De vliegtuigcrash van 1 oktober 1980. Deel 2: Menselijk falen als oorzaak van de ramp

15 september 2020

Over ruim twee weken is het 40 jaar geleden dat een vliegtuig neerstortte bovenaan de Stalbergweg, vlakbij café ’t Gildehoés. Een gebeurtenis die voor een flinke schok in Venlo zorgde. Leon Vrijdag sprak met diverse ooggetuigen en kijkt in twee delen terug op die dramatische dag. Vandaag het tweede en laatste deel.

Tekst: Leon Vrijdag | Beeld: Leon Vrijdag en Gemeentearchief Venlo

Behalve de Marechaussee, die met een schietoefening bezig waren op de schietbaan Groote Heide waren er ook nog enkele andere ooggetuigen van het ongeval. Een 58-jarige man die aan de vijver zat te vissen zag het ongeval gebeuren en raakte lichtgewond door rondvliegende brokstukken. De bewoner van de houten bungalow en zijn 25-jarige huishoudster konden ternauwernood ontsnappen. Beiden werden met brandwonden in het ziekenhuis opgenomen.

’t Gildehoés
Schuin tegenover de bungalow bevond zich café ’t Gildehoés, destijds eigendom van Jan en Sjaan Verberkt uit Venlo. Sjaan Verberkt-Naarding, dochter Sandra en zoon Rob herinneren zich het ongeluk nog als de dag van gisteren. “Ik was die dag jarig en lag nog in bed,” zo trapt Sjaan Verberkt af. “Buiten hoorde ik het geluid van een vliegtuig akelig dichtbij. Ik liep naar het raam van mijn slaapkamer om te kijken wat er aan de hand was, hoorde een enorme knal en toen ik naar buiten keek zag ik een trein van vuur en brokstukken door de bomen vliegen.” Sjaan wilde snel van de slaapkamer af maar de deur zat op slot. “Om te voorkomen dat de hond mij vroegtijdig zou wekken, hadden ze de deur van de slaapkamer aan de buitenkant op slot gedraaid.”

 

Dit gaat niet goed
Zoon Rob was ziek thuis. Hij voelde zich al een paar dagen niet goed en besloot die dag om niet naar school te gaan en in plaats daarvan lekker onder de wol te kruipen. Rob was destijds lid van de zweefvliegclub in Venlo en bijzonder geïnteresseerd in alles wat met vliegen en de luchtvaart te maken had. “Bij de tweede keer dat ik het vliegtuig over hoorde komen kwam ik uit bed om te kijken wat er aan de hand was,” aldus Rob. Vanuit het keukenraam zag hij het vliegtuig een dalende bocht maken en recht op de Stalbergweg afkomen. “Met mijn kennis van vliegen wist ik meteen, dit gaat niet goed.” Tijdens het optrekken zakte het vliegtuig nog enigszins door, raakte met de achterkant eerst een paar bomen, ramde het huis en spatte net vóór de straat uit elkaar. De brokstukken lagen tot 200 meter verderop in de vijver. Zoon Rob voelde de hitte van het brandspoor. Geschrokken liep hij de woonkamer in om de brandweer te bellen. Niemand wist precies wat er aan de hand was. “Ik ging samen met mijn vader naar buiten en nam een brandblusser mee. Ik had geen idee wat ik zou aantreffen, maar realiseerde mij al snel dat ik met een poederblusser van vijf kilogram niet veel kon uitrichten. De vuurzee was zó groot dat niet duidelijk was of het huizenblok een stukje verder er nog stond. Pas toen de kerosine was opgebrand zagen we dat daar alles nog intact was. Door de hitte waren de vuilniszakken die voor de deur aan de straat stonden verschrompeld”.

Angstige momenten
Sjaan Verberkt zat ondertussen nog opgesloten op de slaapkamer en beleefde een paar angstige momenten. “Ik woonde in de oorlog vlakbij de Maasbrug, in de voormalige Tramhalte. De gebeurtenissen riepen bij mij herinneringen op aan de bombardementen op de brug.” In alle chaos en paniek waren Rob en zijn vader de huissleutel vergeten en konden niet meer terug naar binnen; Sjaan stond uit het raam te roepen dat ze niet eruit kon. Rob rende de binnenplaats op en klom via de regenton en het platdak door het keukenraam naar binnen om zijn moeder van de slaapkamer te bevrijden. Toen het ergste vuur gedoofd was ging hij met zijn vader en de buren een kijkje nemen bij de vijver. Overal lag puin en munitie. “Ik raapte een paar patronen op maar moest ze snel weer laten vallen; die dingen waren nog gloeiend heet.”

