Marie-Christine Hulsbeck: de moeder van Stadsomroep Venlo

9 december 2019 | Leestijd: 7 minuten

Marie-Christine Hulsbeck; door velen geroemd als de moeder van Omroep Venlo was vanaf het begin betrokken bij dit niet meer weg te denken nieuwsmedium. Officieel opgericht op 22 november 1982, maar een eerste uitzending volgde pas in augustus 1984, dit jaar precies 35 jaar geleden. Over die start, de groei en vele bijzondere momenten tijdens die opstartfase kan zij uren vertellen.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Het gebeurde op de terugweg vanuit Hilversum naar Venlo. Ergens in het vroege voorjaar van 1999. De Stadsomroep had de prijs gewonnen voor beste lokale omroep van Nederland over het jaar 1998. “Tranen met tuiten heb ik gehuild. De hele terugreis. Ja, ik was dronken, maar alles kwam er uit. Ruim 15 jaar hadden we keihard gewerkt om ons te ontwikkelen tot een kwalitatief hoogwaardig nieuwsmedium. Die avond besloot een externe landelijke partij van deskundigen om ons die prachtige prijs toe te kennen. Zoveel beroepskrachten en tientallen vrijwilligers hadden hiervoor jarenlang keihard gewerkt. De hele film vanaf het begin kwam die avond voorbij. En natuurlijk dacht ik aan Karel Leenders. De grote initiator van de Omroep die in 1990 helaas onverwacht was overleden.”

Local broadcasting
Marie-Christine werd in 1982 eigenlijk onbedoeld meegenomen in de plannen van Leenders. “Karel was fotograaf, maar tevens bijzonder geïnteresseerd in de transitie naar video; een medium dat begin jaren 80 sterk in opkomst was.” Leenders was op vakantie in de Verenigde Staten en zag daar het succes van local broadcasting, lokale omroepen. “Dat gaan we ook in Venlo doen,” zo liet hij bij thuiskomst aan vrienden en kennissen weten. Als docent fotografie en video op de Vrije Academie wist hij diverse mensen enthousiast te maken. Marie-Christine woonde tegenover de pionier. “Onze beide partners waren vaak onderweg voor hun werk en studie dus spraken we met elkaar over het werk, dagelijkse beslommeringen en toekomstplannen. Eigenlijk werd ik spelenderwijs bij de Stadsomroep betrokken en al snel kreeg ik het stempel cultuurredacteur toebedeeld.”

Representatief zijn
Een drukke tijd brak aan. “We hadden niets, alleen een plan. Er moest een zendmachtiging aangevraagd worden. Om daarvoor in aanmerking te komen, moesten we representatief zijn voor alle inwoners van de toenmalige gemeente Venlo. Dus onderwijs, geloof, cultuur, bedrijven, sport et cetera. Iedereen moest zich in de uitzendingen herkennen.” Op de vraag of er begin jaren 80 een markt was voor een nieuwsmedium zegt zij stellig: “Absoluut. In die tijd kende Venlo eigenlijk alleen het Dagblad voor Noord-Limburg. Die redactie was redelijk rechts en behoorlijk eenzijdig georiënteerd. Er was te weinig nuance. Verder was er nog de ROZ (voorloper L1), maar daar lag de focus op het nieuws tussen Maastricht en Roermond, veel verder kwamen ze niet.”

Eerste uitzending
Twee jaar lang werd er hard gewerkt. Een echte streefdatum voor een eerste uitzending was nog niet vastgelegd. Pas toen de gemeente aanklopte met het verzoek een uitzending te maken over het bezoek van Koningin Beatrix aan Venlo ter gelegenheid van de opening van zowel het nieuwe ziekenhuis als theater De Maaspoort was er een eerste harde deadline: 24 augustus 1984. “Venlo was in jaren daarvoor ook bezig met het leggen van tv-kabels in de grond; een nieuwe ontwikkeling. Bij het samenstellen van zogenaamde inprikpunten hield de gemeente toen al rekening met onze komst. Bovendien waren mensen als Jan van Haperen en Frans Hermans, beiden werkzaam bij de gemeente, ons goed gezind. Zij zagen echt de meerwaarde in van een lokale omroep. Frans zei letterlijk: ‘jullie beelden worden essentieel cultureel erfgoed van de stad. Dankzij hem zijn al die uitzendingen nu in het gemeentearchief bewaard gebleven.”

TikTak
Vrijwilligers trokken met posters de stad in en zorgden dat er voldoende reclame werd gemaakt voor de eerste uitzending die gepresenteerd werd door Math Geenen. “Het is altijd ons doel geweest om de Venlonaar ‘s avonds te laten zien wat er overdag in de stad gebeurde. Of het nu om een aanrijding ging of gemeentelijk beleid; wij wilden de mensen informeren.” Mooi detail blijft daarbij altijd de reden waarom in die eerste jaren de uitzending om 18:06 begon. “Karel had drie kinderen. Die keken trouw naar het programma TikTak op de Belgische BRT. Dat duurde tot 18:05. Dus begonnen de uitzendingen van de Stadsomroep om zes minuten over zes. Vervolgens werd het journaal de hele avond herhaald. Als ik mij niet vergis is in Venlo dat idee van herhaling ontstaan.”

2000 gulden
Met wel 30 mensen, vooral vrijwilligers, werd aan die eerste uitzendingen gewerkt. Ter vergelijk: anno 2019 maken vijf a zes mensen dagelijks een journaal. Het enthousiasme van dat team sloeg echter over op de Venlose bevolking. In die eerste jaren werd één keer per kwartaal een uitzending gemaakt, later één keer per maand en vanaf 1988 iedere dag, behalve op woensdag. Daarvoor was 2.000 gulden per maand nodig. “Ik werd in 1988 als eerste betaalde kracht aangenomen. Drie maanden later volgde Kitty Borghouts. Het was mijn taak dat geld binnen te halen. Op het moment dat het doel bereikt was, stopte ik die maand met acquisitie. Hahaha. Waar dat geld naartoe ging? Wij hebben in die jaren altijd geïnvesteerd in kwaliteit. Denk dan aan apparatuur en andere essentiële zaken.” Marie-Christine noemt als voorbeeld de banden waar de uitzending op gemonteerd werd. “Een band kostte 67 gulden. Gelukkig sprong de gemeente daarvoor in de bres. Zij leverden ons lege banden aan en kregen er volle voor terug. Zo is ons beeldarchief ontstaan. Tevens mochten wij van de redactie van NOVA (de voorloper van Nieuwsuur) hun gebruikte banden overnemen. Ieder kwartaal reisden we met vlaaien naar Hilversum en kregen hun banden ervoor in ruil.”

Verhuizingen
De eerste studio van de Stadsomroep was gevestigd in een voormalig kraakpand op de Hogeweg. Gekocht door Karel Leenders en zijn broer. Marie-Christine denkt met plezier aan die tijd terug. “De montage van die uitzendingen deden we in de keuken. Kun je je dat nu nog voorstellen? Later vertrokken we naar de fotostudio van Karel op de Bevrijdingsweg. Daar werd een heuse tv-studio gebouwd. Dankzij de gemeente kregen we in 1990 een stuk aan de zijkant van De Maaspoort op de Markt toegewezen. En net in die periode overleed Karel plotseling; de drijvende kracht met de visie. Het was een harde klap en anderen moesten hun verantwoordelijkheid gaan nemen.”

Hoog water en Bende van Venlo
Zoals de Omroep in het 35-jarig bestaan veel stormen heeft overleeft, zo ging het team ook goed en kwaad als het kon met de tegenslag van het overlijden van Karel Leenders om. “Het gebeurde precies in de periode dat we als Omroep ook groter werden en dus steeds meer verantwoordelijkheden kregen. Diverse mensen gingen cursussen volgen. Hoe je het beste kon interviewen of over het schrijven van artikelen.” Op de nieuwe locatie aan de achterzijde van de Maaspoort werd de Stadsomroep in de jaren 90 dus echt groot. “Die successen heeft Karel helaas niet meer mogen meemaken. Het waren echter wel een aantal rampzalige gebeurtenissen die ons definitief een plek gaven in de Venlose huiskamers. Denk aan het hoge water van Kerstmis 1993 en in januari 1995, maar ook de uitzendingen over de Bende van Venlo trokken enorm veel kijkers. Met name de berichtgeving rondom de rechtszaak door Antoin Peeters. Opnieuw lieten wij de mensen zien wat er die dag in de rechtbank besproken was.” Voor de documentaire ‘Geweld van een oude dame’ – over de ellende die het hoge water veroorzaakte – wist de Stadsomroep in 1994 een eerste landelijke prijs bij de OLON te winnen in de categorie Beste Documentaire.

Eerste Boètezitting
Ook de uitzendingen rondom Vastelaovend werden steeds beter bekeken. “Die eerste Boètezitting in de Zoepkoel, waar een handvol mensen op af kwam, is door ons op tv uitgezonden; niet door een Limburgse radiozender, “ zo weet Marie-Christine zich te herinneren. “De programmering werd rond die dagen steeds voller en dat betekende dat we keuzes moesten maken. Soms waren mensen echt teleurgesteld als we niet meer met een camera een kleine optocht in de wijk of ander evenement kwamen filmen. Dat gebeurde ook met de dagelijkse nieuwsuitzendingen. We moesten steeds vaker keuzes maken.”

Vlaai voor de ambtenaren
Volgens Marie-Christine was het duidelijk dat ze als nieuwsmedium serieus werden genomen op het moment dat vanuit de gemeente Venlo de vraag kwam wat het beste tijdstip voor de Omroep was om een persconferentie te beleggen. “Onze contacten met de gemeente zijn eigenlijk altijd goed geweest. Zelfs als we kritisch waren of lastige vragen stelden.” Met zichtbaar genoegen lepelt ze een anekdote op. “Ik las alle gemeentelijke correspondentie grondig en kritisch door. Voor mij was het een sport om de rode draad in onderwerpen te vinden. Als ik dan weer eens vroeg waarom maanden geleden eerder iets door een wethouder of raadslid was toegezegd en men daar niet meer op terug kwam, hadden de ambtenaren hun handen vol met het uitspitten van de dossiers om uit te zoeken of het klopte wat ik beweerde. Hahaha. Bij iedere 100e vraag kregen de ambtenaren op het gemeentekantoor vlaai. Dergelijke vragen stelden we bijna dagelijks en ja, ze waren berucht.”

Gewone mensentaal
Voor Marie-Christine en haar collega’s was het essentieel om de burger in gewone taal te vertellen wat er achter de muren van het stadhuis besproken, maar vooral besloten werd. “Ik heb dat altijd als  een mooie taak beschouwd. En bij de gemeente hadden ze daar zeker waardering voor. Ze noemden mij wel eens het externe geheugen van de gemeente. Medewerkers als Max Timp, Jan van Haperen of mensen bij het gemeentearchief; ik vond ze geweldig. Zij wisten dat we serieus met ons vak bezig waren. Zo lang je maar niet liegt, krijg je vanzelf waardering en vooral vertrouwen. Ook vanuit de gemeente. Als wij ze nodig hadden om te praten over huisvestiging vonden we vroeg of laat altijd een luisterend oor.”

Sinds 1 juli 2016 is Marie-Christine Hulsbeck niet meer werkzaam bij Omroep Venlo. Tegenwoordig is zij actief als bestuurlijk secretaris van de cliëntenraad bij VieCuri. Ook hier haalt ze veel plezier uit het bestuderen van dossiers. “De werkzaamheden van deze raad bestaan uit het lezen van de beleidsstukken van de Raad van Bestuur en deze vervolgens te beoordelen op de gevolgen voor de patiënt. Tevens ben ik alweer twee jaar gespreksleider van het Alzheimer Café in Reuver waar ik maandelijks gasten interview; van hondenbegeleider tot hoogleraar neurologie van het Radboud UMC. Bovendien pas ik vaak op mijn kleindochter. Dat beschouw ik als de meest verantwoordelijke baan ooit.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad