Van Vrienden en lichte zeden

11 januari 2020 | Leestijd: 3 minuten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik op de kade van een van de Amsterdamse grachten een foto stond te maken van een aan de overzijde gelegen gebouw. Achter me probeerde iemand mijn aandacht te trekken. Ik draaide me om en zag dat een aantrekkelijke jongedame naar me lonkte. Een dame slechts gekleed in lingerie. Een dame van lichte zeden. Ik heb haar vriendelijk gegroet en me weer omgedraaid.

Nou en, zal menig lezer denken, dat gebeurt vrijwel iedere man wel eens in Amsterdam. Klopt, maar ik dacht, laat ik smeuïg beginnen. En niet helemaal zonder richting, want het gebouw dat ik fotografeerde was het Blaauwlakenblok, een monumentaal pand, voormalig krakersbolwerk. Dat had ik even tevoren bezocht. Het stond in de steigers vanwege een omvangrijke restauratie en renovatie. En daar mocht ik een verhaal over schrijven.

Dat deed ik in die tijd veelvuldig: reizen door Nederland om verhalen te schrijven over monumenten in de steigers, groot en klein. Van een historische boerderij tot het Rijksmuseum. Nederland had – en heeft – na de voor monumentale panden desastreuze jaren zestig, zeventig, tachtig en nog een beetje negentig weer oog gekregen voor het belang van erfgoed.

In die periode had ik ook een gesprek met iemand van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse binnenstad. In 1975 opgericht om het onheil dat over het centrum van onze hoofdstad was afgeroepen een halt toe te roepen. Onheil in de vorm van city planning. Amsterdam moest op de schop, het moest allemaal moderner. Weg met veel monumentale gebouwen; er moest ruimte komen voor brede verkeersaders, voor eigentijdse woontorens en parkeergarages. Dat werd de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, voortgekomen uit het kunstenaarscollectief Vrienden van Diogenes, te gortig. Ze gingen in het verzet. En met succes. Bleken ook bijzonder vooruitdenkend te zijn. Want meer dan twintig jaar later drong ook bij anderen steeds meer het besef door dat de Amsterdamse binnenstad dankzij die vele historische panden uniek is. Sinds 2010 staat de Amsterdamse grachtengordel dan ook op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Nu is Venlo geen Amsterdam, maar toch zag ik een parallel die verder gaat dan Frans Pollux die in Carré optreedt. In Venlo ligt ook een stukje erfgoed waar allerlei eigentijdse plannen voor zijn en waar eveneens mensen – Vrienden van dat stukje erfgoed dat Het Fort heet – tegen in het verzet komen. Vrienden die beseffen dat er iets unieks ligt aan de boorden van de Maas. Iets wat alleen Venlo heeft. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Of, zoals die meneer van de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad het formuleerde: ‘aan monumenten ontleen je identiteit’.

De plannen zoals die er van de kant van de gemeente liggen en lagen, tasten die identiteit te veel aan, tasten de uniciteit van de plek te veel aan. Nee, je moet ook weer niet het hele fort willen herbouwen, dan krijg je Efteling-architectuur. Maar wat meer fort en daar op afgestemde bebouwing, zoals nu door de Vrienden wordt gesuggereerd, lijkt me zo gek nog niet.

Daarnaast, vergeet daarbij niet dat plekje aan de overzijde van de Maas, naast poppodium Grenswerk, nu een parkeerplaats. Daar liggen ondergronds, zo konden we een aantal jaren geleden in volle glorie aanschouwen, nog volop restanten van de oude stadsmuren. Mijn idee: als je er gaat bouwen, maak een aparte ingang en realiseer een ondergronds museum over het Venlo van de middeleeuwen tot eind negentiende eeuw. Met naast de resten van de stadsmuren ook ruimte voor exposities. Het is elders op de wereld al meer gedaan.

Koester je historie, eenmaal weg komt het nooit meer terug. Denk dus even goed na en neem geen al te overhaaste beslissingen. Dan weet ik zeker dat wat de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad in Mokum hebben bereikt, navolging krijgt in Venlo.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Containertuintjes fleuren Venlose binnenstad op

Containertuintjes fleuren Venlose binnenstad op

In de Venlose binnenstad worden tien zogenaamde containertuintjes geplaatst. Deze op maat gemaakte plantenbakken moeten de verrommeling bij de ondergrondse containers tegengaan. Tegelijkertijd dragen ze bij aan het vergroenen en opfleuren van de Venlose binnenstad....