 

Afzetting
Sandra was de enige van de familie die niet thuis was. “Ik zat op de Vinckenhof MAVO en was die ochtend gewoon naar school gegaan. Omdat er een staking van de docenten was, mochten we eerder naar huis,” zo herinnert zij zich. Eerst ging ze nog even langs de drogist in de Vinckenhofstraat om wat snoep te kopen. Daar hoorde Sandra vertellen dat er iets was neergestort bij de Zweedse huisjes. “Ik zag een grote rookpluim en ging linea recta naar huis. Ik ben nog nooit in mijn leven zo snel de Karel van Egmondstraat opgefietst,” lacht Sandra. Aangekomen op de hoek van de Karel van Egmondstraat met de Stalbergweg wordt ze tegengehouden door militairen die de boel inmiddels hadden afgezet. Sandra deed meerdere pogingen om duidelijk te maken dat ze op de Stalbergweg woonde maar ze mocht niet meer door. “Ze geloofden mij niet, blijf maar fijn hier staan kijken,” zo kreeg ze te horen. Uiteindelijk werd Sandra geholpen door een oom. Hij verklaarde tegenover de militairen dat Sandra inderdaad op de Stalbergweg woonde en uiteindelijk mocht ze naar huis.

Crisiscentrum
De dagen na het ongeval waren hectisch en onwerkelijk. De familie Verberkt leefde in een roes en was verdwaasd door alles wat er was gebeurd. Er werd begonnen met puin ruimen en het leegpompen van de vijver. Het café bleef gesloten en werd tijdelijk ingericht als crisiscentrum. Alle disciplines van luchtmacht tot landmacht en lokale overheden waren aanwezig. Er was overleg en er waren persconferenties. De familie Verberkt werd geleefd en was erg druk met het zorgen voor alle aanwezigen. Rob herinnert zich vooral de aanwezigheid van de pers en de afkeer die hij nadien aan deze mensen gekregen heeft. “Ze bleven maar vragen stellen over de oorzaak”. Tot grote ergernis van kolonel van der Spek, Rob en zijn vader bleven ze de vlieger ‘piloot’ noemen, ondanks dat de kolonel de pers daar op wees.

Schaalmodel en fotoboek
Dochter Sandra kreeg als 14-jarige de nodige aandacht van de aanwezige militairen en vond het allemaal wel spannend en interessant. “We mochten mee-eten met de soldaten; er stond een gaarkeuken op het terras met hele grote ketels aardappelen en groenten.” Rob mocht later met toestemming van de marechaussee foto’s maken. Hij nam veel foto’s. Uiteindelijk zei een van de marechaussees: “Nu is het wel genoeg.” De foto’s zitten in een mooi boek en slechts enkele mensen hebben dit mogen inzien. Rob werd gehoord als getuige en kon aan de hand van een modelvliegtuigje precies uitleggen wat hij gezien had. “Ik had toevallig een schaalmodel van de Northrop NF-5A. Weliswaar nog niet in de juiste kleuren maar dat was geen probleem.”

 

Angstgevoelens
Tot eind jaren negentig bleef hij last houden van alles wat hij op de bewuste 1e oktober 1980 heeft gezien en meegemaakt. “Zeker de eerste jaren, als ik een vliegtuig over hoorde komen kreeg ik het Spaans benauwd en moest ik weten waar het zich bevond. Onbewust wilde ik mij er zelf van overtuigen dat het veilig was.” Ook bij het zweefvliegen had hij last van de gebeurtenissen. Kort na het ongeval vloog hij boven de bewuste plek en kreeg daar angstiggevoelens. Hij besloot terug te keren naar de Venlose heide en het zweefvliegtuig aan de grond te zetten. Na uitleg aan een instructeur werd besloten om een paar keer met de tweezitter te vliegen met instructeur. “Ik had ook lange tijd moeite met de kritiek die iedereen op de vlieger had. Daar kon ik heel kwaad om worden. Iedereen meende te weten hoe het zat.” Een aantal maanden na het ongeval had een instructeur kritiek op sommige manoeuvres van Rob, met de opmerking dat hij toch echt wel moest weten wat de gevolgen konden zijn. “Ik werd boos, we kregen ruzie en er volgde wat duw en trek werk. We hebben het daarna uitgepraat en er volgden gelukkig geen sancties. Als we elkaar nu tegen komen moeten we erom lachen.

