er nieuwe voorstellingen bijgeboekt. Ja, het vergde ook veel van je privéleven. Ik werkte toen bij de gemeente, mijn vrouw had een eigen winkel in het centrum van Venlo en onze opgroeiende dochter Nicole verdiende ook alle aandacht. We leiden dus sowieso al een druk leven. Toch heeft ze mij altijd gesteund. Niet alleen tijdens deze periode van de eerste revue, maar gedurende mijn hele carrière. Dat mag ook wel eens gezegd worden. En dat geldt natuurlijk voor alle familieleden van mensen die bij Waat ennen tièd en bij alle andere revues die volgden, betrokken waren.”

Terug