Het leven in Venlo na de bevrijding: ‘Het ging om overleven’

5 mei 2020 | Leestijd: 5 minuten

Het feest van de bevrijding was in Venlo al in de eerste week van maart gevierd. Op 1 maart trokken de Amerikaanse tanks de Duitse grens over om via de Kaldenkerkerweg Venlo binnen te rijden. Op weg naar het centrum. Op weg richting Keulse Poort.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Archief VenloVanbinnen

Toen heel Nederland uiteindelijk op 5 mei 1945 de capitulatie van Nazi-Duitsland kon vieren, waren veel Venlonaren nog bezig met puinruimen en het verwerken van intens verdriet. Hoe zag het leven er in Venlo in de lente van 1945 uit? Aan de hand van zowel een aantal verhalen van ooggetuigen uit eerdere interviews als documentatiemateriaal is het mogelijk een beeld te schetsen van de eerste fase na de bevrijding.

Verwoeste stad
Veel geëvacueerde Venlonaren waren in het voorjaar van 1945 teruggekeerd in een verwoeste stad. Veel huizen lagen in puin of de eigen woning was door andere mensen ingenomen. Theo Ottenheijm herinnert zich dat nog goed. “Iedereen in Venlo probeerde na de bevrijding zo goed en kwaad als mogelijk was het gewone leven weer op te pakken. Voor ons als kinderen was dat misschien iets eenvoudiger dan voor de volwassenen. Veel mensen – vrienden, kennissen, buurtgenoten of familie – van Venlonaren keerden niet meer terug. Maar anderen gezinnen zagen we weer wel. De families Fieten, De Swart, Minten; het voelde goed ze weer te zien. Over de doden werd tegen ons als kinderen niet gesproken.”

De Lomstraat na de bevrijding

 

HARK
De 9-jarige Ottenheijm speelde dat voorjaar en in de zomer van 1945 vooral buiten op de vele puinplaatsen in de stad. Onder andere op het Patersveld; de plek waar tegenwoordig C&A gevestigd is. Echte haat tegen de Duitsers zoals in het westen van het land heeft hij niet meegemaakt in Venlo. “Misschien een bepaalde afkeer omdat zij het goed hadden na de oorlog en wij niet. Kleding kregen wij en andere Venlonaren vanuit de HARK (Hulpactie Rode Kruis). Een keer per maand kwam er een oproep en zo hebben wij zeker een jaar of twee na de tweede wereldoorlog onze kleren gekregen.” In september van 1945 opende vader Ottenheijm weer zijn groentezaak en keerde Theo Ottenheijm terug naar school.

Naar Maastricht
De verwachting was dat Venlo zeker tien jaar nodig zou hebben om er weer boven op te komen. Marianne Martens verbleef na de bevrijding twee maanden bij een oom en tante in Maastricht. Deze stad was eveneens bevrijd, maar beduidend minder gebombardeerd dan Venlo. Er waren vrachtwagens van het Rode Kruis die via een speciale route van Noord naar Zuid-Limburg reden. “Voor mijn oom en tante was het prachtig, “ zo herinnert Marianne Lamberigts zich. “Zij hadden zelf geen kinderen en hebben mij in die twee maanden echt heel goed verzorgd.”

Errem Vendelo
Een probleem was in eerste instantie het eten. Hoewel in Maastricht voldoende voedsel verkrijgbaar was, had de maag en fysieke gesteldheid van Marianne geleden. “Ik was het niet meer gewend om reguliere porties te eten. Mijn oom en tante hebben het echter prima opgebouwd zodat ik in Maastricht weer prima ben aangesterkt en er tevens een leuke tijd heb gehad zonder de ontberingen waar de mensen in Venlo mee te maken hadden.” Vlak voor haar verjaardag op 10 mei 1945 keerde ze terug naar haar geboortestad. “Oom Charles uit Maastricht zei altijd: ‘Errem Vendelo’. Tevens leerde ik om te zeggen: Venlo is een puinstad. Maar als kind zag ik dat natuurlijk anders. Ik was blij om terug te zijn en wij ook weer gewoon op straat konden spelen.”