Onuitwisbare indruk
Ook bij de andere leden van de familie Verberkt hebben de gebeurtenissen een onuitwisbare herinnering achter gelaten en nog vele jaren bleef de verjaardag van Sjaan een nare bijsmaak houden. “In die eerste jaren doken we een beetje in elkaar als er weer eens een straaljager laag over kwam. Maar vooral de eerste periode was erg moeilijk voor ons allemaal,” aldus Sjaan Verberkt. Toen de laatste puin uit de straat verdwenen was, en de laatste militairen vertrokken waren, leek pas echt het besef te komen wat er gebeurt was. “Bij het wegrijden van de laatste wagen met puin brak mijn man”, zo herinnert Sjaan zich. Het voelde als een afscheid. Wat achter bleef was een lege plek in de straat waar eens het huis van meneer Bierman gestaan had. Iemand had een bosje bloemen achtergelaten. “Een mooie herinnering,” aldus Rob. “We waren gebroken, stuk en emotioneel. Slachtofferhulp was er in de tijd nog niet, dus zochten we steun bij elkaar en probeerden het gewone leven weer op te pakken.” Het café ging weer open, maar al snel werd het etablissement gesloten. Alleen een aantal vaste klanten mocht naar binnen. De familie werd gek van de ramptoeristen. Buitenstaanders die alleen maar op sensatie uit waren; ze bleken slechts geïnteresseerd in spannende verhalen en iedereen had een mening die nergens op gebaseerd was. Om die reden hebben Jan en Sjaan uiteindelijk een beeldje op de tap gezet. De aapjes ‘horen, zien en zwijgen’. Daar werd dan naar verwezen als er vervelende vragen waren.

Eigen versie
De periode afsluiten bleef moeilijk, vooral omdat in het café telkens over het gebeuren werdgepraat. En ook nu nog, na al die jaren blijft het een pijnlijke herinnering. Meteen na de crash werd er gespeculeerd over de toedracht van het ongeval. Er deden geruchten de ronde dat de vlieger onverantwoorde vliegbewegingen op geringe hoogte had uitgevoerd, dat hij een duikvlucht maakte om zijn ouders te groeten. De moeder van Sleegers verklaarde destijds tegenover burgemeester Frans Feij dat zij niet op de hoogte was dat haar zoon op dat moment in het betreffende vliegtuig zat. Andere getuigen beweren dat zij vreemde geluiden aan het overvliegende toestel gehoord hebben. Iedereen die dacht iets gezien of gehoord te hebben, kwam met een eigen versie van het verhaal.

Conclusie
Luitenant Sleegers was die ochtend opgestegen vanaf Gilze-Rijen met de opdracht om het starten en landen te oefenen. Daarnaast kreeg hij de opdracht voor een zogenaamde aircraft-handling; handelingen om zich vertrouwd te maken met de eigenschappen van het vliegtuig. De oefeningen moesten worden uitgevoerd in het gebied ten noordoosten van Gilze-Rijen, in het gebied tussen Geertruidenberg, Schoonhoven en Den Bosch. Op grond van de vluchtopdracht had hij zich dus nooit boven Venlo mogen bevinden. Er zijn twee mogelijke oorzaken van de crash:
• Te laat opgetrokken; ieder vliegtuig zakt nog een aantal meter extra door tijdens het optrekken na een dalende lijn.
• Te langzaam gevlogen; ieder vliegtuig heeft zijn minimum snelheid, wie daar onder komt, valt uit de lucht.
Waarschijnlijk is het een combinatie van beide geweest en was de vlieghoogte te laag om dit te kunnen herstellen. Menselijk falen is de jonge Sleegers uiteindelijk fataal geworden en heeft een onuitwisbare herinnering achtergelaten in het geheugen van de familie Verberkt en alle andere getuigen en omwonenden van de Stalbergweg.

Terug