Venlo door de eeuwen heen 4: De vroege middeleeuwen als onbekend tijdperk

23 juli 2020

Dit is het vierde deel van de rubriek ‘Venlo door de eeuwen heen’. In deze reis door de tijd wordt de geschiedenis van de stad uitgebreid belicht. Chronologisch. Van oermens tot moderne centrumstad. Een stukje geschiedenis voor jong en oud. Vandaag deel 4: De vroege middeleeuwen. Van 250 tot het jaar 1100 als de fase van de late middeleeuwen begint.

Tekst: Rob Buchholz | beeld: Limburgs Museum

Vanaf het jaar 250 zijn de Romeinen zo goed als verdwenen uit het gebied rondom Venlo. De periode die volgt tot de jaren 1000-1200 zijn voor archeologen redelijk onbekend en lastig te reconstrueren om het simpele feit dat er nauwelijks materialen uit dat tijdperk zijn opgegraven. Het is dan ook zo goed als zeker dat Venlo in die eeuwen nauwelijks bewoond was.

Geen permanente bewoners
Pas vanaf de vijfde en zesde eeuw is er weer sprake van een bevolkingsgroei. Het zijn de jaren dat de zuidelijke Nederlanden (tot Nijmegen) onder Frankische hoede vallen. Koningen als Clovis grepen in deze streken de macht. Latere opgravingen (aardewerk, munten, houten palen) in het Julianapark, Lohofstraat en Picardie zijn het bewijs van enig leven in die periode. Ook in de omgeving van de Oude Markt, Jodenstraat en Heilige Geeststraat zijn vondsten gedaan die dateren uit de periode 900-1000. Maar veel is het niet. Behalve het vertrek van de Romeinen kan ook de wispelturigheid van de Maas gedurende die eeuwen een reden zijn dat Venlo niet bewoond was. Het was lastig voor de bewoners van toen om zich hier permanent te vestigen. Daarnaast zorgden de Vikingen in de 9e eeuw voor veel onrust in de streek. Daar waar leven was, begonnen zij met geweldadige plunderingen.

Nieuwe bevolking
In literatuur van de vroege 13e eeuw blijkt dat rond het jaar 1000 voor de eerste keer de naam Venlo wordt genoemd. In dat geval Vennelon. De betekenis van Lo heeft te maken met begrippen als bos of open gebied; Venne houdt verband met de bodemgesteldheid van het bewuste gebied. Het zijn de eeuwen dat kerken veel macht hebben in Europa. Op veel plaatsen worden kloosters gebouwd. Het geloof krijgt een steeds belangrijkere plek. In de 8e en 9e eeuw zijn in de huidige provincie Limburg veel kerken gesticht: Maastricht, Sint Odiliënberg en Susteren. Bij een ruil tussen twee kerken gaat het gebied rondom Venlo over van Keulen naar de heersers van de regio Gent. Het zal dan ook niet vreemd klinken als we weten dat rondom het gebied waar nu de Sint Martinusbasiliek gevestigd is ook vanaf eind tiende eeuw een kerk gevestigd was. De toenmalige Martinuskerk, een eenvoudig zaalkerkje, was gebouwd op een verhoging. In die omgeving leefden rond de jaren 1000-1200 ook de meeste mensen. Net zoals rondom het gebied bij de Maas, zoals de Jodenstraat. Dit had vanzelfsprekend maken met de opbloeiende handel die dankzij de rivier mogelijk was. Over de fysieke omvang van de nederzetting Venlo is echter weinig bekend.

Dankzij de bloeiende handel en technologische ontwikkelingen groeide het dorpje langs de Maas langzaamaan uit tot een stad met meer inwoners en meer leven. De late middeleeuwen bevatten de jaren 1100-1500. Midden in die jaren krijgt Venlo haar stadsrechten. Hoe dat ontstaan is, komt in deel 5 aan bod. Dan beginnen de jaren waarin volgens velen de geschiedenis van Venlo pas echt begint.

Terug