Puin
Frans Boom is een andere ooggetuige van de periode na de bevrijding. Volgens hem heerste er zeker geen echte uitgelaten feeststemming onder de mensen. Iedereen was vooral blij deze angstige periode heelhuids overleefd te hebben. “De nadelige gevolgen van de oorlog heb ik met eigen ogen gezien: alles in de buurt was vernield. Er lag alleen maar puin.” Ook de eigen woning was tijdelijk onbewoonbaar. Pas na een aantal maanden kon het gezin weer terug naar het eigen huis. “Veel Venlonaren en Limburgers hadden van alles uit onze woning gestolen. Ik kan mij nog herinneren dat ik vlak voor Kerstmis 1945 een wandeling door de buurt maakte en in één van huizen een opgetuigde kerstboom zag staan met onze kerstverlichting erin. Niemand had namelijk zoiets in die tijd. Alleen wij; dankzij de zaak van mijn vader. Die mensen hadden de verlichting dus uit ons huis gestolen. Gelukkig hielp de politie mee en zijn nog meer persoonlijke eigendommen teruggevonden.”

Overleven
De sfeer was in die maanden na de oorlog alles behalve uitgelaten. Er was geen werk, geen inkomen dus ook nauwelijks eten en kleding. Boom: “Nee, onze winkel was ook volledig vernield en waren er vanzelfsprekend geen inkomsten. Omdat ik de oudste was, kreeg ik als 11-jarige jongen opdracht werk te zoeken. Ja, dat deed ik gewoon. Je wist als kind niet beter. Ik kon niet vergelijken met de situatie van voor de oorlog. Daarover had ik geen herinneringen. Je kunt er nu lang en breed over praten, maar het was zoals het was. Het ging om overleven. Je accepteerde de situatie en dacht verder nergens bij na. Maar de mensen hielpen elkaar wel. Pas toen we na de zomer van 1945 weer naar school gingen, kwamen we weer langzaamaan in het normale dagelijkse ritme. Al was het leven ook toen nog alles behalve eenvoudig.”

Wederopbouw
In totaal werden 440 woningen in Venlo verwoest, 5.686 huizen waren beschadigd. Minimaal 560 mensen overleefden de Tweede Wereldoorlog niet. Onder andere door bombardementen, granaatbeschietingen en bij deportaties. Andere bronnen spreken echter van zeker 1370 doden in de stad. Op 23 maart 1945 bezocht Koningin Wilhelmina de getroffen stad, niet veel later gevolgd door Winston Churchill, premier van Engeland, op het toenmalige Vliegveld Venlo. Later volgden mijnwerkers uit Zuid-Limburg die getroffen stad kwamen helpen met puinruimen. Ook de periode van wederopbouw, onder leiding van architect Jules Kayser, werd ingezet. Probleem was dat er door deze plannen nog meer historische panden, die wel gerenoveerd hadden kunnen worden, toch definitief uit het Venlose straatbeeld verdwenen. Onnodig, maar het waren beslissingen die we moeten bekijken vanuit de omstandigheden die golden in de naoorlogse periode.

Toch was er tijd voor feest en vermaak. Sommige muzikanten gingen spontaan op straat optredens verzorgen. Maar ook in de aula van het voormalige St. Thomascollege vonden regelmatig optredens plaats. De revues Sef Cornet waren tijdelijk te zien in het Bondsgebouw op de Herungerstraat en films werden tijdelijk vertoond in Concertgebouw De Prins van Oranje. Pas in 1951 kon het deels verwoeste City Theater weer in gebruik worden genomen. Op 15 juli verzorgde de Glenn Millerband een optreden op het vliegveld op de Groote Heide en de kelder van het Venlose postkantoor deed tijdelijk dienst als Café De Postkelder. Kortom: ondanks alle ellende probeerde de Venlonaar het leven na de bevrijding weer op te bouwen. Met een lach en een traan. En de blik gericht op de toekomst.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad