Peer Coopmans: ‘De Traöt is voor veel mensen puur mörfkes kiëke’

30 januari 2020 | Leestijd: 6 minuten

Na 25 jaar met hart en ziel aan De Traöt gewerkt te hebben, gaf Peer Coopmans afgelopen jaar het stokje over aan Patty Penders. In die 25 jaar deed hij veel ervaring en nog meer mooie herinneringen op. “Veel mensen kijken enorm tegen dit orgaan op, maar eigenlijk is De Traöt gewoon het clubblad van Jocus.”

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Dat Patty Penders zijn taken nu overneemt, zorgt tevens voor een mooie bijkomstigheid. Peer nam namelijk 25 jaar geleden het stokje over van Twan Penders. Inderdaad de vader van.

Hoe ben jij in die functie gerold?
“Ik heb de opleiding grafische vormgeving gedaan, werkte bij de krant als dtp’er en kende veel mensen bij Jocus. Een optelsommetje dus. Het Vastelaovesseizoen 1994/1995 was mijn eerste jaar. Het was tevens de tijd dat de computer zijn intrede deed. Twan had daar geen klik mee. Dus werd ik al snel in het diepe gegooid en kreeg samen met Renier Linders en Henk de Boer de verantwoordelijkheid voor het maken van De Traöt. Renier de foto’s. Henk met de focus op de advertenties en ik als vormgever. Zo werd ik DTPeer. Haha!”

Direct samenwerken met twee echte Jocus-notabelen. Een puike leerschool, toch?
“Absoluut. Een klein kantoor aan huis bij Henk was jarenlang ons werkterrein en vergadercentrum. Maar groot genoeg om te vergaderen en te werken. De sfeer was altijd goed en veel humor. Terwijl wij op woensdagavond aan De Traöt werkten, stond de vrouw van Henk steevast in de woonkamer te strijken. Als dat niet het geval was, vroeg ik haar: Aggy, bisse krank?

Hoe zit het traject er uit? Wanneer begon je altijd met de voorbereidingen?
“Direct na de zomervakantie. Dan begon ik met het uitzoeken van de foto’s. Dat werden er in de loop der jaren door de komst van digitale camera’s steeds meer. Aan een kant heel leuk, want je ziet echt alles, maar het was ook steeds meer werk. Ondertussen kwamen de advertenties binnen en werd duidelijk hoe dik de volgende editie moest worden. Vanaf 1 december werden ook de eerste teksten aangeleverd. De periode rond kerst was voor mij ideaal. Slecht weer, extra vrije dagen. Dan stond bijna iedere dag in het teken van De Traöt.

En na oud op nieuw begint de hectiek?
“Op zich viel dat wel mee. Eigenlijk was het meeste dan wel klaar. Alleen de foto’s van het Boeremoosbal en de linke pagina’s niet.”

De linke pagina’s?
“Ja, dat deel waar alles over de nieuwe Prins te lezen was. Zo noemen we die bladzijdes bij Jocus. Ten eerste natuurlijk de proclamatie, maar ook de foto’s. Vaak kreeg ik na het Boeremoosbal te horen wanneer de fotosessie van ’t Dreejspan zou plaatsvinden. Ja dat is en blijft top-secret. Zelfs bij de drukkerij mag alleen de baas aan die pagina’s werken. Het personeel komt daar niet in de buurt. Dat is streng verboden. Hoe minder mensen het weten, hoe beter.”

Maar jij wist het uiteindelijk wel. Was het lastig om te zwijgen?
“Geen enkel probleem mee. Twee keer heb ik het uit puur enthousiasme wel aan mijn vrouw verteld. De eerste keer bij Fred Honig, omdat we al jaren zijn café bezochten. De tweede keer bij Jacques-Paul Joosten. Wij zitten in dezelfde vriendengroep en één van de beste vriendinnen van mijn vrouw is getrouwd met één van zijn adjudanten. Beide keren vond ik dat zo gaaf, dat zij het ook moest weten. Nee, verder tegen niemand. Ik kin good de moel halden.”

Toch zullen veel mensen je in de weken voor het Hofbal stiekem uithoren?
“Weet je waar ik echt een hekel aan heb? Aan die mensen die maar blijven gissen en zeuren. Eigenlijk is dat heel kinderachtig. Iedere echte Venlonaar weet toch dat die paar mensen met kennis van ’t groëte stadsgeheim niks mogen en willen zeggen. Een grapje of één keer iets vragen, is niet erg. Maar geloof me: sommigen blijven zagen. Vreselijk. Nu weet ik zelf dit jaar ook voor de eerste keer niet meer wie prins wordt. Dat bevalt mij prima. Uiteindelijk is dat toch veel spannender.”

En reacties op De Traöt zelf, kreeg je vast ook genoeg?
“Hou op. Ik zal je een voorbeeld geven. De Traöt wordt altijd op maandag na het Hofbal in besloten gezelschap gepresenteerd. Daarna start de verspreiding. Dat duurt een aantal dagen, maar als ik op zaterdag bij ‘t Soete Huys stond, waren er Venlonaren die mij precies wisten te vertellen welke personen in De Traöt stonden en hoe vaak. Puur mörfkes tellen dus. Niet te geloven toch? Maar daarom lezen mensen De Traöt zo graag. Mörfkes kiëke. Maar ook zoeken of ze er zelf in staan. Mensen willen gezien worden.”

En intern bij Jocus? Iedereen accepteerde wat jullie maakten?
“Van zelf. Ze hadden niks te zeggen. Het was ons blad. Hahaha. Wij van de P&P commissie bepaalden de koers en de inhoud. De enige die recht van spreken had, was Piet Camps. Die man was voor mij als een God. Al zijn ideeën en visies over inhoud of vormgeving waren raak. Hij had er echt verstand van. Piet bedacht bijvoorbeeld het idee om namen en onderschriften bij de foto’s te plaatsen. Perfect plan. Dat gebeurde in het verleden niet. Zo weet iedereen twintig of dertig jaar later nog wie er op de foto’s staan.”

Jullie hadden dus vrij spel?
“In principe wel. Soms kwam de Vorst wel eens kijken waar we mee bezig waren, maar in principe vertrouwen we bij Jocus op elkaars kwaliteiten. Meningen kunnen verschillen, over de kwaliteit moet je elkaar vertrouwen.”

Klinkt perfect. Dus nooit herrie in de tent?
“Hahaha. Jawel! We hebben met onze acties wel eens voor gefronste wenkbrauwen gezorgd. Neem de verandering van cover in 2001. Voortaan prijkte een kunstwerk op de voorpagina. Dat was spraakmakend. De prins verdween en er kwam kunst voor in de plaats. Daar was niet iedereen even gelukkig mee.”

Waarom die verandering?
“Dat was mijn idee. Ik werkte in die periode in Venray en een collega liet mij een carnavalskunstwerk zien. Dat was fantastisch en ik besprak het idee de volgende vergadering met Renier en Henk. Renier was geen voorstander. Henk twijfelde. Uiteindelijk hebben we gekozen het wel te doen. Voor elf jaar. Met het idee dat iedere kunstenaar het stokje mocht overdragen aan een collega van zijn keuze. Een soort estafette dus.”

Nog meer van die geintjes die tot discussie leiden?
“Ja. Een keer lieten we de drukker een aantal exemplaren van De Traöt maken zonder inhoud. Wat gebeurde ieder jaar bij de presentatie: als mensen hun exemplaar in handen had, gingen ze bladeren en was er geen aandacht meer voor wat er op het podium gebeurde. Toen dat jaar De Traöt in de zaal werd uitgedeeld, zorgde dat ook voor een paar greekmörfkes. Niet iedereen kon de grap waarderen, maar de boodschap was duidelijk. Uiteindelijk kreeg iedereen het juiste exemplaar mee naar huis.”

Maar jullie hebben dat met die kunstcover dus elf jaar weten vol te houden?
“Ja, absoluut. In die periode viel ook het 15×11 jubileumjaar van Jocus. De glanzende zilveren cover was ook mijn idee. Dat zorgde bij de drukker wel voor hoofdbrekens. Uiteindelijk kozen zij er voor om, zonder mij in te lichten, een papieren omslag ter bescherming er om heen te doen. Dat verkleinde de kans op krasjes, maar was tevens ter bescherming van de verflaag die op het glanzende papier minder snel droogde.”

Mooie anekdotes. Verder verliep alles vlekkeloos?
“Eigenlijk wel. We waren een ingespeeld team. Op één uitzondering na. Ik was op mijn werk en kreeg een telefoontje van Henk. ‘Kun je even naar de drukker komen? We hebben een probleem.’ Het was de donderdag voor het Hofbal en hij zei niet wat er mis was. Maar de boodschap was duidelijk: we hadden echt een probleem. Toen ik binnenkwam stond een medewerker van de drukkerij bijna met tranen in de ogen. Er zat een waas op bijna alle foto’s. Het was het eerste jaar dat we gebruik maakten van pdf’s en ergens bij het omzetten naar drukplaat ging het mis. De gemiddelde lezer zou het niet zien, maar voor vakmensen als wij, was dit een drama. Ik dacht dat Henk het aan zijn hart kreeg. Iedereen verwacht kwaliteit van Jocus en dan gebeurt twee dagen voor het Hofbal dit. Henk wilde alles overnieuw doen. Dan heb ik gelukkig uit zijn hoofd gepraat. Zoals gezegd: veel mensen is het niet opgevallen, maar voor ons was dit vreselijk. Bij het Hofbal kwam de directeur van de drukkerij naar mij toe en zei: ‘jullie krijgen dit jaar weer een prachtige editie he?’ Als Henk er bij had gestaan, had hij de beste man besprongen. Dat weet ik zeker.”

Het moeten fantastische jaren zijn geweest. En nu stop je? Ga je het niet missen?
“Nee hoor. Het was een weloverwogen besluit. Na elf jaar zei ik al: ik doe dit 22 jaar! Uiteindelijk hebben ze mij nog een paar jaar extra binnen boord weten te houden. Nu is het mooi geweest. Ik ga nu weer echt van de Vastelaovend genieten. Doordat je maanden zo intensief met De Traöt bezig bent, was het ook wel eens te veel. Het jaar dat Lex Uiting prins was, stond ik op de golfbaan in Spanje. Nee, dat had niets met Lex te maken. Nu kan ik weer onbekommerd genieten en is het hoofdstuk De Traöt passé. Het was fantastisch. Alles wat ik voorbij zag komen, was een lust voor het oog: tekeningen, foto’s, advertenties, verhalen. Nu mag Patty het op haar manier gaan doen. Een jonger persoon met een nieuwe visie. Maar die veranderingen horen bij De Traöt en bij Jocus. Dat is juist de kracht.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Kulinaire: Zuur Plees

Kulinaire: Zuur Plees

Of ik weer een column kon aanleveren? Natuurlijk. Maar ik wilde het nu eens niet over corona hebben (oeps, toch gebeurd), maar ja, waar moet je dan over schrijven? Er valt nu eenmaal weinig te beleven in deze rare tijd en ja, we zijn het zat hè, die pandemie. Het ziet...

VenloVanvruuger: SJINGELE-BOEM!

VenloVanvruuger: SJINGELE-BOEM!

Op een zondag voor de pandemie stond Geert Driessen van Sounds voor de deur met iets bijzonders: het hoesje van de allereerste Venlose vastelaovesplaten. Hij deed zijn opmerkelijke vondst op een internationale platenbeurs in Neerkant. Philips bracht rond het midden...