Jacques Hermans, Jan Verbong en Huub Vercoulen over 50 jaar De Koel: ‘De Kraal was alde kraom’

15 maart 2022

Aanstaande zaterdag 19 maart is het precies 50 jaar geleden dat VVV-Venlo haar eerste wedstrijd speelde in Stadion De Koel. Deze hele week organiseert de club diverse activiteiten rondom dit jubileum. Met als afsluiting de thuiswedstrijd tegen koploper Emmen die speciaal voor deze gelegenheid met een dag werd verschoven naar zaterdag om 16.30 uur.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Rob Buchholz en VVV-Venlo

Aan de verhuizing naar de nieuwe locatie bewaren de hoofdrolspelers van toen warme herinneringen. Nee, er was geen sprake van weemoed wegens het vertrek uit De Kraal. Integendeel, zo laten Jan Verbong, Huub ‘De Koes’ Vercoulen en Jacques Hermans weten. “Dat was alde kraom. Moderniseren was hard nodig. Het verleden heeft iets charmants, maar VVV heeft vanaf dat moment wel stappen gezet in het verder professionaliseren van de organisatie.”

Huub Vercoulen en Jan Verbong

Trainen in De Koel
De laatste wedstrijd in De Kraal werd gespeeld op 6 februari 1972 tegen Eindhoven (1-0 winst, doelpunt van topscorer Harrie Heijnen). Het eerste duel in De Koel was dus op 19 maart van dat jaar. SC Cambuur wist een punt in de nieuwe Venlose thuishaven te bemachtigen (1-1, doelpunt Don Burhenne). Veel herinneringen aan dat eerste duel hebben de drie oud-spelers niet direct. “Poeh man, dat is 50 jaar geleden. Vraag ons niet naar details,” aldus Huub Vercoulen met zijn kenmerkende lach. “Ik weet nog dat we in de periode voor die eerste wedstrijd wel een paar keer in De Koel getraind hebben. Vooral conditietraining. Helling op. Helling af. In de mulle zand. Maar aan die eerste wedstrijd heb ik eigenlijk weinig tot geen herinneringen.”

Slechte faciliteiten
Wat Hermans, Verbong en Vercoulen zich wel weten te herinneren is dat verhuizen bittere noodzaak was. Verbong: “De Kraal was nostalgie, maar VVV moest met de tijd meegaan, zeker als de club serieus betaald voetbal wilde blijven spelen.”Jacques Hermans voegt daar aan toe: “Ik was gewoon blij dat we verhuisden. In De Kraal was het behelpen. Zowel voor de spelers als voor de toeschouwers. De kleedlokalen werden door terreinknecht Jan Bierstekers met potkachels warm gestookt. De faciliteiten waren gewoon slecht. Ook de tribunes waren in slechte staat. Dat was mede de reden dat het aantal toeschouwers steeds verder afnam. Nee, bij mij was er zeker geen sprake van weemoed.”

Logische naam
De naam voor het nieuwe stadion was volgens Hermans voor iedereen logisch. “Het was door de afgravingen gewoon echt een kuil. Een betere naam konden ze niet verzinnen. Ten tijde van die eerste wedstrijd stond er nog maar één tribune. De rest bestond uit zandhellingen waar de mensen op stonden. Er waren wel moderne kleedlokalen, maar bijvoorbeeld een spelershome was er niet. Ja, er stond een houten keet waar we na de wedstrijd een biertje konden drinken. De schoonvader van Harry Heijnen stond daar achter de bar. Sjeng was zijn naam. De achternaam? Geen idee. Wel weet ik dat het daar altijd gezellig was.”

Belang van Rob Baan
Andere tijden. Dat waren het zeker. De professionalisering van het voetbal was in ontwikkeling. Full-profs waren bij VVV nog niet actief. Trainen gebeurde drie a vier keer in de week. Vaak na werktijd of in de loop van de middag. Een paar maanden na de verhuizing werd Rob Baan als nieuwe trainer vastgesteld. Een belangrijke stap volgens Huub Vercoulen. “We trainden vanaf dat moment ook vaker ’s middags. Gelukkig dacht mijn baas goed mee en mocht ik om één uur stoppen met werken. Baan had diverse nieuwe trainingsmethodes ontwikkeld.” Verbong herinnert zich dat de spelers de aanpak van de Haagse trainer in het begin wel eens vervloekten. “Na verloop van tijd ontstond het besef dat je als voetballer veel meer in je mars had. Dankzij Rob Baan. Ja, we hebben veel van hem geleerd. Ook de club groeide vanaf zijn komst door naar een hoger niveau.”

Alles zelf regelen
Voor de komst van Baan hadden spelers ook nog de verantwoording over hun eigen materialen. Schoenen werd thuis gepoetst, uniforme kleding was er niet. Een wereld van verschil met het moderne voetbal, aldus Verbong. “Nu wordt alles geregeld. Wij wilden graag voetballen en vonden het logisch om alles zelf te regelen. Dat hoef je de spelers nu niet meer te vragen. Ik denk dat er toen meer betrokkenheid met de club was. Tegenwoordig gaat het meer om geld en succesvol zijn. Ja ik weet het: andere tijden. Het is zo gegroeid.” Jacques Hermans kan zich nog herinneren dat De Fritesspecialist, gevestigd in Lomm, als sponsor regelde dat er speciale trainingspakken voor de spelers kwamen. “Een wit jasje met oranje broeken. Dat was al een hele vooruitgang. Later kwam er steeds meer speciale training. In die eerste jaren droeg iedereen voor de wedstrijd eigen sportkleding. Van uniformiteit was geen sprake. Op de club stond een pot met vet en een schrobber als de schoenen een echte schoonmaakbeurt nodig hadden.”

De trap
Terug naar de verhuizing. Was de trap toen ook al een gespreksonderwerp? Hermans: “Die trap? Die heb ik niet één keer vervloekt, maar vele malen. Het was een onderdeel van de training. Op en neer. En op en neer.” Het moet een opgave zijn geweest. De trap telt 61 treden, is 18 meter lang en heeft een stijgingspercentage van 54 procent. Vercoulen begint te lachen. “Haha en Baan stond onderaan streng te kijken. ‘Ga door tot je niet meer kunt,’ zo riep hij dan.” Volgens Verbong gingen spelers ook door. “Tot de verzuring toesloeg. Na een overwinning was het natuurlijk anders. Dan was de weg naar boven geen enkel probleem. Gelukkig zijn we in de loop der jaren steeds meer wedstrijden gaan winnen.” Hermans haakt daar op in. “En vergeet het gevoel voor de wedstrijd niet. Als we bovenaan stonden en De Koel zat bomvol. Dat gaf een heerlijk gevoel. Het geluid en de sfeer die vanaf beneden naar boven galmde. Een fantastische ervaring. Het was iedere keer een hele beleving.”

Beleving in het stadion
De sfeer in De Koel. Die is in de loop der jaren vaak geroemd. Zeker in de jaren 70 en 80 kon het spoken in het Venlose stadion. De drie spelers van toen hebben de groei met meer tribunes en steeds meer publiek heel bewust meegemaakt. Volgens Verbond heeft ook dat met het tijdsbeeld te maken. “Het aantal toeschouwers liep bij diverse wedstrijden op tot 20.000 of soms wel meer. Die kunnen er nu sowieso niet meer in, maar de beleving was toen ook anders. Tegenwoordig valt er veel meer te kiezen dan alleen een potje voetbal in het weekend. Dat de mensen tijdens die eerste jaren in de mulle zand moesten staan, vond niemand erg. Men wilde er bij zijn. Successen waren jarenlang geleden en vanaf 1972 werd het ieder jaar een beetje beter. Het publiek was echt een twaalfde man en dat deed wat met de spelersgroep van toen.”

Publieke aandacht
Huub Vercoulen denkt terug aan de promotie van 1976 en de wedstrijden die toen volgden. Tegen Barcelona, AZ, Ajax, PSV en Feyenoord. “We stonden nog maar amper in de Eredivisie of AZ en PSV kwam op bezoek. En beide wedstrijden werden gewonnen (respectievelijk 1-0 en 2-0 in september 1976).” De successen zorgden er vanzelfsprekend ook voor dat spelers in eigen omgeving door veel mensen werden aangesproken. Verbong en Vercoulen gingen daar ieder anders mee om. Voor Jan Verbong was dat onderdeel van het succes niet nodig geweest. “Waarom? Omdat ik toevallig een bal recht kon wegschieten? Ben je dan meer als een ander? Ik zat er niet op te wachten. Er was bovendien een andere kant. Mijn vrouw zat ook altijd in het stadion. Vlakbij De Mop van Snijders. Die schold mij vaak uit. Alleen als ik scoorde, dan was ik plotseling een absolute held. Mijn vrouw was dat op enig moment beu en zei tegen hem: ‘Als je nu niet stopt met schelden, dan geef ik je een ongekende mep met mijn paraplu.’Voor haar hoefde al die aandacht ook niet.” Huub Vercoulen was een tegenpool. “Ik genoot er van en heb er ook vol van geprofiteerd,” aldus De Koes. “In mijn ogen hoorde dat er bij. Ja en ik ging graag stappen in Venlo. Al wipte ik ook wel eens de grens over. Daar kende mij niemand en was er minder kans dat Rob Baan het te horen zou krijgen. En die foto van mij met Cruijff? Nee, ik was niet de aanvoerder. Ik wilde gewoon graag met hem op de foto. Die afbeelding heeft nog jaren in een café op de Parade gehangen.”

Voor Jacques Hermans zorgt Stadion De Koel nog steeds voor vele mooie herinneringen. “Ik ben trots en blij die periode te hebben mogen meemaken. Het was fantastisch. En niemand neemt ons dat meer af. Stadion De Koel zal voor onze groep voor altijd synoniem staan aan vele onvergetelijke herinneringen.”

Huub Vercoulen en Jan Verbong bekijken de fototentoonstelling in De Koel

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad